Park Bloeyendaal: The rise of the rich?

OVER DE GROEIENDE VRAAG NAAR AFGESLOTEN WOONDOMEINEN IN NEDERLAND

Vogels beginnen te kwetteren zodra je de website opent. ‘Park Bloeyendael: een royale oase aan de rand van Utrecht’, staat er in mooie letters. Het logo heeft de vorm van een hek. Vervolgens opent een frame en zie je een groepje huizen in het groen, van bovenaf bezien, alsof je door de ogen van de vogels kijkt die je zojuist hoorde. Net echt. De zon schijnt, ramen staan open. Het is stil, vredig. Ik kan het niet helpen wanneer beelden van de dorpjes van de Smurfen en Asterix & Obelix door mijn hoofd schieten. Zo knus komt het over. En dat is knap, gezien het vrij forse woonprogramma. Word ik bedonderd?

Door: Marc Nolden

Met de muiscursor als stuurknuppel kun je over het plangebied vliegen. Statige architectuur, chique appartementengebouwen met dakterrassen zo groot als schoolpleinen, royale villa’s met strakke gazons en brede autovrije straten sieren het beeld. Mensen zijn er vreemd genoeg niet, wel auto’s, dure auto’s. Nadere informatie en plattegronden van de woningen verschijnen na een muisklik. De animaties zijn verbluffend – ik wist niet dat mijn webbrowser dit kon.

VEILIG WONEN
Park Bloeyendael moet een chique woonwijk voor welgestelden worden. Het ligt op de voormalige locatie van autobedrijf Hessing aan de Utrechtsestraat, aan de oostkant van Utrecht. Hessing, die tegenwoordig met zijn Masarati’s en Lamborghini’s in de Cockpit aan de A2 zit, wil hier ruim 100 exclusieve woningen ontwikkelen met een bijpassend pakket aan voorzieningen (waaronder gratis tuinmannen en schilders). Prijzen beginnen bij 800.000 euro. Absolute klapper is een penthouse van 735m2 met 191m2 dakterras voor een kleine vier miljoen euro. Een uitgesproken onderdeel van het planconcept is veiligheid. Hoewel Hessing het woord ‘gated community’ nooit in de mond zal nemen, heeft het villapark er alle schijn van. Een slotgracht (de vergraven Biltse Grift) en een 24-uurs bemande bewakingsloge met toegangspoort ontmoedigt ongewenste gasten het terrein te betreden. ‘Kinderen kunnen hier onbezorgd spelen’, aldus makelaar Heiko Gorter.

GAAT HET HIER DAN ZO SLECHT?
De vraag rijst wat je van een dergelijke ontwikkeling moet denken. Er is ingestoken op een maatschappijkritisch woonconcept dat drijft op de mening van een welvarende elite. In diverse media doken de afgelopen tijd opiniestukken op. Niet in de laatste plaats omdat ook bij Ouderkerk aan de Amstel, op een eilandje in de Amstel, een dergelijk woonpark moet verrijzen. Wat zegt de groeiende vraag naar dergelijke afgesloten woondomeinen in Nederland? Iets wat vooralsnog (op grote schaal) alleen in de Verenigde Staten en delen van Zuid-Amerika voorkomt. En dan met name in gebieden met veel criminaliteit waar het verschil tussen arm en rijk groot is. Gaat het hier dan zo slecht?

Onlangs kwamen de officiële bezwaarschriften binnen bij de gemeente De Bilt, van onder andere omwonenden en het Utrechts Landschap. Hierin was ook aandacht voor natuur en cultuurhistorie. Vanwege de vele stapels papier en het verzet dat is gerezen, is een onafhankelijke commissie ingesteld om te onderzoeken of deze ontwikkeling, naast rechtvaardig, ook verstandig is. De tijd dringt, de verkopen lopen voorspoedig, en eind dit jaar gaat vermoedelijk de eerste paal de grond in. Dat tempo is te verklaren uit het feit dat het plan niet strijdig is met het streeken bestemmingsplan. Het oude terrein van Hessing valt keurig binnen de rode contour van de kern De Bilt, zodat Park Bloeyendael planologisch-juridisch gezien een valide bottom up-ontwikkeling is.

ONVERSCHILLIG, ZORGELOOS, EGOÏSTISCH
Op zich is het exclusieve karakter van Bloeyendael wel te verklaren. We bevinden ons in een van de rijkste regio’s van het land, op de Utrechtse Heuvelrug, vlakbij ‘t Gooi. De vraag naar royale luxe woningen en hoogwaardige woonmilieus is hier evident. Veel passend aanbod is er niet. De behoefte aan veiligheid (en onbezorgd woongenot) is op zichzelf niet opzienbarend, ook al is de roep om fysiek afgesloten terreinen zoals Park Bloeyendael wel nieuw. Rijke mensen hebben nu eenmaal kostbare spullen (interieur, kunst, auto) en geen zin in geveltoeristen en pottenkijkers. Daarom schermen ze hun domeinen en stulpjes af met manshoge hekken en hagen. Dat zie je in de stad, in het buitengebied en in VINEX-wijken zoals Leidsche Rijn. Fraai is anders, maar zo lang dat niet leidt tot unheimische situaties in de openbare ruimte, kun je daar niet zo veel van vinden. Het is wat het is.

