Sociaal kapitaal op Kanaleneiland

In het vorige artikel stelt Anne Seghers dat sociaal duurzame herstructurering een positieve en langdurige impuls geeft aan probleemwijken. Wat zijn de kansen van een dergelijke aanpak voor Kanaleneiland en hoe gaat het in zijn werk?

Door: Rianne Pruis

Sinds de wijkenproblematiek in de jaren negentig hoog op de politieke agenda is komen te staan, is een machinerie in het leven gesteld om de maatschappelijke en fysieke problemen in achterstandswijken aan te pakken. Aanvankelijk werd grootschalige sloop- en nieuwbouw als dé oplossing gezien voor de problematiek. Een aantal jaren later verschoof het accent echter naar maatschappelijke en culturele projecten om de sociale problematiek op straat en ‘achter de voordeur’ te verminderen. Cultureel-maatschappelijke organisaties vestigden zich in de wijken om werkgelegenheid onder jongeren te stimuleren, pubers van de straat te houden en allochtone ouders te ondersteunen bij de opvoeding van hun kinderen. Door te infiltreren in sociale netwerken als scholen en religieuze organisaties wisten maatschappelijke organisaties zich stevig in de wijken te positioneren. Tegelijkertijd verplichten woningcorporaties bewoners met allerlei reglementen zich netjes te gedragen: verplicht tuinonderhoud en een verbod op satellietschotels moeten de wijk een beter aanzien geven.

Na ruim een decennium wijkaanpak, wordt de tussenbalans opgemaakt. En de conclusies lopen behoorlijk uiteen. Het is duidelijk dat de sociale problematiek in de wijken is afgenomen. Maar tegelijkertijd neemt de kritiek op de projectencarrousel toe, zowel onder professionals als onder bewoners. Professionals huiveren bij de gedachte dat financieringstromen voor sociaal-maatschappelijke initiatieven onder politieke druk worden stopgezet. Bewoners kijken steeds vaker met argusogen naar het zoveelste culturele project dat voor bepaalde tijd in de wijk neerstrijkt.

Een terugtrekkende overheid en projectenmoeheid geven genoeg aanleiding om sociaal duurzame herstructurering op de wijkenagenda te plaatsen. Maar wat betekent dit concreet? Anne Seghers stelt terecht dat sociale duurzaamheid als strategie voor herstructurering nog in de kinderschoenen staat. Wat zijn de mogelijkheden voor een aanpak op basis van sociale duurzaamheid in Kanaleneiland?

LANGDURIGE INZET
Kanaleneiland staat als Vogelaar- of Krachtwijk hoog op de politieke agenda. In Kanaleneiland Zuid is gekozen voor een restauratieve aanpak om de wijk vooruit te helpen. Dat betekent dat relatief weinig gesloopt wordt en etagewoningen en openbare ruimte worden gerenoveerd. Tegelijkertijd zijn tientallen maatschappelijke organisaties actief. Woningcorporaties hebben vanwege hun aanzienlijke woningvoorraad een grote stem in de wijk. Vooral corporatie Bo-ex is als eigenaar in Kanaleneiland Zuid sterk vertegenwoordigd.

Een voorwaarde voor sociaal duurzame herstructurering in een wijk waarin maatschappelijke organisaties zo sterk vertegenwoordigd zijn, is dat niet alleen het sociaal kapitaal van bewoners, maar ook dat van organisaties langdurig wordt ingezet. Daarnaast is het belangrijk dat hun rol verschuift van regelstellende actor naar gelijkwaardige partner. Een illustratie: Woningcorporatie Bo-ex heeft als enige van de drie grote corporaties in de wijk een complexbeheerder. Hij houdt kantoor in de plint van een complex aan de Alexander de Grotelaan. De complexbeheerder signaleert problemen en wordt door bewoners benaderd met vragen. Door het directe en dagelijkse contact met bewoners heeft hij zich een sterke rol binnen het sociale wijknetwerk verworven. Eén van zijn taken is om bewoners te wijzen op zwervend huisvuil in de portieken. Bo-ex manifesteert zich hiermee in zijn regelstellende rol.

Maar ook de rol van gelijkwaardige wijkpartner wordt door Bo-ex verkend. Dit voorjaar plaatste de corporatie groencontainers voor tuinafval. Zowel de bewoners als de corporaties hebben er belang bij dat de privétuinen onderhouden worden. Een samenwerking ligt dus voor de hand. Bewoners snoeien hun tuinen en Bo-ex zet economisch kapitaal in waarin veel bewoners niet kunnen voorzien. De gemeente is ook bezig met een voorzichtige verkenning van de mogelijkheden van sociaal duurzaam herstructureren. Zo is het oude spetterbad in het Marco Poloplantsoen vorig jaar vernieuwd, maar niet zonder een betrokken bewoner aan te stellen om het beheer op zich te nemen. Deze enthousiaste bewoner vult het spetterbad bij warme dagen met water en informeert de gemeente zodra hij gebreken of vuil aantreft. Voor de kinderen is hij een vertrouwd gezicht, terwijl ouders hun kinderen met een veilig gevoel laten buitenspelen.

