Jonge honden kiezen eigen richting

Het is druk in Polman’s tijdens het architectencafé op 29 oktober. Vanavond spreken vijf jonge honden over hun werk, ambities en gedroomde toekomst. In het publiek zitten gelukkig ook genoeg oude, welnu, middelbare honden. Zij blijken in de loop van de avond nodig om de discussie over een grotere tijdslijn te kunnen voeren. De vijf bureaus zijn, hoewel allen jong, zeer verschillend. Ieder bureau heeft een andere ‘overlevingsstrategie’. Zo heet dat tegenwoordig, vroeger werd het prettiger woord ‘methode’ gebruikt. Wat ze delen: enthousiasme en kritisch optimisme.

Door: Mathijs Cremers

Evelyn Galsdorf van 030Architecten opent de avond. Ze presenteert een plan dat voortkwam uit de open.source.office prijsvraag. Hierbij deelden de participerende ontwerpers hun ontwerpstrategie en -ideeën in de beginfase van de competitie. Dat moet je durven. Iemand in het publiek merkt op dat het ontwerp wel wat braaf is en vraagt of dat komt door het samen in de soep roeren. Dat zou kunnen. Of zij is een iets dienstbaarder ontwerper. Moet het misschien die kant op?

Berry Beuving (Beuving Martensen architecten) volgt. Zijn bureau heeft vanavond het grootste portfolio. De projecten combineren technisch vakmanschap met een andere wezenlijke taak van een architect: het scherpstellen van de vraag van de opdrachtgever. Deze krijgt steeds meer dan waar hij/zij om vroeg. Knap werk. Hij vraagt zich af hoe hij zijn bureau op de plek houdt waar hij het wil hebben. Een luisteraar merkt op dat hij dan vooral ‘gewoon’ de kwaliteit van zijn werk op dit peil moet houden. Is daar wel genoeg ruimte voor in de markt?

Inzigth, de eenmanszaak van Anja Dirks, volgt een andere strategie. Zij deed met behulp van een subsidie onderzoek naar bouwkundige kansen in de zorg en dan met name naar de gebouwde omgeving van dementerende ouderen. Het leverde haar specifieke kennis. Zo werd zij een gespecialiseerde architect. En dat levert werk op. Je ziet een opening en kruipt er helemaal in. Die brede bouwheermentaliteit, red je het daar niet meer mee?

Studio ROSA, het bureau dat Kria Djoijoadhiningrat samen met twee partners runt, heeft juist ingebouwde breedte. Hij is architect, zijn partners planoloog en stedenbouwkundige. Hij onderstreept de noodzaak van de architect als ondernemer. Eigenlijk staat dat haaks op zijn werkelijkheid. De studio maakt namelijk niet veel omzet. Al het werk gebeurt naast een baan bij een ander bureau. Dat maakt discussie los over oneerlijke concurrentie, over honderdtachtig inzendingen op een prijsvraag en over de befaamde filantropische instelling van ontwerpers. Maar het levert ook onafhankelijk werk en de vrijheid naar alternatieve ontwerpoplossingen te zoeken. Plaats je jezelf zo in een opvallende positie?

USE-architects sluit de rij. Partners Peter Popke de Jong en Pieter Koningsveld tonen bescheiden werk. Ze werken met veel enthousiasme aan kleine projecten, waardoor ze hun vaardigheden kunnen ontwikkelen en toch met hun vak bezig zijn. Misschien hebben zij gelijk en werk je de komende jaren vaker voor een klein netwerk. Klein, persoonlijk en dankbaar?

Boven de sprekers en de luisteraars hangt een wolk, zoveel is duidelijk. Het maakt de avond oprecht spannend. Moeten we ervan uitgaan dat de vraag de komende jaren veel lager zal zijn dan het aanbod? Dat kan keiharde consequenties hebben. Wie kent de juiste ‘methode’, of wordt het toch een ‘overlevingsstrategie’? Een avond discussie in Polman’s brengt geen eensluidende conclusie.