Toekomst Kersenboomgaard lastig voorspelbaar

Vlak naast de grijs betonnen toren van de brandweerkazerne in Leidsche Rijn, waarvan half Utrecht hoopt dat de glijstang voor de brandweerlieden vanaf de bovenste verdieping helemaal doorloopt naar de begane grond, staan drie kloeke gebouwen. De bestemming van deze loodsachtige gebouwen laat zich op het eerste gezicht niet makkelijk raden. Op deze gevels staat niet in grote rode letters de functie aangegeven, maar zijn in de donker gebeitste planken een ´1´, een ´2´ en een ´3´ uitgespaard. De gebouwen staan in een voormalige hoogstamkersenboomgaard.

Door: Timon Doorenbos

Ongeveer een jaar geleden werden de atelierwoningen in de Kersenboomgaard opgeleverd, naar een ontwerp van Lars Zwart van architectenbureau op ten noort blijdenstein. De dertig woningen zijn gebouwd in opdracht van woningcorporatie Portaal, maar op initiatief van SWK Kunsthuisvesting en de gemeente Utrecht. De gebouwen zijn identiek van vorm, alleen de kleur – zwart, grijs en bruin – van de gevels verschilt. Ook de situering wisselt, twee gebouwen staan haaks op de weg, één in de langsrichting. Aan de overkant van de weg razen de treinen richting Amsterdam en Utrecht Centraal. De ateliers liggen op de begane grond, de woonruimte is op de bovenverdiepingen gesitueerd.

Qua vorm zijn de drie gebouwen overduidelijk geïnspireerd op een type dat hier, toen het nog overwegend landelijk gebied was, veel vaker voorkwam: de schuur. Ze vertonen ook opvallende uiterlijke gelijkenis met een bouwwerk verderop, in de Meern, dat een vergelijkbare bestemming, maar een meer organische ontstaansgeschiedenis kent. De Metaal Kathedraal is ooit gebouwd als een neogotische katholieke kerk, werd gedurende ongeveer een halve eeuw gebruikt als metaalfabriek en is nu atelierruimte. Waar elke vierkante centimeter van de Metaal Kathedraal spreekt van historie, van een geleefd verleden, spreekt elke centimeter van de Kersenboomgaard van nieuwigheid, van iets dat nog moet ontstaan.

OPEN HAL
Bezoekers die vanaf de brandweer komen, passeren eerst de tijdelijke, gemeenschappelijke moestuin die aan de rechterkant van gebouw 1 grenst. Van deze kant oogt het gebouw, door de donkere kleuren en de verhoudingsgewijs kleine ramen, vrij gesloten. Maar wie iets verder doorloopt, kijkt door de grote glazen hoofdingang in de rechthoekige centrale hal. Zoals het een goede schuur betaamt, bestaan de drie gebouwen vanbinnen voornamelijk uit open ruimte. De over de gehele lengte van het dak gelegen lichtstraat en de stralend witte wanden maken van de binnenkant een oase van rust en ruimte. Die hal fungeert als hoofdingang, centrale hal, straat en ook, of misschien wel voornamelijk, als gemeenschappelijke expositieruimte. Aan weerszijden grenzen alle ateliers met hun vooringang aan deze ruimte. Dankzij de plafondhoge glazen puien kijk je bij iedereen direct de werkruimte binnen.

Dat geeft een bijzondere dynamiek, vindt theatervormgeefster Kim van der Zijde: “’Je merkt heel erg dat iedereen nog erg zoekende is. Hoe richt ik mijn atelier in? Wat laat ik zien in de hal? Er zijn mensen die de ruimte gebruiken als kantoor of als showroom om klanten te ontvangen. Op bezoekers komt de hal heel spectaculair over.” In de hal van gebouw 1 staat schuin voor de ingang van het atelier van beeldend kunstenaar Monique Sleegers een groot houten huis. Het breekt op speelse wijze de ruimte maar het laat ook zien hoe verschillend er over de invulling daarvan gedacht kan worden. “Hier aan het begin van de hal worden veel workshops gegeven. Danslessen, vrije expressie, ook voor kinderen. Daardoor is er veel aanloop van ouders, belangstellend bezoek en dat is heel prettig. Maar het is ook al gebeurd dat een van die kinderen, per ongeluk, een beeld omver heeft gelopen. En dan is het minder fijn dat het zo toegankelijk is.”

Bezoekers aan de Kersenboomgaard zullen voornamelijk voor een cursus of een workshop komen, maar als ze een rondje lopen kunnen ze wel gelijk bij andere kunstenaars naar binnengluren en -glippen. Verlaat je gebouw 1 op weg naar de buren dan passeer je eerst het grootste deel van de boomgaard – openbaar, maar vooral in gebruik als gemeenschappelijke buitenruimte door de bewoners – waarna je een blik op de activiteiten in de ateliers aan de rechterzijde van het tweede gebouw kan werpen. Dit is de enige zijde van de gebouwen waar de achterdeur, de snelste toegang tot de woning, aan de straat grenst. Er is nadrukkelijk voor gekozen dat de atelieringang ook de voordeur is. Een lange trap leidt naar de over twee verdiepingen verdeelde woningen. Een ruime woonkamer met open keuken beslaat de eerste verdieping. Daarboven is plek voor twee slaapkamers, de badkamer en een rommelhok.

INTERACTIE VAN BEWONERS
Voor de meeste bewoners betekende de verhuizing niet alleen een nieuwe woning en nieuwe werkruimte. Het was vaak ook een overgang van drukke binnenstad naar slapende voorstad en een nieuwe manier van samenleven met buren en mede kunstenaars. De aanwezigheid van andere kunstenaars kan inspirerend werken en juist dan kan het stimuleren om even bij elkaar langs te gaan, geluiden uit een andere werkplaats op te vangen. “Maar,” vertelt Sleegers, “in dit gebouw zit van alles door elkaar. Theater, webdesign, architectuur. In een ander gebouw, heb ik gehoord, wonen mensen die elkaars werk helemaal niet tof vinden.“ Nanette Smeets maakt spinsels in olieverf en is erg positief over de samenlevingsvorm in de Kersenboomgaard. “Door de wat geïsoleerde ligging van Leidsche Rijn bruist het hier een stuk minder, waardoor je meer op elkaar bent aangewezen. Je merkt dat iedereen daar anders mee omgaat. Bewoners moeten nog aan elkaar wennen, maar gisteren vierden we hier een bruiloft met zijn allen. Nu we ook een gemeenschappelijke moestuin hebben, is het stempel van commune snel gedrukt. En dat vindt misschien niet iedereen even prettig.”

Verhuurder SWK Kunsthuisvesting houdt bij het toewijzen van de woningen wel enigszins rekening met de verschillende disciplines van de kunstenaars en de mogelijk aanwezige behoefte aan gemeenschapszin, maar laat de wijze van samenleven vooral aan de bewoners over. Een huurdersvereniging is in oprichting en via de eigen website kunnen ervaringen worden gedeeld. En dat maakt de toekomst van de Kersenboomgaard even interessant als onzeker. Na ongeveer een jaar raken de meeste bewoners langzaam gewend aan hun nieuwe omgeving, maar of en op welke manier zij een plek in de wijk zullen opeisen, blijft ongewis. Wie weet gebuikt iedereen over een tijd de achterdeur als voordeur, hangen er gordijnen voor de glazen puien en verstoffen de centrale ruimtes. Of misschien kent de Kersenboomgaard dan een drukke culturele agenda met tal van exposities, manifestaties, voorstellingen en moet kunstminnend Utrecht naar Leidsche Rijn in plaats van de binnenstad.