`Deze tijd vraagt om iemand die kan verbinden vanuit een visie´

De provincie Utrecht heeft sinds 1 februari 2013 een nieuwe adviseur voor ruimtelijke kwaliteit: Ingeborg Thoral. Naast de tweeënhalve dag per week waarin ze haar adviesfunctie uitvoert, is de landschapsarchitecte en stedenbouwkundige directeur va n het Utrechtse bureau MIXST urbanisme. Post Planjer sprak haar in de lobby van het provinciehuis over haar taken, werkwijze en de enorme druk op het Utrechtse landschap.

Door: Martine Bakker

Hoe kwam je op deze post terecht?
Voor deze functie word je gevraagd – althans, een aantal mensen wordt gevraagd hun visie te presenteren. Vervolgens maken Gedeputeerde Staten een keuze. Ik vind het een eer dat ik het ben geworden. En ik vind het heel bijzonder dat de Provincie Utrecht in deze tijd, waarin overheden fors moeten bezuinigen, geld beschikbaar heeft gesteld voor advies over ruimtelijke kwaliteit. Dit is in slechts twee andere provincies het geval.

Wat houdt jouw visie in? Heb je een speciale missie?
Ik zie veel ontwikkelingen stagneren die ik weer op gang wil brengen. Ik doe dat vanuit mijn passie voor het vak. Projecten hebben tegenwoordig vaak een bottomup structuur, waar veel partijen bij betrokken zijn. Ik ben niet het type adviseur dat in een ivoren toren zit. Ik zie het als mijn verantwoordelijkheid om met iedereen te gaan praten en die partijen te verbinden. Dat geldt ook voor de provincie zelf – ik wil graag de spil zijn tussen het bestuur en de organisatie. Het is misschien een hoge ambitie, maar wel die van mijzelf. Deze taak vraagt om veel enthousiasme en je kunt alleen voldoende enthousiasme opbrengen als je persoonlijk betrokken bent.

Hoe geef je dat vorm en welke middelen heb je tot je beschikking?
Het gaat erom thema’s te agenderen en bestaand beleid te verdiepen door middel van onafhankelijk, gevraagd en ongevraagd advies. Het is een parttime functie. Ik word ondersteund door de coördinator ruimtelijke kwaliteit, maar beschik niet over een atelier met ontwerpers en onderzoekers. Omdat de middelen beperkt zijn, zal de manier waarop ik me opstel bepalen of ik veel zal bereiken.

Het lijkt me best een ingewikkelde positie, waarvoor enthousiasme alleen niet genoeg lijkt. Hoe stel jij je op?
Ik wil met voorzichtig opereren, proberen dingen los te maken. Kwaliteit wordt van oudsher gekoppeld aan geld. Ik wil laten zien dat ook andere keuzen bepalend zijn voor ruimtelijke kwaliteit. Ik wil laagdrempelig zijn, lucht scheppen rond mijn functie. Ik merk nu al dat mensen gemakkelijk bij mij naar binnen lopen. Uit al hun verhalen destilleer ik de thema’s waarover afspraken gemaakt zouden moeten worden. Daarover overleg ik met de gedeputeerden. Ik moet absorberen en omzetten. Gelukkig vind ik dat heel leuk om te doen. Anders houd je het ook niet vol.

Is het logisch om als landschapsarchitect en stedenbouwer in zo’n positie te zitten?
Het zegt inderdaad iets over de rol van een landschapsarchitect of stedenbouwkundige in deze tijd. Vroeger waren we vooral plaatjesmakers. Om de nut en noodzaak van bepaalde ontwikkelingen duidelijk te maken zijn andere kwaliteiten nodig. Maar het visionaire van mijn vakgebied komt daarbij wel van pas.

Waarom denk je dat de Provincie Utrecht zoveel belang stelt bij ruimtelijke kwaliteit?
De gedeputeerden zien dat ruimtelijke kwaliteit belangrijk is voor de leefbaarheid en beseffen zich hoe urgent dit is. Bij ruimtelijke ordening gaat het in mijn ogen om leefkwaliteit. Het gaat erom uit te zoeken wanneer we het nog goed hebben met zijn allen.

Hoe is de verhouding met de gedeputeerden precies? Wat is hun opstelling inzake ruimtelijke kwaliteit?
Het nut van ontwerpkwaliteit zien ze zeker in, anders hadden ze mij niet aangesteld. Ik overleg met name met Bart Krol (CDA), de gedeputeerde voor Ruimtelijke Ontwikkeling en Landelijk Gebied. Een gedeputeerde maakt lange dagen, soms van negen tot elf, als er ’s avonds ook nog vergaderingen zijn. Ondanks zijn drukke agenda spreken we elkaar op regelmatige basis. Het is voor mij nieuw om zo dicht op de politiek te zitten, maar het tactisch opereren ligt me wel.

