Bouwbedrijvigheid

Het straatbeeld in het centrum van Utrecht werd de afgelopen maand bepaald door bouwvakkers, (architectuur)toeristen en eerstejaars studenten. Utrecht heeft deze zomer geen bouwvak gehad. Terwijl Utrechters, nieuwe studenten en architectuurliefhebbers zich onder het genot van een drankje vergaapten aan de bouwbedrijvigheid in de binnenstad, werden buitenlandse bouwvakkers ingezet om opgelopen vertragingen tijdens de bouwvak in te lopen.

Machteld Kors

Zelfs op zaterdagochtend schalde er nog muziek uit de bonte verzameling uitbouwen van het nieuwe stadhuis en werd om vijf uur het terras van het tegenover gelegen café de Zaak bezet door een internationaal gezelschap bouwvakkers. Uitkijkend op de nieuwe entree van het stadhuis, waren op dit terras de meest uiteenlopende opvattingen hoorbaar over het ontwerp van Enric Miralles. Het is natuurlijk te verwachten dat een ingreep op een dergelijke plek in de historische binnenstad, een dankbaar onderwerp is voor felle kritiek en afkeuring. Opvallend was echter dat de algehele teneur van de verschillende meningen over de nieuwbouw erg positief was.

Miralles formuleerde zijn standpunt in een interview in 1995 als volgt: ‘Utrecht heeft al een aardig torentje, daar is geen tweede van nodig. Ik ben niet zo’n architect die als een dominant hondje zijn poot op tilt en zijn vlag achterlaat’. Burgemeester A. Brouwers omschreef het werk van Miralles in het Utrechts Nieuwsblad als een ‘ontwerp met lef, waarin hij de geschiedenis heeft gerespecteerd en combineert met heel modern’. Uiteenlopende opvattingen over het eigentijdse ontwerp en vragen of de verschillende onderdelen wel dan niet af waren, maakten de nieuwbouw annex restauratie van het stadhuis tot volksvermaak nummer één. Hoewel er al veel is gezegd en geschreven over het exterieur in deze Post Planjer een artikel van Marjolein Starreveld, aankomend interieurarchitect, over de detaillering en het interieur van het stadhuis.

Historisch Utrecht heeft in de twintigste eeuw meer ingrepen ondergaan die de gemoederen wakker hebben geschud. Een voorbeeld is de situatie die ontstond rond het Academiegebouw aan het Domplein, toen de regering een beslissing moest nemen over de stijl waarin het gebouwd moest worden. En de “wraak” van Cuypers door een nieuwe neogotische poort in de muur van de kloostertuin pal naast het Academiegebouw te maken. Meer recent is de bouw van de zeven villa’s in het Wilhelminapark op de plek van de voormalige Emmakliniek, een rigoureuze ingreep die misschien minder stof heeft doen opwaaien dan de ingreep van Cuypers een eeuw geleden.

Opvattingen over stijl en hedendaagse invulling van historisch gevoelige locaties zijn dan ook veranderd. In het kader van deze veranderende opvatting en een brede discussie over Utrechtse architectuur is in deze Post Planjer een ingezonden artikel opgenomen van Beatrice Russo (geboren in 1898) over de villa’s die zij gebouwd heeft zien worden vanuit haar woning op Wilhelminapark 44. In de bijgevoegde brief schreef haar achternicht dat zij het artikel had aangepast aan het hedendaagse taalgebruik en op verzoek van haar oudtante de redactie had toegezonden. Zij omschreef haar oudtante als een eigenzinnige vrouw die in de gelukkige omstandigheid verkeerde dat zij kon leven van haar familie fortuin. Omdat ‘oudtante’ in verband met dementie en ‘achternicht’ in verband met vertrek naar Australië te kennen gaven anoniem te willen blijven, waren we niet in de gelegenheid het verhaal te verifiëren. Hoe het ook zij, dit artikel dat zo uitgesproken ingaat op de problematiek rondom nieuwbouw op historische locaties, willen wij u natuurlijk niet onthouden. Het nieuwe stadhuis en de zeven villa’s in het Wilhelminapark laten zien dat de oplossingen en meningen divers zijn.