Zorgwekkender is het gegeven dat de in gated communities geïnteresseerde mensen met alle gemak hun huidige woon- en leefomgeving willen opgeven, (slechts) op grond van een gevoel van onveiligheid en angst voor het onbekende. Ze kiezen eieren voor hun geld, in plaats van gezamenlijk de problemen te lijf te gaan. Hiermee leggen ze hun maatschappelijke verantwoordelijkheden – die ze in hun wijk, buurt of straat hebben – naast zich neer. Zonder de sociale problemen in steden en dorpen te bagatelliseren, gaat daar iets onverschilligs van uit, iets zorgeloos, iets egoïstisch. Mensen zijn bereid hun sociale en maatschappelijke verplichtingen af te kopen zodra de grond onder hun voeten te heet wordt. Maar heeft deze elite ook niet de morele plicht om te blijven participeren in de maatschappij als zodanig, om deze vorm te geven vanuit goeddunken, en niet te vluchten naar een omheind oord met gelijkgestemden?

Tegenstanders van gated communities ontkrachten het argument dat een toegangspoort zou leiden tot grotere veiligheid. Uit diverse onderzoeken blijkt dat de gated communities slechts een schijnveiligheid bieden omdat de criminaliteitscijfers niet lager zijn dan in niet-afgesloten wijken. En: door gated communities zou het ‘sociaal kapitaal’ (sociale steun, participatie, vertrouwen en wederkerigheid) van de samenleving als geheel kleiner worden. Individualisme en polarisatie gaan hand in hand. Dit zou vanuit beschavingsidealen een neerwaartse spiraal inluiden. Cultuurfilosofen krommen hun tenen. Moet je dat met elkaar willen?

Alsof het maar een achterhoedegevecht is, groeit de interesse voor afgesloten woondomeinen in Nederland onherroepelijk. Sterker nog: meer dan de helft van de woningen op Park Bloeyendael is in no time verkocht. Dat zegt wel wat. De vraag blijft: vanuit welk motief zijn de woningen gekocht? Gaan mensen voor een mooi groot huis met gratis tuinmannen en schilders (en daarmee klaar), of kiezen ze heel bewust voor het teruggetrokken woonconcept als reactie op een veranderende maatschappij? Of een combinatie van beide.

GATED COMMUNITIES?
Interessant is om na te gaan wat een gated community eigenlijk is. En hoe zich dit laat vertalen naar een ruimtelijk ontwerp. Een gated community is in de basis een fysiek afgesloten woongroep. En een woongroep duidt op een samenlevingsvorm van mensen met een soortgelijk wereldbeeld. Dat gaat verder dan mensen die toevallig een ruimte of voorzieningen met elkaar delen. Er zijn bijvoorbeeld woongroepen waar het accent heel duidelijk op gezamenlijke activiteiten ligt: samen eten, samen spelen, samen in de tuin werken, etc. Bij anderen is dat wat minder en is het genoeg dat je een bepaalde politieke kleur draagt. Of je deelt eenzelfde levensstijl of levensfase (denk aan de bejaardenstad Sun City in de Amerikaanse staat Arizona). Vanuit deze gedachte zijn de China Towns en Little Italy’s in grote steden, de arbeiderswijken, maar ook de directeurswijken zoals het Utrechtse Oog in Al en de professorwijk Wageningen-Hoog goed te begrijpen als woongroepen en uitingen van groepsidentificatie. Niet zo zeer fysiek afgesloten, maar wel mentaal. In de meeste gevallen heb je er als niet-bewoner, passant of toerist niet veel te zoeken, ook al houdt geen enkel hek je tegen.

In de discussie over gated communities in Nederland lijken we ons blind te staren op vooraf ingeprente beelden en letterlijke verschijningsvormen van deze woondomeinen, vaak bepaald en ingegeven door de media. We zoeken wat we willen zien: luxe woningen in een ruim opgezet park met een hek er omheen, vaak buiten de stad. In de meeste gevallen klopt dat. Bijvoorbeeld ook bij de Golfresidentie in Dronten, een project waar mensen in luxe en ruimte rond een semiafgesloten golfterrein wonen, gezamenlijk eigenaar zijn van die grond en te allen tijde kunnen genieten van hun lievelingsspelletje in een ruim en leeg polderdecor. Daar zijn er inderdaad nog niet zo veel van. Maar gated communities kunnen ook binnenstedelijk en zelfs verticaal georiënteerd zijn.

