De Vrijstaat

OUDE RESTEN IN SPIKSPLINTERNIEUW DECOR

De monumentale boerderij in het toekomstige centrum van Leidsche Rijn krijgt tijdelijk een nieuwe functie als vrijstaat voor kinderen. De boerderij werd verbouwd naar ontwerp van 2012architecten en stortplaats van dromen, met als pronkstuk een transparante binnenkas. De boerderij vormt nu samen met de paperdome en het gebouw een cultureel bolwerk in een wijk in wording.

Door: Friso Wiersum

De aankondiging belooft bijna een heilstaat in dit land van valcursussen voor kindjes. “Op de rand van het nieuwe stadsdeel Leidsche Rijn… opent De Vrijstaat een nieuwe kunstlocatie waar kinderen en jongeren tussen de 6 en 16 jaar zich op een actieve manier met diverse vormen van kunst kunnen bezighouden.” Op een zonnige middag ontvangt Daphne de Bruin, artistiek leider van De Vrijstaat, Post Planjer op haar locatie. Na jaren van voorbereidingen en een lange zomer van verbouwingen aan de monumentale boerderij, is het bijna zover. Op 12 september, tevens Uitfeest en Leidsche Rijn festival, opende De Vrijstaat haar deuren. Een paar dagen daarvoor is er van stress geen sprake: “Het is wel lekker dat we eindelijk kunnen beginnen.”

Na het opheffen van Beyond, de culturele ontwikkelingsorganisatie voor Leidsche Rijn, ligt het culturele veld in de wijk niet braak. Zo speelt Vicky Vinex, een personage van Daphne de Bruin dat overigens ook is voortgekomen uit Beyond, al jaren een rol in de wijk. Videocolumns, een verhuizing naar de wijk, el Army op het Amadeuslyceum, niets bleek te dol bij het cultureel te pionieren in Leidsche Rijn. “Samen met Joost de Groot, directeur van Cultuur19, gooide ik enkele jaren geleden wat lijntjes uit. De gemeente hapte: Het Gebouw moest een nieuwe bestemming krijgen. Eerst dachten we nog aan een kindermuseum, maar dat vonden we toch te steriel. Kunst in deze wijk moet meegroeien met de wijk, moet onderdeel zijn van de wisselende ritmes van een bouwlocatie, van de seizoenen. Het moet je doen invoelen dat kunst in alles kan zitten, moet er zijn voor de bewoners van deze wijk. Van al die bewoners zijn kinderen een groot deel.” Daphne ontwikkelde samen met Joost, tevens zakelijk leider van ViaVinex, een wild plan: De gehele omgeving van Het Gebouw moest een landingsplaats worden voor culturele organisaties uit de Oude Stad. De Paperdome, de Hofstede boerderij – alles kreeg een plek in hun plan.

Dienst Stadsontwikkeling, Culturele Zaken en het projectbureau Leidsche Rijn stapten in, respectievelijk betrokken als beheerder, financierder en eigenaar. Al snel werd de focus op de boerderij gelegd – die moest flink worden verbouwd. Jarenlang hadden er vier zussen gewoond, en na hen nog wat andere familie. Omdat de boerderij een monument is, “mocht er heel weinig, en moest er heel veel”. Het karakter van het pand moest bewaard blijven, terwijl het ook geschikt gemaakt moest worden voor intensief gebruik door kinderen en kunstenaars. In 2012 Architecten, onder meer bekend van hun verbouwing van cultureel podium Worm in Rotterdam, werd een partner gevonden. “Zij zijn niet alleen bouwers, maar ook kunstenaars. Bovendien werken zij duurzaam en gebruiken zij veel recyclematerialen. Dat past mooi bij deze plek in ontwikkeling. Nu is deze omgeving nog een bouwlocatie, binnen tien jaar een tweede stadscentrum.”

