Momentopname van een bijzonder gebouw

Al in 1997, tijdens zijn Rietveldlezing, bleek de verleden maand overleden Enric Miralles een gedreven architect, gezegend met een duizelingwekkende snelheid van spreken en een ongelooflijke bezieling. De liefde voor het vak en de respectvolle manier waarop hij de verbouwing van het stadhuis uitlegde, spraken toen al tot de verbeelding. Het uiteindelijke resultaat doet dit des te meer.

Marjolein Starreveld

Een kakofonie aan vormen en materialen komt je tegemoet als je het plein bij de Minrebroedersstraat opwandelt. Die mooie bakstenen mozaïekwand, die geel met paarse welving die overvloeit in de volgende welving van paars-rode baksteen die je zo naar de nieuwe entree van het gemeentehuis leidt.      

Binnen zet het feest der vormen zich vrolijk voort. Ook hier is bijna geen rechte wand te bekennen en ook hier vliegen de materialen je om de oren. Bij mijn bezoek werd dit rusteloze beeld nog versterkt door de enorme hoeveelheid werklui die met man en macht moesten zorgen dat op 30 augustus de koningin niet in de natte verf zou grijpen. Het lawaai was overweldigend en terwijl men in de ene kamer tapijt legde, werd in de aangrenzende ruimte nog een wandje gestuukt.

Maar het gebouw blijkt een heldere routing te hebben met in het midden de grote, intact gebleven centrale hal als oriëntatiepunt. De hal is vrijgezet en wordt zo een gebouw binnen een gebouw. Heldere zichtlijnen leiden het oog automatisch in de goede richting. De spectaculaire loopbrug die naar de raadszaal en daarmee publieke tribune leidt, valt meteen op. Behalve een fysieke verbinding, is de brug ook een verbinding van heden en verleden aangezien balken die bij sloop in de raadzaal uit het plafond tevoorschijn kwamen, in de brug zijn toegepast. Dit hergebruik van materialen is iets wat in het hele gebouw voorkomt. Het dient zich al aan in het exterieur. In de kozijnen van de nieuwbouw is het natuursteen van het gesloopte gebouw voor burgerzaken verwerkt. Dit specifieke element doet enigszins kitscherig aan maar elders in het gebouw zijn ruimschoots mooie voorbeelden te vinden.

Trouwzaal
Behalve dat de stad er bestuurd wordt, kan in het stadhuis ook worden getrouwd, in twee naast elkaar liggende trouwzalen op de begane grond. “Afblijven” luidde het credo van de opdrachtgever ten aanzien van de grote zaal. Deze doet dan ook klassiek aan met een cassetteplafond gebaseerd op de balkenlaag uit de negentiende eeuw en een houten lambrisering. Beide elementen zijn in de jaren dertig aangebracht en nu gerestaureerd.    

Wie het interieur van de kleine trouwzaal wil zien, zal zelf in het huwelijk moeten treden. De lege zaal geeft niet prijs wat er gaat komen: Miralles koos voor een strakke ruimte die momenteel nog kil aandoet en het zal moeten hebben van de inrichting, die Jurgen Bey in opdracht van het Centraal Museum voor zijn rekening neemt. Dit museum zal te zijner tijd op meerdere plekken met haar collectie vertegenwoordigd zijn. Gezien de woeste bouwwerkzaamheden is het in dit stadium logisch dat men nog niet is begonnen met het plaatsen van o.a. historische portretten van oud stadsbestuurders.

De kleine trouwzaal laat niets meer zien van de rijke geschiedenis die hier schuilgaat. Waar op andere plekken ervoor is gekozen om historische onderdelen weer naar boven te halen, zijn hier vreemd genoeg alle verwijzingen naar het verleden weggewerkt achter een laag stuc. De enige zichtbare overgebleven elementen zijn het cachot in de vloer en een kaarsnis in de middeleeuwse muur, die door z’n wonderlijke hoge plaatsing in de huidige opstelling als een kunstwerk gaat fungeren. De muur waarin deze nis zich bevindt, loopt door naar de tweede verdieping, waar heden en verleden samenkomen in het portaal voor de raadszaal.

Hier is de historische muur wel blootgelegd en vormt een schril contrast met de in de lucht hangende kozijnen, waarvan de functie in eerste instantie niet duidelijk is. De kozijnen waren bedoeld als dragers van de grote glas-in-lood ramen elders op de verdieping. Het glas-in-lood bleek echter in een dusdanige staat, dat plaatsing in het framewerk levensgevaarlijke situaties zou opleveren voor de stadsbestuurders. Dat de houten constructie uiteindelijk is gehandhaafd, valt toe te juichen. Het is een goed voorbeeld van hoe toevalligheden in een bouwproces een mooi beeld kunnen opleveren.

Ontdekkingsreis
Bijzonder zijn de door Miralles zelf ontworpen lampen, die in groten getale in de raadszaal hangen. Doordat ze in het hele stadhuis opduiken, hangend aan draden of in speciale houders aan de wanden, vormen ze een opvallend, verbindend element. In de raadszaal nam de architect behalve de verlichting ook de “schoolbanken” voor de fractieleden, burgemeester en wethouders voor zijn rekening. Zo zet dit spel der materialen zich voort in het hele gebouw, met intrigerende hoogtepunten, zoals de oude archiefruimte met zijn negentiende-eeuwse betimmering en stalen trekankers, die in volle glorie is hersteld, de prachtige “lichtkasten” bekleed met flinterdunne panelen van transparant hout en niet te vergeten de “Mirallestrap”, opgebouwd uit verschillende materialen, omlijst met meesterlijke kozijnen.     

Kozijnen van stijlvol, rood-bruin hout die overal in het gebouw opduiken, met of zonder aanwijsbare functie, als drager van glas of als beeldend element in het nieuwe gedeelte. In de nieuwe vleugel valt werkelijk geen rechte lijn te ontdekken en het materiaalgebruik lijkt hier z’n hoogtepunt te bereiken. Het is een ontdekkingstocht dit stadhuis, een reis die bij ieder bezoek nieuwe inzichten zal verschaffen. Het bijwonen van raadsvergaderingen wordt een must voor wie zich dit prachtige gebouw eigen wil maken.

Bij uitgeverij Matrijs verschijnen twee boeken over het stadhuis van Utrecht: één over het jongste bouwproces en de geschiedenis van de plek en één met veel foto’s van het nieuwe gebouw.