Een beminnelijk en bescheiden mens

J.I. Planjer heeft als gemeentearchitect een behoorlijke stempel op Utrecht weten te drukken. Zijn gebouwen – voornamelijk scholen en openbare gebouwen – zijn momenteel bijna allemaal beschermd als monument vanwege hun hoge architectonische kwaliteit. De als zeer bescheiden bekend staande Planjer had dit ongetwijfeld niet kunnen voorzien. Er is betrekkelijk weinig bekend over de persoon J.I. Planjer. Hij heeft geen opmerkelijke uitspraken gedaan, er staan geen publicaties op zijn naam, hij mengde zich niet in spraakmakende discussies met collega’s en richtte evenmin een eigen bureau op. Zijn hele arbeidzame leven stond in dienst van de gemeente en wie zijn foto bekijkt ziet dan ook een ambtenaar in functie. Het is zijn werk, dat voor hem moet spreken.

Bettina van Santen

Johan Izak Planjer
Johan Izak Planjer wordt geboren op 7 september 1891 in Leiden als zoon van Bernard Planjer (geboortedatum onbekend) en Jacoba Johanna Elizabeth Nieuwenhyzen (geboren in 1868). Johan Izak, roepnaam Jan, heeft een broer, genaamd Bernard. Diens geboortedatum bij de latere inschrijving als inwoner van Utrecht is te lezen als 7 september 1891 of 1892. Dat broer Bernard exact een jaar later op dezelfde dag geboren zou zijn, lijkt wat onwaarschijnlijk en er zou dus sprake kunnen zijn van een tweelingbroer. Tweelingen of niet, de broers kiezen bijna hetzelfde beroep: Jan wordt architect, Bernard binnenhuisarchitect. Waar beide mannen hun opleiding hebben gevolgd is onbekend, hoewel Leiden voor de hand zou liggen.

Wanneer Jan Planjer naar Utrecht komt, is ook niet precies vast te stellen, maar op 5 mei 1919 treedt hij in dienst bij de gemeente Utrecht als tijdelijk architect eerste klasse bij de Dienst Openbare Werken (DOW). In 1920 komt hij in vaste dienst. Die eerste jaren woonde Jan Planjer wellicht nog bij zijn ouders, want pas in 1925 verschijnt J.I. Planjer (Bz) gemeentearchitect, Sweelinckstraat 3 in het Utrechtse adresboek. In 1929 verhuist hij naar Wilhelminapark 41. Op 7 maart 1931 overlijdt zijn vader Bernard Planjer. Zijn moeder en broer Bernard jr. verhuizen vervolgens naar Utrecht en op 13 februari 1932 nemen de broers en hun moeder intrek op Biltstraat 128. Daar zullen ze gedrieën blijven wonen, Bernard als interieurarchitect en Jan Planjer als gemeentearchitect. Jan Planjer trouwt op latere leeftijd en bewoont met zijn vrouw het benedenhuis, broer Bernard woont erboven. Op 5 mei 1966 overlijdt Jan Planjer.

Eerste architect DOW
Als Planjer in dienst komt bij de Dienst Openbare Werken (of Gemeentewerken) is Op ten Noort de algemeen Directeur. Hij wordt begin jaren twintig opgevolgd door Holsboer. In hun positie concentreren Op ten Noort en Holsboer zich voornamelijk op de algemene stedenbouwkundige ontwik-keling van de stad en zijn zij eindverantwoordelijk voor alle gemeentelijke plannen. Eerste Architect Planjer houdt zich daarentegen met een kleine groep tekenaars en architecten bezig met gebouwen. Onder zijn leiding werkt bijvoorbeeld ook architect 2e klasse Van der Gaast. Hoewel de ontwerpen niet door de individuele ontwerper ondertekend worden – het waren gemeentelijke producten – is het aandeel van Jan Planjer dominant.

