moreelsebrug-gekromd-tussendek-zw

De Moreelsebrug

Barrière slechten
Met de realisatie van de brug komt er eindelijk een extra verbinding over het spoor. Net als in verschillende andere Nederlandse steden werd het sporentracé grotendeels eind negentiende eeuw aangelegd, net buiten of tegen de rand van de steden. Inmiddels vormt het een moeilijk te slechten binnenstedelijke barrière. Tussen de Bleekstraat ten zuiden en de Leidseveertunnel ten noorden van het station is over een afstand van 1,3 km verder geen enkele mogelijkheid om het spoor te kruisen. De vrijwel aaneengesloten bebouwing langs de Arthur van Schendelstraat aan de centrumkant en de woonbuurtjes en de lastige aansluiting op bestaande infrastructuur aan de westkant bieden weinig andere overbruggingskansen.

de vaart eruit

De Moreelsebrug loopt van het Moreelsepark naar de Croeselaan en het Moreelsepark. De 275 meter lange brug maakt een slinger over de sporen om de opgang in het verlengde van de Mariaplaats te laten aansluiten op de aanlanding naast het kantoor van de Rabobank aan de westkant, ongeveer halverwege de Van Zijlstweg langs de Veilinghaven en de toekomstige voetgangerspromenade over het Jaarbeursterrein. De nieuwe brug heeft aan de westkant een zijverbinding naar de personeelsingang van het hoofdkantoor van de Rabobank. Een aanzienlijk deel van de realisatie van de brug is betaald is door Rabobank Nederland als exploitatievergoeding voor de bouw van het nieuwe hoofdkantoor, de ‘Rabotorens’ aan de Croeselaan. Daarom werd lange tijd de naam ‘Rabobrug’ gebezigd. In april 2015 is deze werktitel naar de uitkomst van een prijsvraag verandert in Moreelsebrug.

moreelsebrughijs-zw
boom2-zw
boom4-zw

een opvallend lint door het stationsgebied

Blikvanger
De gemeente vroeg met de brug “een icoon voor de stad”. In het Programma van Eisen waren onder meer de ligging, de constructie en de gewenste uitstraling opgenomen. Het moest een duidelijk autonoom kunstwerk worden van beton of staal, licht, rank en ijl. cepezed heeft een bescheiden, ogenschijnlijk eenvoudige maar functionele brug ontworpen. De 10 meter brede brug heeft twee gescheiden verkeersbanen waartussen een rij bomen is geplant in verdiepte bakken tussen de trogliggers, die een voorzetting vormt van de bomenrij aan de kant van de binnenstad. Deze zogenaamde IJzerbomen kleuren in de herfst rood. Door deze opzet vormt het brugtraject een verhoogde stedelijke boulevard, die uitzicht biedt op de Dom en het indrukwekkende sporenknooppunt. De iconische waarde zal zich waarschijnlijk vooral in het donker manifesteren als de brug en de bomen van onderen worden aangelicht en een opvallend lint door het stationsgebied trekken.

Net als de Daphne Schippersbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal maakt deze brug deel uit van de hoofdfietsroutes door de stad. Of de brug een volwaardige aanvulling op de fietsverbinding door de Leidseveertunnel en Daalsetunnel wordt, is nog even de vraag. Alhoewel de brug niet veel hoger wordt dan zes meter om te steile aanlandingen te voorkomen, zullen fietsers toch moeten afstappen om met de trap het flinke stijgingspercentage te overbruggen. Dat haalt de vaart er wel uit. De brug zal in de toekomst hopelijk vooral zijn dienst bewijzen als extra ontsluiting van de perrons. In het ontwerp zijn deze toegangen al wel opgenomen, maar de realisatie ervan is vooralsnog een punt van discussie. De ontsluiting van de perrons zal nog extra gewenst zijn als aan de Moreelspark kant de geplande fietsparkeervoorziening gereed komt. De brug heeft vrije steunpunten zodat er in ieder geval nog aan de perrons , het spoorverloop en de -wissels gewerkt kan worden.

i.s.m. Aorta en de Dag van de Architectuur