‘Stedelijkheid is niet het stapelen van stenen’

INTERVIEW MET WETHOUDER GILBERT ISABELLA

PvdA’er Gilbert Isabella is de nieuwe wethouder van ruimtelijke ordening en wonen. ‘Hoe kunnen mensen zeggen dat we geen visie hebben.

Door: Mark Hendriks

Hoe belangrijk is architectuur?
‘Architectuur is een essentieel onderdeel van de ruimtelijke ordening. Daarmee bouwen we de stad.’

Waar moet architectuur in Utrecht aan voldoen?
‘Dat is afhankelijk van de plek in de stad en het wisselt per project. Bij veel nieuwe ontwikkelingen stellen we van tevoren uitgangspunten vast, bijvoorbeeld in beeldkwaliteitsplannen. Soms laten we het open, zoals in het geval van de vrije kavels op het Veemarktterrein. Onlangs hebben architecten in een ideeënprijsvraag de woonwensen van geïnteresseerde bewoners vertaald in individuele woningontwerpen. Voor het vervolg is het van belang om op stedenbouwkundig niveau uitgangspunten te formuleren waarbinnen die kavelontwerpen een plek kunnen krijgen.’

In het vaktijdschrift Blauwe Kamer stond onlangs een artikel over het gebrek aan visie bij de gemeente op de stedenbouwkundige ontwikkeling van de stad. Er werden onder meer vraagtekens gezet bij de bouw van Leidsche Rijn Centrum – een soort Parijs in de suburb.

‘Daar ben ik het pertinent mee oneens. Leidsche Rijn is een stad van honderdduizend mensen, net zo groot als Leeuwarden. Het kan niet zo zijn dat het voorzieningenniveau daar niet aan voldoet. Het gaat niet alleen om winkels voor de dagelijkse boodschappen, maar ook om een programma dat voldoet aan de culturele en recreatieve behoefte van de bewoners. Dus gaan we ook daar voor een schouwburg, voor kantoren, voor een ROC. Over het vermeende gebrek aan visie kan ik kort zijn. Het verhaal van Leidsche Rijn Centrum als tweede stadshart, naast de binnenstad, stamt uit 2004. En zie: zo gaat het worden. Hoe kunnen mensen dan zeggen dat we geen visie hebben?’

In hetzelfde artikel wordt getwijfeld aan de stedelijkheid van de stad.
‘Stedelijkheid is niet het stapelen van stenen. Het betekent dat je op het niveau van de gehele stad zorgt voor verschillende woonen werkmilieus. Het Cartesiuskwartier is een plek voor creatieve industrie. In Leidsche Rijn Centrum wonen studenten straks naast ouderen in woon-zorgcomplexen. En Rijnenburg zorgt voor een landelijk woonmilieu – een milieu dat nu ontbreekt.’

Het inzetten op meerdere locaties kan ook betekenen dat het overal net niets wordt en dat echte stedelijke plekken, zoals de binnenstad, uitgehold raken.
‘Dat denk ik niet. In het Dynamisch Stedelijk Masterplan (DSM) kijken we stadsbreed. We hebben dertien locaties aangewezen die de stedelijkheid kunnen versterken. Het Veemarktterrein levert een andere plek op dan de locaties langs het Merwedekanaal.’

Het DSM gaat tot nu toe vooral over locaties en de mogelijke rollen die de gemeente kan spelen. Hoe gaat het verder?
‘We werken aan een ruimtelijke strategie om het DSM verder te brengen – maar dat is mede door de economische crisis niet gemakkelijk. De gemeente moet flink bezuinigen en marktpartijen houden de hand op de knip. Ik zou bijvoorbeeld graag aan de slag gaan langs het Merwedekanaal en de markt haar werk laten doen. Dat is in deze tijd even niet aan de orde.’

Tot 2040 moeten er 54.000 woningen bij komen. Gaat dat in het huidige tempo van het DSM lukken?
‘Veel jonge mensen willen in Utrecht wonen en aan die vraag kunnen we nog niet voldoen. Dus houd ik meerdere ‘prioritaire’ ballen in de lucht, zoals Leidsche Rijn en het stationsgebied. Die moeten koste wat kost worden afgemaakt om de woningbouw in gang te houden.’

En de woningmarkt moet worden losgetrokken?
‘Zeker. Banken moeten weer doen waarvoor ze op deze wereld zijn: hypotheken verstrekken aan starters. De restricties zijn te ver doorgeschoten, zzp’ers kunnen amper een lening krijgen. Bovendien wil ik de experimenteerstatus van het rijk om te oefenen met manieren om mensen die te goedkoop wonen te stimuleren te verhuizen – zodat de woningmarkt in beweging komt.’

Tot slot de leegstand van kantoren. In het tv-programma De Slag om Nederland zei u dat u graag meer macht heeft om dit probleem aan te pakken. Hoe zou dat eruit zien?
‘Ik zie wel wat in een soort uitschrijfplicht – zoals in de gemeentelijke basisadministratie. Als bedrijven van kantoor wisselen moeten ze een oplossing vinden voor hetgeen ze achterlaten. Een ander is idee is om de termijn voor tijdelijke huurcontacten te verlengen van vijf naar tien jaar. Dat maakt transformatieplannen kansrijker.’