3001_01_N1388_mediumBW

Stadskantoor Utrecht

De jury van de Rietveldprijs 2015 heeft acht gebouwen aangewezen die dit jaar in aanmerking komen voor de prijs. AORTA heeft de redactie van Post Planjer gevraagd wekelijks een gebouw op de shortlist voor 2015 te recenseren. Als eerste het stadskantoor van Kraaijvanger.

Veel inwoners van Utrecht, bezoekers en passanten hebben het stadskantoor met belangstelling zien worden tot wat het nu is; een opvallende sculpturale verschijning in het stationsgebied. Het complexe gebouw op een complexe plek kent op alle schaalniveaus interessante aspecten, die bij de jury van de Rietveldprijs voor de nodige discussie zorgen.

Aan de vorm van het gebouw ging een lange studie vooraf. Naast de ingewikkelde puzzel om het te laten aansluiten op het nieuwe Centraal Station, vormde het onderbrengen van de gevraagde vierkante meters op een relatief smalle footprint in een gebouw met smoel de grote uitdaging. Om te voorkomen dat het een bureaucratische kolos zou worden, is het programma verdeeld over twee torens op een dunne poot over het opgetilde plein. Om het volume in evenwicht te brengen en de torens een zekere dynamiek te geven hebben ze allebei een andere schuine versnijding.

Hier en daar zijn happen uit het gebouw genomen

Ritmiek
De gladde composietgevels zijn opgetrokken uit twee lagen vacuüm gezogen polyester. De tussenruimte is gevuld met isolerend schuim. Diepe neggen zorgen dat het gebouw niet te vlak wordt en de schaduwwerking gelijk gebruikt kan worden als zonwering. De ritmiek van de grote gevels wordt niet alleen bepaald door de zee aan ramen, maar ook door een verdiepingsoverschrijdende indeling. Bovendien zijn de zesde, elfde en de bovenste verdieping hoger. Hier en daar zijn happen uit het gebouw genomen; sommige zijn voorzien van vlakke ramen, andere vormen een balkon voor rokers of een meer dan torenbreed terras van het restaurant voor medewerkers.

"wat weegt je gebouw?"

Constructief samenspel
Het bedenken is één ding, het maken een tweede. De constructie is een samenspel van drie structuurprincipes. De hoofdconstructie is een reusachtig vakwerk van staal. De noordelijke toren heeft een grote betonkern, de zuidelijke toren wordt door staal gedragen. Samen rusten ze op een staalbetonplaat, die wordt ondersteund door de dunne poot, “als twee dansers die elkaar in evenwicht houden”. In de trant van Buckminster Fuller vroeg Dirk Jan Postel zich af “wat weegt je gebouw”? Met rekenwerk en een model van stokjes is bekeken hoe er constructief zoveel mogelijk weggelaten kon worden, zodat je binnen niet krankjorum wordt van alle door de constructie bepaalde hoeken en vreemd gevormde plekken.

Plek in de stad
Het gebouw staat op een voorheen ontoegankelijk terrein achter de sporen, dat nu op een prominente manier bij de stad is getrokken. Als centrumbewoner is het even zoeken naar de ingang van het alzijdige stadskantoor. Het gebouw staat op een verhoogd plein met een steile trappartij en een fietsenstalling daaronder (ook van Kraaijvanger). De trap werkt perfect als verblijfsplek en heeft daardoor daadwerkelijk toegevoegde waarde voor het Jaarbeursplein. De entree met zijn glazen pui is vreemd genoeg gericht op het station, niet op de stad.

De trappartij werkt perfect als verblijfsplek

Interieur
Achter de glazen pui bevindt zich de monumentale hal, die alle publieke zaken ontsluit en tevens ruimte biedt aan tentoonstellingen en ook aan evenementen. Tot de zesde verdieping is de onderbouw publiek toegankelijk. Daarna volgen de verdieping met werk- en vergaderruimtes verdeeld over de twee torens, die ook direct bereikbaar zijn via een roltrap die de ruimte spectaculair doorkruist.
Werknemers moesten een beetje wennen aan de nieuwe behuizing; met al je collega’s in één gebouw, in plaats van verspreid over 13 verschillende locaties. Hoewel er flink aan gerekend is, lijkt het gebouw te krap behuisd. Dat is maar schijn. Door het afslanken van de gemeentelijke organisatie hebben zelfs diverse externe huurders een plek in het stadskantoor gekregen. Dat sommige collega’s elkaar om een plek beconcurreren op de kantoorverdiepingen ligt vooral aan het feit dat geen verdieping hetzelfde is en niet elke afdeling evenveel medewerkers telt. Iedere verdieping heeft een afwisselende indeling met een ‘huiskamer’, open werkplekken, vergaderruimtes en stilte plekken. Vooral deze laatste zijn populair omdat de aantrekkelijk ingerichte gemeenschappelijke ruimtes uitbundige onderlinge gesprekken opwekken.

Selectie Rietveldprijs
Terwijl de inwoners van Utrecht het stadskantoor in hun hart lijken te sluiten, twijfelden de juryleden van de Rietveldprijs of het gebouw überhaupt opgenomen moest worden in de lijst van geselecteerden projecten voor de editie van 2015. Het toont opvallende gelijkenis met het gebouw van Steven Holl architects dat tussen 2007 en 2012 is gerealiseerd in Chengdu, China. Het gevelontwerp van het stadskantoor dateert uit najaar 2006, maar de witte torens met een ritmiek van ramen en schuine constructieve lijnen op een verhoogd plateau dat bereikbaar is met een lange, steile trap, vormen overeenkomsten die de jury niet zijn ontgaan.

Heeft de gemeente in het stationgebied de touwtjes wel voldoende in handen?

Discussie
Los van de architectonische kwaliteiten van het gebouw en vermeende plagiaat roept het Stadskantoor ook een stedenbouwkundige discussie op. De geplande WTC toren zal voor het stadskantoor komen te staan en de blik op de entree deels ontnemen. De vraag rijst of de gemeente in het stationgebied de touwtjes wel voldoende in handen heeft. Maar de stedenbouwkundige discussie moet wat mij betreft vooral gaan over het feit dat de stad een poging doet om belangrijke stedelijke functies van het maaiveld te tillen en de verhoogde centrumboulvard moeizaam aansluit op de oostzijde. Nog dagelijks galmen de klachten na over Hoog Catharijne met haar een ontoegankelijke en doodse zone op straatniveau. Heeft niemand hier dan iets van geleerd?

3001_01_N1393_mediumBW
3001_01_N1397_mediumBW
3001_01_N1423_mediumBW
3001_01_N1388_mediumBW
3001_01_N1359_mediumBW