_0004832 OKE – ZW

Nieuwbouw aan de Steenweg

Acht gebouwen komen in aanmerking voor de Rietveldprijs. AORTA heeft de redactie van Post Planjer gevraagd wekelijks een gebouw op de shortlist voor 2015 te recenseren. Deze week: woonwinkelpand aan de Steenweg 17.

Het nieuwe woonwinkelpand van Dreessen Willemse Architecten staat schuin tegenover Museum Speelklok in de Buurkerk aan de Steenweg. De architecten hadden de opdracht onder een voorwaarde; een plan met goedkering van Welstand betekende een betaalde opdracht. Er was ze dus heel wat aan gelegen om het plan door Welstand te krijgen, al ging daar een straffe dialoog met de commissie aan vooraf. De manier waarop de binnenstedelijke puzzel, die aan het ontwerp ten grondslag ligt, is opgelost, heeft de doorslag gegeven bij de nominatie voor de Rietveldprijs.

Een straffe dialoog met de commissie Welstand ging aan de bouw vooraf

De zoektocht van de architecten richtte zich op de ritmiek van de gevels, de kleur en het materiaalgebruik waardoor het pand qua maatvoering en uitstraling bij zijn omgeving zou aansluiten. Al puzzelend werd duidelijk dat de strenge bepalingen in het bestemmingsplan – goothoogte, dakhelling en rondgaand schilddak lagen vast – op een goed doordachte analyse berusten en tegelijkertijd de kwaliteit ten opzichte van het oude, samengeklonterde pand moesten verbeteren.

Geschiedenis van de plek
De architecten zijn voor hun schetsontwerp uitgebreid in de historie en ontwikkeling van het voorgangerpand gedoken. Voor de sloop in 2013 van de vroegere bebouwing was hier een Schoenenreus gevestigd. Boven de sfeerloze winkel prijkte een rijke gevel in neorenaissancestijl uit het eind van de negentiende eeuw die was ontworpen voor de NV Lommen’s Dames confectiemagazijnen. Het oorspronkelijk smalle, diepe modehuis van Lommen’s werd in de loop der tijd uitgebreid met percelen langs de Steenweg en de beide, flankerende stegen. In 1903 werd het buurpand op nummer 19 gesloopt en de bestaande gevel aan de Steenweg verdubbeld. Tegelijkertijd werden de panden Massegast 13, 15 en 17 gesloopt voor een uitbreiding naar achteren. In 1917 zijn twee panden aan de Hekelsteeg aangekocht en vervangen door een tweelaags bouwdeel met een plat dak en een vereenvoudigde versie van de voorgevel. Als laatste werd een jaar later het perceel Massegast 11 bij het modehuis van Lommen’s getrokken en voorzien van eenzelfde uitgeklede versie van het neorenaissance uiterlijk van de voorgevel.

Smakeloze dakkapellen, een uitgeholde glazen gevel op de begane grond, een onooglijke witte luifel erboven en de witgepleisterde gevels in beide stegen waren er waarschijnlijk debet aan dat het pand van Lommen’s niet op de gemeentelijk monumentenlijst terecht is gekomen. Daar kwam bij dat de verdiepingen behoorlijk waren uitgewoond. Desalniettemin paste het door zijn maatvoering en de ensemblewerking naadloos in de omgeving. Het duurde dan ook even voordat de gecombineerde Welstands- en monumentencommissie overtuigd was van de architectonische kwaliteit van het nieuwe plan en goedkeuring wilde verlenen aan sloop. Een eerdere samenwerking tussen de eigenaar en opdrachtgever van de nieuwbouw met andere architecten was daarop stuk gelopen.

De binnenstedelijke puzzel van het ontwerp gaf de doorslag bij de nominatie voor de Rietveldprijs

Klassiek modern
De brede nieuwbouw loopt door in de Massegast en vouwt zich om het hoekpand aan de Hekelstaat. Het vormt een overduidelijke eenheid met alle drie de zijden, maar toch overheerst de verticaliteit waardoor de parcellering aansluit op de Steenweg. De klassieke gevelopbouw met een moderne strakke detaillering heeft een architectuur opgeleverd die zo logisch past bij de omgeving dat terstond de herinnering aan de voorganger oplost. Toch refereert de nauwelijks waarneembare, maar wel degelijk aanwezige, ongelijke indeling van de voorgevel aan de twee panden die er oorspronkelijk hebben gestaan.
Het slagen van het pand valt of staat met de gekozen materialen en details. De hardstenen omkadering van de etalages geeft het pand een stevige basis. De begane grond is met de verdiepingen verbonden door overhoeks een omkaderd raam op te tillen. De subtiel afgeschuinde dagkant accentueert visueel het doorlopen van de gevel in de Massegast. De gemêleerde handvormsteen geeft de gevels precies genoeg levendigheid, zonder het al te bont te maken.

_0004728_OKE_CocacolaZW
_0004998 OKE-ZW
_0005213 OKE-ZW
_0005052-ZW
_0004903 OKE-ZW

De bepalingen in het bestemmingsplan, onder meer voor een plat dakdeel dat herinnert aan een voormalig binnenplaatsje, hebben een interessant daklandschap opgeleverd. Het platte deel is ingericht als dakterras voor de studentwoningen op de verdiepingen en in de kap. De bewoners hebben een prachtig uitzicht en gezien vanaf de Buurkerk en de Domtoren voegt het zinken roevendak zich wonderwel in de omgeving.
Maar liefst dertien studentenkamers zijn er gerealiseerd, met een gemeenschappelijke keuken die ruim genoeg is voor een gezamenlijke eettafel. De studentenwoningen worden ontsloten aan de Massegast, in het achterste terugliggende deel dat praktisch de onregelmatige rooilijn volgt van het voormalige modehuis.

Een levendig daklandschap met dakterras voor de studentenwoningen

Haastige spoed
Enkele bepalende beslissingen zijn pas tijdens de bouw genomen, al heeft dat het aanzien van het pand nauwelijks gewijzigd. Zo bleef bijvoorbeeld een nieuwe, diepere kelderbak achterwege. Archeologische proefboringen wezen uit dat er onder de kelder een nog onverstoorde grondlaag aanwezig is die teruggaat tot de Romeinse tijd. Om verder geen tijd te verliezen, is de bestaande kelder intact gehouden en is los ervan een nieuwe vloer aangebracht. Deze beslissing kostte echter wel een aantal waardevolle vierkante meters, die de nieuwe huurder van de winkelruimte nodig had. Daarom zijn concessies gedaan aan de indeling van de rest van het pand, waar zo zorgvuldig op was gepuzzeld.
Doordat er in de smalle straat geen zware kraan kon worden opgesteld, was aanvankelijk een constructie van in het werk gestortte betonelementen bedacht, maar door een krappe planning bleek dit niet mogelijk en werd gekozen voor een stalen draagconstructie. Alle aanpassingen leverden de architecten de nodige hoofdbrekers op. Die hebben inmiddels plaats gemaakt voor gepaste trots nu blijkt dat het pand genomineerd is voor de Utrechtse architectuurprijs, ook bij de opdrachtgever die zijn beoogde vierkante meters zwaar onder druk zag staan.