24-uurs bioscoop

Bioscopen zijn per definitie gesloten gebouwen. Het buitenlicht moet buiten blijven. Met het kunstlicht van de projectoren wordt een eigen wereld geschapen. En al duren de meeste films rond de honderd minuten, het tijdverloop op het witte doek is altijd anders. DP6 architectuurstudio ontwierp de Sterrenkijker, een megabioscoop voor het toekomstige centrum van Leidsche Rijn. Architect Chris de Weijer van DP6 vertelt over de openheid van dit gesloten gebouw en andere schijnbare tegenstellingen.

Door: Martine Bakker

Dichte gevels lijken tegenwoordig geen probleem bij het ontwerp van podia of andere cultuurgebouwen. Het gevelvlak vertelt wat zich binnen afspeelt. Bij de Ziggodome
in Amsterdam vormen de gevels zelfs een groot beeldscherm. Voegt de nieuwe CineMec-bioscoop zich in deze traditie?

Het ligt in de aard van een bioscoop om een vrij gesloten gebouw te zijn. De gevel van de CineMec in Leidsche Rijn bestaat voor een groot deel uit dichte vlakken. Maar de plint is open, zodat je kunt zien wat er binnen gebeurt en hoe het gebouw in elkaar zit. Vanuit de verte oogt het dicht, maar vanaf het maaiveld, in dit geval het Berlijnplein, is het juist een transparant gebouw. We hebben bewust zoveel mogelijk programma van de begane grond afgehaald om het daar zo open mogelijk te houden.

Hoe is de aansluiting op het plein?
Het gebouw is omgeven door een arcade. In die strook ben je half binnen en half buiten. Dit verzacht de overgang van het plein naar het gebouw. Zo stap je het gebouw misschien ongemerkt binnen.

Om naar de film te gaan?
Dat is één van de dingen die je er straks kunt doen. Het gebouw dient ook als congrescentrum en in de foyers komen studieplekken. Het programma lijkt op dat van de CineMec in Ede, die is van dezelfde eigenaar. De bioscoop in Leidsche Rijn zal van negen uur ’s morgens tot laat in de avond toegankelijk zijn. Mede vanwege die verschillende functies was het belangrijk om een goede relatie te leggen tussen binnen en buiten.

Hoe hebben jullie dat op de verdieping gedaan?
De foyers met studieplekken liggen op verschillende verdiepingen. We hebben entresols gemaakt en in de gevel zitten raamstroken die zicht bieden op het plein en ’s avonds oplichten in de gevel. De ramen zijn hier en daar verstopt achter rode, keramische gevelelementen.

Waarom juist keramische elementen?
Van veraf zie je dergelijke details niet, dan lijkt het gewoon op een rode doos. Maar van dichtbij gaat het gebouw er door leven, wordt het tastbaar. De geveldelen heten ‘baguettes’, het zijn staafjes van klei. Soms laten we ze weg, dan is het open, en soms functioneren de staafjes als lamellen. Het rood heeft verschillende tinten, zonder vast patroon. Ook dat heeft een verlevendigend effect.

Over levendig gesproken, hoe is het om iets te maken voor een ‘levendig stadscentrum’ dat nog niet bestaat?
We wisten er gelukkig al veel vanaf, het stedenbouwkundig ontwerp voor het centrum was al ver gevorderd en we hebben overlegd met de ontwerper en supervisor, Jo Coenen. Ook kenden we het plein ontwerp van Lodewijk Baljon. In overleg met Coenen kozen we de hoogte, die bepalend zal zijn voor de gebouwen die nog komen. Wat er aan de oostkant komt, en wanneer dat zal zijn, is op dit moment nog onbekend. Het gebouw moet er ook als ‘stand alone’ goed uitzien en goed functioneren. Daarom kozen we voor die rode doos, dat vonden we een sterk beeld. De details zorgen ervoor dat het straks, als het centrum eenmaal af is, goed in het geheel past.

Het klinkt best ambitieus – van de eigenaar. Hij moet in een leeg centrum publiek naar zijn bioscoop zien te trekken.
De bioscoop ligt in principe op een goede plek, vlakbij een drukke fietsroute en vlakbij het toekomstige station Leidsche Rijn Centrum. Om meteen reuring te veroorzaken rond het gebouw wil de eigenaar bijvoorbeeld filmvoorstellingen op het plein geven. We hebben veel zorg besteed aan de routing. Je moet niet alleen gemakkelijk naar binnen stappen, maar daar ook blijven. De opeenvolging van foyers, trappen, kleinere foyers en zalen is hier op afgestemd. De route mondt uit op een terras op het dak.

Het wordt dus meer dan een bioscoop en de sfeer wordt anders dan in bijvoorbeeld de megabioscoop van Rotterdam, die beheerd wordt door Pathé?
CineMec toont naast reguliere films ook opnamen van opera’s en concerten. De studieplekken en congressen noemde ik al. Op de zuidwesthoed van het gebouw komt een terras op de zon, aan het plein. De terrassen, ook die op het dak, zijn altijd te bezoeken, niet alleen als je naar de film gaat.

Heet het gebouw vanwege dat dakterras de Sterrenkijker?
De naam heeft ook te maken met filmsterren, dus de sterren op het witte doek. Maar het dakterras wordt heel bijzonder. Het krijgt twee niveaus. Het terras komt op het laagste niveau, waardoor het uit de wind ligt. Vanaf het hoge niveau heb je een prachtig uitzicht – je bevindt je hier op bijna vierentwintig meter hoogte. En als het donker is kun je het heelal bekijken met een sterrenkijker.