Slapen in de daktuinen van Hoog Catharijne

In november kampeerde kunstenaar Melle Smets op het dak van Hoog Catharijne. Gedurende een week zocht hij naar verhalen over het wonen en werken in het gigantische stadscomplex. ‘Het ene moment zat ik bij seats-to-meet – om in contact te komen met flexwerkers en zzp’ers – daarna was ik op pad met zwervers die mij de meest interessante slaap- en eetplekken lieten zien.’ Smets verwerkt zijn bevindingen in een radioproject voor de kunstmanifestatie Call of the Mall. Deze vindt plaats in de zomer van 2013 en maakt onderdeel uit van de festiviteiten rond de Vrede van Utrecht.

Door: Mark Hendriks

De Rotterdammer ontdekte dat het slechte imago van Hoog Catharijne niet helemaal terecht is: ‘Voor velen is het een lelijk en megalomaan bouwwerk. En regelmatig werd ik aangesproken op het daklozen- en junkieprobleem. Maar er is ook een andere kant: Hoog Catharijne is het resultaat van de dromen en idealen van een heleboel mensen – van de ontwerpers tot de eerste bewoners. Als je goed zoekt, vind je die idealen terug.’

Zo ontmoette Smets schoonmakers die al decennia in Hoog Catharijne werken, bezocht hij ondernemers die vanaf de eerste dag een winkel bestieren en sprak hij bewoners die sinds de oplevering naar alle tevredenheid in de woontorens wonen. ‘Al die mensen hebben een band met het complex. Ze vertelden mij over het comfort en het goede contact met de buren. Het komt op mij over als een prettige buurt en niet als de kille omgeving waarvoor Hoog Catharijne vaak doorgaat.’

Wandelingen met schoonmakers, beheerders en bouwvakkers brachten Smets via voor het publiek verborgen gangen en trappen in gezellige kantines. ‘De werkers van Hoog Catharijne hebben op allerlei plekken eigen “nesten” gemaakt – met foto’s aan de muur, een bank en eettafel.’

Tijdens het opzetten van zijn tent, dezelfde waarmee de schrijvers Jan Wolkers en Godfried Bomans in 1971 op Rottumerplaat kampeerden, ontdekte Smets een andere verborgen plek. ‘Bovenop liggen daktuinen die bezoekers een alternatieve looproute moesten bieden. Stedenbouwkundig niet logisch, maar ingestoken vanuit het idee om menselijke en prettige ruimtes te maken. Helaas zijn de tuinen, onder meer vanwege het daklozenprobleem, nooit toegankelijk geweest.’

Eten deed Melle Smets bij friet- en hamburgertenten, eetcafés en Albert Heijn. ‘Voor het toilet ging ik regelmatig naar McDonald’s waar ik dan meteen een praatje aanknoopte met de bejaarde toiletmevrouw. Ik had gehoopt om af en toe aan te schuiven bij mensen thuis. Op de koffie kan wel, maar blijven eten vinden ze te intiem. Het is een bepaald type mens, dat hier woont. Een bewoner zei: “We zijn mall rats. We houden van comfort van het wonen in de stad. We hebben een hekel aan natuur en houden van het geluid van zoemende airco’s.”’