Groots bouwplan, kleine drama’s

De Utrechtse vestiging van IKEA in Kanaleneiland wordt twee keer zo groot. Wat betekent dit voor de vernieuwing van de naoorlogse flatwijk?

Door: Friso Wiersum

Utrecht gaat op de schop, en dus moet Kanaleneiland mee. In de plannen van de gemeente Utrecht en de wooncorporaties Portaal, Bo-Ex en Mitros wordt de wijk ingedeeld in de delen Noord, Centrum en Zuid. Het plan voor Zuid kreeg de naam Vooruit in Kanaleneiland Zuid. Dat die titel zonder ironie is gekozen blijkt uit een van de eerste alinea’s: ‘Een buurt met veel licht, lucht en ruimte, een groene en verzorgde woonomgeving, duurzaam verbeterde en nieuwe woningen en moderne schoolgebouwen en voorzieningenaccommodaties. Een buurt waar starters, gezinnen met opgroeiende kinderen en ouderen met lagere en middeninkomens graag komen en blijven wonen. Een buurt die net als in de jaren vijftig en zestig allerlei stimulansen biedt om vooruit te komen.’

Uit de ambities voor de toekomst wordt duidelijk dat de opstellers van Vooruit in Kanaleneiland Zuid denken dat mensen er nu niet graag wonen. Zo staat er: ‘Straks, in 2020, is Kanaleneiland Zuid een gewilde buurt met een goede naam. Een buurt waar bewoners net als in de beginperiode trots op zijn. Een buurt waar iedereen wil wonen die vooruit wil komen, omdat er moderne woningen staan in een groene en duurzaam vernieuwde woonomgeving. Een veelkleurige buurt met een rijk voorzieningenaanbod. Een buurt die bovendien fantastisch ligt, niet alleen in Utrecht (vlakbij bij het oude stadscentrum, het nieuwe Leidsche Rijn, de uitvalswegen en de sneltram), maar zelfs centraal in het land.’

POORT VAN DE STAD
Centraal gelegen betekent hier: goed bereikbaar en nabij de autosnelwegen A12 en A2. Dit past in een trend. Niet langer worden snelwegen gezien als enkel verbindingen van a naar b. Snelwegen winnen aan sympathie en worden langzamerhand deel van de ruimtebeleving.

Vlakbij en aan de A12 staat het blauwe gebouw van IKEA, waarover het nodige te doen is. De Zweedse firma heeft sinds jaren uitbreidingsplannen voor de vestiging aan de Utrechtse meubelboulevard – er is zelfs even gesproken over een verhuizing van het hoofdkantoor van Amsterdam naar Utrecht. In het meest recente plan zal het winkeloppervlak van 18.000 vierkante meter verdubbelen.

Deze uitbreiding heeft gevolgen voor Kanaleneiland Zuid. Zo zal de afrit van de parkeerplaats – die tevens fungeert als ontsluitingsweg voor de wijk – straks eerst onder de A12 doorgaan om vervolgens via de Europalaan weer in Utrecht uit te komen. Met deze op de A12 gerichte ingreep keert IKEA zich af van de stad. De met de uitbreiding gepaard gaande nieuwe parkeergarages komen onder de velden van voetbalclub Faja Lobi KDS.

De uitbreidingsplannen van IKEA passen volgens het gemeentelijk bestemmingsplan bij het gebied: ‘Samen met het gebouw van Rijkswaterstaat ten zuiden van de A12 speelt IKEA een belangrijke rol als “poort van de stad”… een stuk waar de stad zich duidelijk aan de snelweg manifesteert.’

CONFLICT
Niet iedereen is te spreken over de geplande uitbreiding. Buurtbewoners vrezen verlies van uitzicht, meer verkeersdrukte en luchtkwaliteitsproblemen. Enkele bezwaarprocedures hebben al voor vertraging gezorgd. Volgens de gemeente zal de extra ontsluitingsweg de verkeersdrukte juist verminderen. Waar uitzichtverlies optreedt zal IKEA ter compensatie betalingen doen.

Of deze gang van zaken recht doet aan de vernieuwingsambities voor Kanaleneiland is de vraag. In het rapport Aanpak Kanaleneiland 2010-2020 zijn de hoofddoelen als volgt omschreven: ‘Het aantrekkelijk maken van de wijk voor de huidige bewoners, een positief perspectief bieden voor nieuwe bewoners, deelname van bewoners aan het maatschappelijk leven vergroten en achterstanden op het gebied van leren en werken verminderen.’ Onderzoek door het wetenschappelijk bureau van GroenLinks toont dat grote plannen als de uitbreiding van IKEA weinig bijdragen om dit soort doelstellingen te halen. Er lijkt een conflict te bestaan tussen de kleinschalige aanpak in de wijk en het op grootschalige wijze ruimte bieden aan marktpartijen.

Nu is dat conflict, zeker in een grote stad, van alle tijden. Maar de manier waarop betrokkenen als de winkelmanager van IKEA zich uitlaten, getuigt niet van slimme marketing.

ZWARE WISSEL
In een interview op youtube somt de manager op wat Kanaleneiland Zuid aan de uitbreidingsplannen heeft. Nadat hij de ‘inpasbaarheid’ roemt, de beoogde groenwand bejubelt en de aanpak van de lichtvervuiling prijst, antwoordt hij op de vraag wat buurtbewoners hebben aan een grotere IKEA: ‘De mooiste IKEA van Nederland, en dat zij nu het gehele assortiment kunnen kopen.’

In hetzelfde filmpje komt de voorzitter van voetbalclub Faja Lobi KDS aan het woord. Hij zegt de twee kunstgrasvelden op het dak van een parkeergarage ‘onwerkelijk te vinden, maar wel leuk’. Maar onlangs plaatste de voorzitter op de website van de club, die gedurende de bouw naar een sportpark in Hoograven is uitgeweken, een tot nadenken stemmend bericht: ‘De bezwaren met betrekking tot de nieuwbouw zijn hardnekkig. De procedure bij de Raad van State duurt lang. Na ons laatste gesprek met IKEA zijn de verwachtingen dat begin 2013 haalbaar moet zijn. Wij realiseren ons dat er een zware wissel op onze leden wordt getrokken, maar we rekenen op jullie medewerking, het geduld zal worden beloond.’

Dit doet misschien denken aan de pioniersgeest van de jaren vijftig en zestig, maar is niet hetgeen waar de Utrechtse beleidsmakers op gehoopt hadden.