Hoe ziet de werkdag van een provinciaal adviseur voor ruimtelijke kwaliteit er concreet uit?
Het is heel afwisselend. Er komen mensen langs en ik ga bij mensen langs. Gisteren was ik nog op werkbezoek bij een boer. En er is bijvoorbeeld een mevrouw die op haar landgoed een zonneakker aan wil leggen. Ik bekijk dan de praktische uitwerking van dat plan: is het een gewenste ontwikkeling, wat zijn de ruimtelijke consequenties? Er kan ook een beleidsstuk van een gemeente op mijn bureau liggen met het verzoek de ruimtelijke consequenties daarvan in te schatten. Een gedeputeerde heeft nu eenmaal minder ervaring met die vertaalslag. Verder ben ik bezig om een agenda op te stellen over de vijf punten waar ik mij de komende tijd op wil richten: infrastructuur, schaalvergroting in de landbouw, nieuwe vormen van energiewinning, de kernrandzone en binnenstedelijke ontwikkelingen.
Dan krijg je als provinciaal adviseur ook te maken met de ontwikkelingen in de stad Utrecht. Tot nu toe heeft de provinciaal adviseur buiten de rode contouren gedacht. Ik heb de ambitie uitgesproken wél over bebouwde kernen na te denken want ik zie het landschap en de stad als communicerende vaten. Bovendien, hoe meer er gevraagd wordt van de stad en van het landschap, des te belangrijker het wordt om ontwikkelingen op elkaar af te stemmen. Rond Utrecht is de druk op het landschap enorm. Er zijn steeds meer recreanten – op zondag wandel je in optocht door Amelisweerd. De verbindingen naar het groen buiten de stad kunnen stukken beter. Het landschap zou verder de stad in kunnen reiken, zodat mooie entrees ontstaan. Omdat de behoefte aan dergelijke gebieden steeds groter wordt, worden die verbindingen steeds belangrijker. Tegelijkertijd wordt de mogelijkheid om de stad uit te gaan steeds moeilijker door een toename van infrastructuur en bebouwing aan de randen van de stad. Niet alleen de verbinding naar de stad, ook de connectie tussen de verschillende recreatiegebieden onderling, kan beter. Dan kun je de mensen beter spreiden. Je moet lussen koppelen, zodat mensen ommetjes kunnen maken, maar ook langere wandelingen. Het lijkt simpel, maar dat is het niet. Er zijn zoveel barrières in het stedelijk en landelijk systeem. Daardoor is er veel druk op de groene en blauwe (water-) lijnen.

De groen-blauwe lijnen zie je als mogelijke verbindingen tussen de stad en het buitengebied, of als aanknopingspunt voor het faciliteren van ommetjes. Zijn ze ook van belang voor het versterken van de identiteit van de stad?
Identiteit is voor mij niet de hoofdzaak. Het gaat mij om een samenhangend weefsel. Om te zorgen dat de stad niet gefragmenteerd raakt, heb je een goed framework nodig. Dat weefsel moet je goed inbedden. Als je bij nieuwe ontwikkelingen de mogelijkheid hebt om een dergelijke schakel opnieuw of beter zichtbaar te maken, dan moet je dat zeker doen. Dat is goed voor de plek zelf én goed voor het grote verband.

Waarom is de kernrandzone een van de vijf focuspunten? Wat gaat daar mis?
De rand van een stad of dorp heeft vaak een heel eigen identiteit. Zowel de stad als het land worden er gefaciliteerd. Je moet ontzettend veel borgen om die rand aantrekkelijk te houden. Dat is een grote opgave. Vooral omdat er nu nauwelijks geld voor is. Het eigendom kan er verdeeld zijn: gemeenten, provincie, particulieren. Je moet intelligente matches gaan maken, initiatiefnemers faciliteren.

En binnenstedelijke ontwikkeling?
De Provincie Utrecht wil tweederde van de bouwopgave binnenstedelijk realiseren. Het gaat om 68000 woningen en voorzieningen. Je zult naar innovatieve vormen moeten zoeken. Dat maakt het heel interessant.

Is een agenda met vijf kernpunten voldoende voor het waarborgen van ruimtelijke kwaliteit?
De agenda waar ik nu mee bezig ben geeft nog geen richting. Het agendeert alleen de onderwerpen. Je zou vervolgens voor ieder onderwerp een formeel advies kunnen opstellen. Dat zou ik graag doen. Ik wil graag een visie neerleggen om het juiste initiatief op de juiste plek te krijgen. Dat is ruimtelijke ordening bedrijven! Daar dragen al die casussen die binnenkomen aan bij. Je hebt de praktijk nodig om een intelligent verhaal te kunnen houden over het grote geheel. In ons vak moet je in verbinding staan met je omgeving. Je moet briljante ideeën niet alleen uitdenken, maar die ideeën ook laten landen. Het is een discipline van visionaire denkers. Als je een visie met enthousiasme uitdraagt, creëer je draagvlak. Deze tijd vraagt om iemand die kan verbinden vanuit een visie.

Provinciaal adviseur ben je voor twee jaar. Wat wil je over twee jaar bereikt hebben?
Binnen mijn speerpunten wil ik in ieder geval in staat geweest zijn het verschil te maken. Door samen met andere partijen en de provincie, initiatieven tot wasdom te laten komen en door bij te dragen aan nieuw beleid. We moeten de fantastische kwaliteiten van de provincie Utrecht met zijn allen een nog grotere bekendheid te geven. Zowel bij de gebruiker of bewoner als bij het bestuur. Persoonlijk wil ik ook graag beweging initiëren voor de vakgebieden van de landschapsarchitectuur, stedenbouw en architectuur. Ik ben en blijf tenslotte een ambachtsvrouw met een grote passie voor mijn vak.