Centrumplan Nieuwegein lijkt ongevraagd spektakel

De eerste fase van het nieuwe Nieuwegeinse centrum is gereed. Een rondgang laat veel spectaculaire architectuur zien, maar roept ook de vraag op of Nieuwegein zo veel spektakel nodig heeft. Inwoners zijn trots, maar missen tegenwicht van lokale ondernemers naast het geweld van grote ketens.

Door: Marc Nolden

Winkelcentrum Cityplaza, een ontwerp van architect Jan Hoogstad, vormde sinds 1985 het stadshart van Nieuwegein. Door de toenmalige economische crisis konden de oorspronkelijke (veel ambitieuzere) plannen slechts gedeeltelijk worden uitgevoerd. Men koos voor de bouw van een overdekt centrum met winkels. Hierdoor kwam het geplande centrumstation van de sneltram los te liggen van de gebouwen. De gebouwen zelf hadden lelijke achterkanten met smoezelige parkeerpleintjes en van een aangename openbare ruimte was geen sprake. Er was eigenlijk maar één straat (de Passage), en een rondje lopen was niet mogelijk – iets wat bewoners en winkeliers frustreerde. ’s Avonds veranderde het gebied in een schemerwereld waar je liever niet kwam.

HET ‘NIEUWE’ NIEUWEGEIN
Eind jaren negentig kwam de gemeente met een nieuw plan. Onder supervisie van architect Ben van Berkel en landschapsarchitect Michael van Gessel werd de ontwikkelvisie ‘Atelier Binnenstad’ gepresenteerd met veel aandacht voor parkeren en winkelen – twee aspecten die in Cityplaza (ondanks de vele minpunten) waardering kregen. Nieuwegein is door haar ruimtelijke opzet een autostad en die auto moet zo dicht mogelijk bij de winkels kunnen komen. Nu, twaalf jaar later, is het plan voor een groot deel uitgevoerd. Het betreft een nieuw stadhuis, een winkelplein met amfitheater, een theater- en kunstcentrum, een bovengrondse – én twee ondergrondse parkeergarages. Het winkeloppervlak is van 28.000 naar 56.000 m2 verdubbeld en het aantal ondergrondse parkeerplaatsen nam toe naar 1200. Het plan biedt verder ruimte aan diverse culturele voorzieningen, horeca, appartementen en kantoren. Om de parkeergarages enigszins betaalbaar te maken en niet te diep te hoeven graven, is de gehele stadsvloer verhoogd en vormt dit nieuwe maaiveld, dat tussen de gebouwen doorgolft, als het ware de verbinding tussen de verschillende gebouwen en lagen en de basis voor het stedelijk leven in dit deel van Nieuwegein. Al met al een bijzonder ambitieus plan en een kostbare operatie, waarbij velen de vergelijking met het centrum van Almere maken (van de hand van Rem Koolhaas), ook een ´new town´. Maar ook met Rotterdam, qua architectonisch spektakel. Toparchitecten uit binnen- en buitenland werd gevraagd om de gebouwen in Nieuwegein vorm te geven en zo het ´nieuwe´ Nieuwegein op de kaart te zetten. Want kennelijk is Nieuwegein klaar met haar oude imago. Nieuwegein wil stad zijn, crisis of niet.