Met de plannen ligt meteen ook het einde van De Vrijstaat vast want over drie jaar loopt de gebruiksvergunning al weer af. Maar in die drie jaar moet het bruisen en borrelen en gisten en knallen. Plannen genoeg, aldus Daphne. Elk jaar vier grote seizoensexposities, en dan ook nog gastprogrammering door Theatergroep ’t Lab, Fotodok en UCEEstation. Deze programma’s zullen de komende jaren de kersen op de taart zijn.

De taart zelf, dat is de verbouwde boerderij. Een binnenkas in de oude stal, een veldkeuken in een mobiele container in de tuin, een huiskamercafé in de oude bijkeuken, WC’s in oude wijnvaten: de gehele inrichting draagt bij aan de ongedwongen sfeer die een vrijstaat moet hebben. De transparante binnenkas is daarbij het pronkstuk. Vanuit het hele land verzamelde de Stortplaats van Dromen, het Utrechtse bouwbedrijf dat de klus van 2012Architecten aannam, deuren en vensters om de kas te bouwen. Een caleidoscopische en kleurrijke huid om een ruimte die naar gelang voor workshops, exposities of gewoon kliederen gebruikt kan worden. Of, via de ingenieuze rails, tot een klein zaaltje kan worden gereduceerd, zodat de rest van de ruimte als podium kan dienen. De volledige koeienstal werd met schelpen volgestort, want door de monumentale status mochten de oude mestgoten niet worden dichtgemaakt. “En schelpen houden in dit oude gebouw het vocht ook mooi vast.”

In de tuin, waar kinderen zelf groenten en fruit gaan verbouwen, is de bank van oude brandslangen gemaakt. Een opengewerkt plafond in het huiskamercafé biedt een doorkijkje in de tijd en gebruikte materialen. De gehele inrichting ademt de sfeer van vrijheid en inventief gebruik die je ook op rommelmarkten en in kringloopwinkels kan overvallen. Hier zijn gedachten werkelijkheid geworden, en lijkt die werkelijkheid op een droom – af en toe verstoord door rare ijzeren stangen die niet verwijderd mochten worden en spijkers die nergens toe dienen, beiden het gevolg van de monumentale status. Dat die uitsteeksels op kniehoogte zitten, en dus pijnlijk kunnen zijn voor kinderen, deert Daphne en Joost niet, “zo leren kinderen tenminste omgaan met de omgeving.”

BOUWEN ZONDER BLAUWDRUK

Kort vraaggesprek met Boudewijn Rijff van ‘Stortplaats van Dromen’

PP: Jullie werden door 2012Architecten gevraagd hun ideeën te realiseren. Hoe verliep die samenwerking, en hoe kwam die tot stand?
Boudewijn: “Een van onze bouwers heeft stage gelopen bij 2012 en Rikkert Paauw [partner van Rijff in Stortplaats van Dromen, FW] kende hen al. Eerder namen we geen aannemersklussen aan, maar hier lag het proces nog erg open. Zo was het meubilair nog niet uitgetekend, en was de schets voor het ontwerp nog afhankelijk van de materialen die we konden vinden. In een wekelijks overleg op maandagochtend namen we de mogelijkheden voor die week door en pas daarna maakten we plannen.”

PP: Is dat niet lastig werken, met elke week mogelijke aanpassingen?
Boudewijn: “Nee, juist niet. Omdat we geen echte blauwdruk hadden, konden we in vrijheid naar mogelijkheden zoeken en bezien of materialen die we voor handen kregen inderdaad pasten in het ontwerp. Wat wel lastig was, is de monumentale status. Zo konden we de interne kas alleen om de draagbalken heen bouwen, want daar mochten we geen schroef indraaien noch in zagen. En dat terwijl je overal in de boerderij kan zien dat de boer gewoon zijn gang heeft kunnen gaan.”

PP: Noemen jullie jezelf duurzame bouwers?
Boudewijn: “Nee, termen als duurzaamheid of cradle-to-cradle zijn hippe termen die bedrijven gebruiken. Wij maken gewoon gebruik van restmaterialen. Lokale slopers en marktplaats hebben elke dag zoveel aanbod, dat het gewoon stom is daar geen gebruik van te maken. We hebben het niet zo op bewaardrift – daar krijg je maar stilstand van.”