De architect ontwerpt gemeentelijke gebouwen zoals openbare scholen en politiebureaus, maar ook bruggen en straatmeubilair. Daarnaast is hij verantwoordelijk voor renovatie en restauratie. Bijna alle openbare scholen die in de jaren twintig worden gebouwd, zijn onder verantwoordelijkheid van Jan Planjer ontworpen. Het zijn gouden tijden voor de scholenbouw. Onder invloed van allerlei nieuwe onderwijsideeën (o.a. van Maria Montessori) en dankzij grote overheidssubsidies, kan architect Planjer zich uitleven in de ontwerpen. Hij ontwerpt de openbare lagere scholen aan de Marnixlaan (nu Aboe Da’oudschool), aan de Laan van Nieuw Guinea, het Maasplein (nu gesloopt), de Laan van Chartroise (Rietendakschool), de Thorbeckelaan en het Stedelijk Gymnasium aan de Homeruslaan.

Al deze scholen vallen op door hun uitgesproken architectuur, veelal in Amsterdamse Schoolstijl of in een verwante baksteenarchitectuur met trekken van de Nieuwe Zakelijkheid. De scholen zijn ook stedenbouwkundig bijzonder gesitueerd, hetgeen mogelijk was doordat ze in nieuw aan te leggen wijken werden neergezet. De indrukwekkende collectie schoolgebouwen die Planjer realiseert, kan in architectonische schoonheid en bijzondere stedenbouwkundige ligging alleen geëvenaard worden door de katholieke scholen uit deze periode van de katholieke architect W.A. Maas (o.a. Brederoplein en Van der Mondestraat).

Naast de scholen wordt onder Jan Planjer ook de veilinghal aan de Croeselaan ontworpen (waarvan alleen de voorbouw behouden is), het hoofdbureau van politie aan het Paardenveld (deels gesloopt) en natuurlijk de politiepost aan de Tolsteegbrug, inclusief de brug en het tramwachtershuisje. Ook deze gebouwen getuigen van een voorkeur voor de Amsterdamse Schoolstijl. Bovendien worden in deze periode plannen gemaakt voor een nieuw stadhuis. Van de bewaard gebleven voorstellen verraadt er één de hand van Planjer. Was dit ontwerp ooit uitgevoerd, dan had Utrecht voor de oorlog zijn historische gebouwenreeks aan de Stadhuisbrug ingeruild voor een geheel nieuw stadhuis dat zich in stijl kon meten met dat van Dudok in Hilversum. De nieuwbouwplannen gingen echter niet door. Wel was Planjer in 1935 de verantwoordelijke architect voor de verbouwing van het bestaande Stadhuis, inclusief de bouw van de nieuwe secretarievleugel, beter bekend als burgerzaken. Na de oorlog wordt Jan Planjer Directeur Openbare Werken. Hij heeft dan nog steeds bemoeienis met alle bouwkundige zaken zoals scholenbouw, maar we vinden geen ontwerpen meer terug van zijn hand. Op 9 november 1956 gaat Planjer met pensioen en voor zijn verdiensten wordt hij benoemd tot officier in de Orde van Oranje-Nassau.

      
Planjer en De Vries
De bescheiden persoonlijkheid van Jan Planjer toont zich wellicht nog het meest in een verhaal dat slechts bij weinigen bekend is. Op de afdeling Gebouwen werkte naast Tweede Architect Van der Gaast ook tekenaar J. de Vries. Volgens getuigen uit die tijd zette De Vries onder de ontwerpen van de gemeentearchitect nadrukkelijk zijn eigen naam, hetgeen niet gebruikelijk was. Zowel bij de Tolsteegbrug, als bij de Laan van Chartroise worden op grond van de ondertekening Planjer en De Vries samen als architecten genoemd. Het Gymnasium aan de Homeruslaan wordt vanwege deze reden vaak alleen aan De Vries toegeschreven. De vermelding van De Vries als architect is in menige architectuurgids terechtgekomen. Later melden ooggetuigen van zowel binnen als buiten de gemeente dat De Vries ten onrechte zijn naam onder de ontwerpen plaatste en dat Jan Planjer zich niet verzette tegen de ambitie van deze tekenaar. Waar of niet, het verhaal past in het beeld van Planjer dat uit de schaarse bronnen naar voren komt. Deze beminnelijke en bescheiden mens verdwijnt na zijn pensionering geheel uit beeld om pas bij zijn overlijden een klein ‘in memoriam’ te krijgen in het blad Gemeentewerken.