INITIATIEF VAN DE BEWONER
Een goede afstemming van behoeften en belangen versterkt de samenwerking tussen de partners in de wijk. Wat zijn de behoeften van bewoners en waarin kunnen en willen zij zelf voorzien? Een sterke mate van zelfbeheer wordt de laatste tijd door professionals gezien als dé oplossing voor een sociaal krachtige wijk. De vraag is echter of bewoners werkelijk bereid zijn het structurele beheer van de openbare ruimte op zich te nemen. Een moestuinenproject in een binnentuin geïnitieerd door Bo-ex en gedreven door de stadslandbouw-idylle, was een kort leven beschoren omdat bewoners eigenlijk helemaal niet zo nodig samen wilden tuinieren.

In het meest ideale geval ligt het initiatief dan ook bij de bewoner zelf. Dit betekent overigens niet dat gemeente en corporaties achterover kunnen leunen totdat ze door een bewonersinitiatief benaderd worden om bij te springen. Filmmaker Ruud Bakker sprak met een bewoonster die tot het uiterste gaat om de betrokkenheid van bewoners te versterken. Vorig jaar besloot zij om samen met kinderen uit de buurt een bloemenperk aan te leggen op de groenstrook langs het Amsterdam Rijnkanaal. De gemeente faciliteerde het initiatief met een laadbak vol viooltjes en plantsoenbeheerders en projectmanagers namen die dag ook zelf de schop in de hand. Wekenlang genoten buurtbewoners van het bloemenperk. Er werd niets vernield en verschillende groepen buurtbewoners kwamen volgens initiatiefneemster nader tot elkaar. De samenwerking tussen bewoners en gemeente is een belangrijke voorwaarde geweest voor het slagen van het project. De slagingskans van bewonersinitiatieven in sociaaleconomisch zwakke wijken wordt namelijk flink groter als het economisch kapitaal van de kapitaalkrachtige partners kan worden aangesproken. De initiatiefneemster van het bloemenperkproject wist de gemeente te vinden. Voor veel bewoners in Krachtwijken zijn de paden naar de officiële instanties echter een woestenij van formulieren en telefonische helpdesks. Op dat punt is dus nog veel te winnen.

SOCIAAL KRACHTENVELD EN FYSIEKE OMGEVING
Ten slotte is het van belang om het sociale krachtenveld en de fysieke omgeving op elkaar af te stemmen. Anne Seghers wijst erop dat het in een sterk geïndividualiseerde en anonieme omgeving lastig is om betrokkenheid van bewoners te bewerkstelligen. Ook hier is Kanaleneiland een goed voorbeeld. Het Marco Poloplantsoen is door zijn centrale ligging, fysieke toegankelijkheid en gebruik sterk ingebed in de wijk. Bewoners gebruiken de voetpaden als doorgangsroute van winkelcentrum naar huis, moeders met kinderen recreëren op zonnige dagen in het plantsoen en dienstverlener Doenja organiseert wekelijks activiteiten op de twee playcourts. In het renovatieplan voor het plantsoen wordt door middel van fysieke ingrepen geprobeerd dit intensieve gebruik verder te versterken.

Het karakter van de huidige groenstrook langs het Amsterdam Rijnkanaal daarentegen, is veel anoniemer en daarmee kwetsbaarder. Het wordt nu weinig gebruikt en daar moet verandering in komen. Dit jaar nog verandert de schrale groenstrook in het Arkpark met doorgaande fietsroute. Voorafgaand aan het ontwerp zijn de bewoners actief betrokken. Het participatietraject is echter afgesloten nog voordat het Arkpark gereed is. En dat is doodzonde. De roep om een beheerder of programmamanager wordt niet gehoord en professionals kijken met zorg naar de toekomst. Het is maar de vraag of, en wie zich dit anonieme stuk grond straks zal toe eigenen. Een betrokken wijkgemeenschap is broodnodig om van het Arkpark geen dood spoor te maken.

Kansen voor een aanpak op basis van sociale duurzaamheid zijn er dus zeker op Kanaleneiland. Verschillende projecten doen al een beroep op wat Anne Seghers aanduidt als het intrinsieke sociale kapitaal. Een koerswijziging lijkt dus ingezet maar komt nog niet overal goed uit de verf. Dat de betrokkenheid, inzet en ideeën van bewoners van groot belang zijn, wordt wel steeds breder onderkent. Maar hoe krijgt deze sociaal duurzame aanpak in de praktijk gestalte. Dat is al doende leren, zo blijkt.