Gebiedsontwikkeling zonder machtsvertoon

OMGEVING IBB-LAAN WORDT MOOIER EN BETER

Het gebied rond de Ina Boudier Bakkerlaan is al een tijdje bezig aan een transformatie. In vlot tempo verrijst hier een reeks projecten waaronder de nieuwbouw voor het Stedelijk Gymnasium, een winkelcentrum en verschillende wooncomplexen. En er staat nog meer op stapel. Wat is eigenlijk de kwaliteit van al deze particuliere initiatieven? En wie houdt er regie over de ruimtelijke samenhang?

Door: Catja Edens

De meeste Utrechters zullen het gebied rond de Ina Boudier Bakkerlaan niet haarscherp op het netvlies hebben. Het is typisch zo’n plek waar je niet snel komt als je er niets te zoeken hebt. Tot voor kort lagen er vooral grootschalige functies. Naast het IBB-complex, lag hier de kunstacademie, een ROC, een VMBOschool en een lagere school; en langs de Fockema Andreaelaan het Diakonessenhuis, verzorgingshuis de Swellengrebel en het enorme KPN-gebouw. De gebouwen en complexen kenmerken zich door een introvert karakter, met entrees die zich van de weg afkeerden en parkeerplaatsen, vuilcontainers achter hekwerken. De gebouwen en complexen liggen vrij in de ruimte zonder relaties met elkaar aan te gaan en de openbare ruimte is nogal achteloos ingericht met brede asfaltwegen, saaie stoepen en weinig groen.

Vooral dat laatste is opmerkelijk voor wie weet dat dit gebied oorspronkelijk hoveniersgrond was. Ten oosten van de Utrechtse binnenstad lag van oudsher een tuindersgebied. In de negentiende eeuw werd het gebied rond de Abstederdijkbebouwd met arbeiderswoningen, en tussen 1910 en 1930 werd in het noordoosten de Schildersbuurt gerealiseerd. Rond 1920 werd ook het oude Sterrenwijk gerealiseerd (hernieuwd in de jaren tachtig) en het Diakonessenhuis. Het duurde echter tot na WO II voordat het hoveniersgebied rond de IBB-laan werd onteigend in het kader van uitbreidingsplan Kromme Rijn.

Aanvankelijk was het de bedoeling de vooroorlogse wijken aan de oostkant van de stad via dit gebied te verbinden met het naoorlogse woongebied rond de Kromme Rijn. De Rubenslaan, een nieuwe invalsweg, vormde daarbij een centrale as. De bedoelde koppeling kwam echter nooit goed tot stand en het gebied tussen de Rubenslaan en de Notebomenlaan ontwikkelde zich tot een geïsoleerde zone die zowel ruimtelijk als functioneel los stond van zijn omgeving.

GEEN ACTIEVE GRONDPOLITIEK
In deze situatie bleek verandering te komen in de eerste helft van de jaren tien. Verschillende partijen waren toen begonnen met het ontwikkelen van nieuwe bouwprojecten in het gebied of hadden plannen in die richting. Zo was er op dat moment veel aan de hand met onderwijslocaties in Utrecht doordat instellingen fuseerden en verhuisden naar andere locaties in de stad. Dit gold ook voor de ROC-locaties en het Meerstroomcollege aan de Ina Boudier Bakkerlaan. Voor de twee vrijgekomen ROC-locaties, aan weerskanten van het woonwagenterrein, waren de plannen inmiddels volop in ontwikkeling.

Naast de Kunstacademie zou een appartementencomplex verrijzen van Klunder Architecten. Op de hoek IBB-laan/Notebomenlaan was een winkelcentrum met woningen gepland, ontworpen door bureau Op ten Noort Blijdenstein. Ook het Meerstroomcollege had plannen voor nieuwbouw, maar zou uiteindelijk fuseren en verhuizen naar elders. Daarnaast had het Diakonessenhuis serieuze uitbreidingsen herontwikkelingsplannen, was men voor verzorgingstehuis Swellengrebel bezig met studies voor een woonzorgzone en bezonnen de Hogeschool voor de Kunsten en de KPN zich eveneens op de toekomst. De gemeente Utrecht besloot in 2005 de verschillende plannen in kaart te brengen om overzicht te krijgen en een visie te ontwikkelen, om zo de samenhang in het gebied te kunnen regisseren. Zij deed dit in nauwe samenspraak met de bewoners en omwonenden van het gebied.