Een leuk voorbeeld zijn de Rotterdamse woontorens De Hoge Heren, aan de Maas. Fantastische locatie, fraai uitzicht, hoogwaardige architectuur, ruimte, privacy en voorzien van alle moderne snufjes en luxe voorzieningen – zoals een zwembad, sauna en fitnesszalen. En dat allemaal achter een gesloten deur met een beveiligingscamera. Een vreemde komt hier niet binnen. Een inkomensdrempel moet er ook nog eens voor zorgen dat er een welgesteld publiek komt te wonen. ‘Geen pleps, geen fratsen’, moet de gedachte zijn geweest. Los van het feit dat deze torenbewoners niet per definitie een gemeenschappelijk wereldbeeld hebben, zou je kunnen volhouden dat dit een gated community is. En dat geldt dan eigenlijk voor meer appartementengebouwen in Nederland.

POSTZEGEL VOL MET PEPERDURE HUIZEN
Vanuit deze gedachte is het zinvol om kritisch naar Park Bloeyendael te kijken. Wat is het eigenlijk? Als je kijkt naar de locatie en de directe omgeving, dan zijn dat niet gelijk omstandigheden die aan een idyllisch villapark doen denken. Het voormalige terrein van autodealer Hessing ligt pal aan een luide provinciale weg, vlakbij knooppunt Rijnsweerd, waar de autosnelwegen A27 en A28 elkaar ontmoeten. Het terrein ligt bovendien (vanuit Utrecht beredeneerd) helemaal aan het begin van de Utrechtsestraat, feitelijk nog in de stadsrand van Utrecht. Dit is het meest rommelige gedeelte van de provinciale weg. Pas verderop begint de Utrechtse Heuvelrug en wordt het wegbeeld vele malen rustiger en fraaier. Op zich kan Bloeyendael voor een welkome kwaliteitsimpuls zorgen, maar daarvoor had het zich beter kunnen voegen naar het open veenweidekarakter van de aangrenzende landgoederenzone Stichtse Lustwarande, in plaats van in te zetten op een zelfstandige locatieontwikkeling met een fors bouwprogramma met stedelijke signatuur. Nu is en blijft het een autonome, haast onlandschappelijke, postzegel die volgezet is met peperdure huizen. Zijn de voorgeschotelde kwetterende vogeltjes hier wel te horen?

Qua ruimtelijke opbouw van het park is er ook het nodige te zeggen. Drie statige bouwblokken schermen het gebied af, bij wijze van domeinvorming, en vormen een fraai gezicht naar de Utrechtseweg. De gebouwen geven een gevoel van ‘onder ons’ en zijn daarmee verdedigbaar vanuit het woonconcept. Maar daarachter ontvouwt zich een stratenpatroon dat een wat makkelijke verwijzing lijkt naar de tuinsteden van Ebenezer Howard uit het begin van de twintigste eeuw, met symmetrische en hiërarchisch opgezette gebogen straten. Maar de keuze hier op Bloeyendael is niet gestoeld op het bijbehorende samenlevingsideaal, en is daarmee volkomen betekenisloos. Het had de ontwerpers gesierd als ze een poging hadden gedaan om een vormentaal en stedenbouwkundige typologie te formuleren, die past bij deze specifieke cultuuruiting in deze tijd.

Op Park Bloeyendael bestaat een mix van appartementengebouwen en grondgebonden woningen in baksteenarchitectuur. Het geheel moet volgens de architect ‘een landgoedachtige sfeer uitademen’. Opvallend is de uiterst compacte vorm waarin het is opgezet. De openbare ruimte is, afgezien van de wegen, qua maat en gebruikspotentie marginaal. De villa’s zijn feitelijk niet veel meer dan grote twee-onder-eenkappers (niet eens vrijstaand) en alleen de woningen aan de rand van het park, de Griftvilla’s, hebben vrij uitzicht op het omliggende landschap. De rest staat (voor villabegrippen) erg dicht op elkaar. De tuinen zijn in dat licht ook belachelijk klein: gemiddeld 100m2. Als je dit allemaal bij elkaar optelt kun je je afvragen wat hier nu zo bijzonder aan is? Voor hetzelfde geld koop je in Bilthoven een vrijstaande villa in het bos, met een tennisbaan achterin de tuin. En ook veilig.

Het grappige aan het hele verhaal is dat die welvarende elite, met hun dure ruimtevretende woonwensen en behoefte aan (maatschappelijke) afstand, in dit plan juist het tegenovergestelde krijgen. Ze komen boven op elkaar te wonen. Hutje-mutje achter een hek op een papperig stukje veengrond. En trouwens: een beetje zichzelf respecterende bobo wil toch, zoals in Den Haag, op het zand wonen?