BLOEMMOTIEVEN
Een wandeling door het nieuwe centrum begint bij het Stadhuis. Dit futuristische gebouw met geschakeerde glazen gevels met motiefprint is vanuit de omgeving goed zichtbaar en staat middenin het gebied. Eromheen liggen diverse pleinruimtes en het lijkt alsof er zojuist een ruimteschip is neergestreken. Het gebouw heeft geen uitgesproken voor- of achterkant. Door de logica van de pleinroutes worden bezoekers automatisch naar binnen geleid en komen ze uit in een ruime hal, een soort overdekt plein, met winkeltjes en een café met terras. De natuurstenen bestrating die buiten op het plein ligt, loopt door in het gebouw. Een majestueuze witte spiraaltrap leidt je naar boven, naar de centrale receptie. Nog hoger in het gebouw bevinden zich de gemeentelijke afdelingen, het stadsbestuur, de raadzaal en een restaurant. Hier is een royaal dakterras, met uitzicht op het glazen theatergebouw van architect Frits van Dongen (Architecten Cie) en de bovengrondse parkeergarage met bamboegevel. Het stadhuis zelf is ontworpen door het Deense architectenbureau 3XN, bekend van het Amsterdamse Muziekgebouw aan ’t IJ. Tussen het theater en het stadhuis ligt het Stadhuisplein: een zonnig plein in de vorm van een hellend vlak met verspreide boombakken en geïntegreerde bankjes. Binnenkort is het hier elke zaterdag markt. Van boven is het bloemmotief dat met donkere en lichtere tinten grijs natuursteen in de bestrating is aangebracht, goed zichtbaar. Voorbijgangers begeven zich feitelijk op het dak van de ondergrondse parkeergarage.
Aan de andere kant van het Stadhuis is het minder zonnig. In de slagschaduw van het gebouw liggen het winkelplein en het amfitheater. Deze kwartronde verlaging van het maaiveld met trappartij en roltrap geeft toegang tot de parkeergarage onder het Stadhuis en vormt een tribune en podium voor voorstellingen, maar ook een royale zitgelegenheid voor winkelend publiek. Bovenlangs is een hek (valbeveiliging) geplaatst dat speciaal ontworpen en uitgevoerd is met, ook hier, een bloemmotief. De gehele openbare ruimte is ontworpen vanuit het thema ´Blooming City´ – een idee van het Amsterdamse bureau B+B. Doordat de stadsvloer verhoogd is en er geen bomen in de volle grond kunnen groeien, bedachten de ontwerpers patroonschema’s van bloemen en takken die in verharding, straatmeubilair en plantvakken terug te vinden zijn. Volgens de ontwerpers versterkt ´Blooming City´ de identiteit en herkenbaarheid van de jonge stad Nieuwegein.

PRETTIGE SCHAAL
De rest van het winkelplein ligt er zonniger bij. Zes nieuwe woontorens – in verschillende vormen, maten en kleuren – vormen samen een aangename pleinwand. Daaronder bevindt zich een aaneengeschakelde plint met winkelpanden. De bomen in de daktuinen erboven wuiven in de wind en doen mee in het straatbeeld. Een totaalontwerp van architect Pi de Bruijn. Hier zijn de meeste mensen te vinden. De schaal is prettig, het voelt knus. Even verderop is de entree van de bestaande winkelpassage, waarvoor een nieuwe gevelpui is gemaakt. In de toekomst komt er, parallel aan deze passage, een tweede winkelstraat, waarvoor nu al een doorbraak door een bestaand bouwblok is gemaakt. Deze straat komt uit op het huidige marktplein van Cityplaza (het toekomstige ´Horecaplein´), zodat het winkelend publiek in de toekomst het gewenste rondje kan lopen. Liesbeth van der Pol van DOK architecten werkt daaraan. Langs het kanaal de Doorslag ligt de zogenoemde Boulevard. Aan het fietspad, waar jarenlang palmbomen in houten bakken stonden, is een strak ingerichte kade gemaakt met ranke platanen in een rij. De kade is ingericht met bankjes, prullenbakken, lichtmasten en afmeerbolders. Ook hier het natuursteen en de bloempatronen. Tussen de kade en het Stadhuis ligt het jammer genoeg braak. Hier hadden twee hoge woontorens (de Palmtorens van bureau KCAP) moeten komen, die de sfeer van het nieuwe centrum tot aan het water moesten laten doorlopen, maar die zijn door faillissement van de investeerder geschrapt. De gemeente probeert momenteel partijen bereid te krijgen om het gat (hoogwaardig) te dichten. Voorlopig ligt de kade er wat los bij en is het uitzicht op een jaren zeventig portiekflatje niet heel bijzonder. Ook de leegstaande kantoorgebouwen, die in een schil om het centrum heen staan, vormen een doorn in het oog.

NAUWELIJKS VERRASSEND
Terug op het Winkelplein vullen de bankjes zich met jonge mensen en scholieren. Het is lunchtijd. Vanaf hier heb je goed zicht op het plein, de mensen en de winkels. Wat opvalt is het winkelaanbod. Veel ketens: Jumbo, Saturn, Kruidvat, Men at Work, New Yorker, The Sting, Multivlaai. Die heb je overal. Waar ben ik eigenlijk? Of maakt dat niet uit? Enkele voorbijgangers vertellen dat ze trots zijn op hun nieuwe flitsende centrum, maar wel de gewone bakker, de groenteboer en de slager missen. ´Vroeger fietste je hier heen voor de dagelijkse boodschappen.´, vertelt een oudere vrouw, ´Tegenwoordig moet je naar de omliggende wijken voor een gesneden bruin.’ Het blijkt dat de lokale ondernemers, als gevolg van de torenhoge ambities en grondprijzen de huren hier niet meer kunnen betalen en hun heil elders zoeken. Een lokale boekhandel houdt nog stand, maar heeft het moeilijk. De eigenaresse vertelt dat ze veel oppervlak moet afnemen en dat de kans groot is dat vanwege de hoge huren in het centrum straks alleen nog plek is voor grootwinkelbedrijven en multinationals. En dat geeft te denken. In hoeverre sluit het nieuwe centrum, hoe mooi ook, eigenlijk aan op het sociaal-culturele achterland van Nieuwegein en omgeving? Nieuwegein wil stad zijn, maar willen de Nieuwegeiners en de mensen uit de regio dat ook? Voorziet deze ontwikkeling in een behoefte, of is zij opgelegd door bestuurders en beleggers? Van wie is het Nieuwegeinse stadshart? In een recente aflevering van het televisieprogramma De Slag om Nederland kwamen deze vragen aan de orde. De makers onderzochten hoe het kan dat nagenoeg alle nieuwe winkelcentra in Nederland op dezelfde wijze gebouwd worden (door grote beleggers en ontwikkelaars) en er bijna allemaal hetzelfde uit zien (winkelketens). Nieuwegein werd in een rijtje met onder andere Maastricht en Amsterdam genoemd. Nieuwegeins wethouder voor Ruimtelijke Ordening Bert Lubbinge en adviseur Peter Trimp van Multivastgoed werden om een reactie gevraagd, maar weerlegden enige gelijkenis met andere steden: ‘Dit is Nieuwegein’.

KRACHTENSPEL
Qua bouwwijze en programma wees Lubbinge naar belegger Cório (overigens ook actief in het Utrechtse Hoog Catharijne) die in zijn ogen de belangrijkste speler is en nu eenmaal gebaat is bij een groot modern winkelcentrum met goedlopende ketens, zodat diens investering binnen een paar jaar is terugverdiend. En ook de projectontwikkelaar, in dit geval Multivastgoed, bouwt wat de belegger, Cório, wil. Op de vraag of de wethouder geen rol heeft te vervullen in het behartigen van de belangen van de Nieuwegeiners en de omliggende regio, antwoordt hij dat de gemeente hooguit ambities kan formuleren, maar formeel geen positie heeft in dit krachtenspel – zij faciliteert louter. En dat is vreemd: aan de ene kant investeert de gemeente in een nieuw winkelcentrum van bijna een miljard euro, maar aan de andere kant heeft ze totaal geen invloed op de invulling daarvan. Ze mag hooguit meebeslissen hoe het er fysiek uit komt te zien en kennelijk moet dat zo opvallend mogelijk zijn.

LOKALE ONDERNEMER
Het Nieuwegeinse centrum is een schitterend plan, waar de beste architecten aan hebben gewerkt. Kosten noch moeite zijn gespaard. Het is een heus parkeer- en winkelparadijs met oogstrelende architectuur. Maar welbeschouwd kan het overal in Nederland staan en vormt het geen logisch antwoord op de vraag en behoeften van de gebruikers. Sterker nog: de winkelcentra in de buurtgemeenten zullen mogelijk worden ‘leeggetrokken’ door deze ontwikkeling. In hoeverre wedijvert het Nieuwegeinse centrumplan met de plannen voor het Utrechtse stationsgebied en Leidsche Rijn Centrum? De komende jaren wordt er in Nieuwegein nog hard gewerkt om het centrumplan te voltooien. Hopelijk wordt dat iets bescheidener aangepakt en komt er iets meer ruimte voor de lokale ondernemer. Zo nodig met wat minder architectonisch geweld.