Het resulteerde in de Discussienota Rondom Rubens, van ambitie tot uitvoeringsafspraken die in het najaar van 2006 werd gepresenteerd. De nota is het werk van het Gebiedsteam Oost waarin vertegenwoordigers vanuit de gemeentelijke afdelingen voor stedenbouw, monumenten, wonen, economische zaken, milieu, verkeer en parkeren en publieke diensten zitting hebben. Kika Aalberts, de huidige gebiedsmanager vanuit Stadsontwikkeling voor de wijk Oost en voorzitter van het gebiedsteam Oost, legt uit dat de gemeente bewust kiest voor een sturende rol bij ruimtelijke ontwikkelingen, in plaats van het voeren van een actieve grondpolitiek.

Deze wijze van opereren past natuurlijk ook heel goed in deze tijd. Met de discussienota creëert de gemeente een vehikel om omwonenden bij de plannenmakerij te betrekken en mee te laten beslissen, iets waarvan Aalberts herhaaldelijk benadrukt hoe belangrijk de gemeente het vindt. Vervolgens biedt de nota ook de basis voor toetsing van plannen voor dit gebied, waarna een planologische procedure kan volgen.

DE SFEER VERANDERT
Het is toeval dat zich in het gebied rond de Ina Boudier Bakkerlaan en de Fockema Andreaelaan – door de gemeente Rondom Rubens gedoopt – allerlei ontwikkelingen min of meer tegelijkertijd voordoen, zo stelt Aalberts. Het staat grondeigenaren immers vrij om naar eigen inzicht nieuwbouw te ontwikkelen mits ze binnen de richtlijnen van bestemmingsplan en Welstand opereren.

Met de Discussienota zijn de verschillende ontwikkelingen in kaart gebracht en voorzien van een breder kader. Op basis van historische, ruimtelijke en functionele analyses van het gebied èn de bestaande plannen en projecten, is een toekomstvisie voor het gebied gemaakt met als belangrijk element de toevoeging van een gevarieerd woningbouwprogramma. Daarmee zal de sfeer in het gebied veranderen en zal het beter aansluiten bij de wijken in de omgeving. Ook vraagt dit om aanvullende functies op het terrein van dienstverlening, zorg, ontspanning en detailhandel.

De ruimtelijke identiteit van het gebied met de kenmerkende losse bouwvolumes, zal behouden blijven – zij het met meer variatie in maat en schaal. Door de gebouwen bovendien te oriënteren op de openbare ruimte, wordt het gebied veiliger en minder onherbergzaam. Met meer aandacht voor de architectuur en de inrichting van de openbare ruimte, zal de algehele uitstraling van het gebied nog verder verbeteren. Aanpassing van de straatprofielen, betere parkeeroplossingen en vooral meer groen, zoals bomenrijen langs de straten, dragen daaraan bij.

Plannen die niet in overeenstemming zijn met het bestemmingsplan, worden getoetst aan de discussienota. Als ze daarin passen, krijgt het college van burgemeester en wethouders het advies haar medewerking te verlenen aan de plannen.

UITVERKOCHT!
Inmiddels zijn in het gebied rond de Ina Boudier Bakkerlaan verschillende projecten opgeleverd of in aanbouw. Het appartementencomplex van Klunder biedt 183 woningen voor starters. De maat van het bouwblok wordt gerelativeerd door een geleding in rode baksteen en plaatmateriaal. In lijn met het karakter van het gebied, staat het blok vrij in de ruimte. Het maaiveld kreeg een groene inrichting en een duidelijke entree en routing tot aan de straat, zodat het gebouw aansluiting maakt met zijn omgeving.

Het nieuwe winkelcentrum met woningen van Op ten Noort Blijdestein, vormt een uitnodigende open hoek op de kruising Ina Boudier Bakkerlaan/Notebomenlaan. De architectonische uitwerking is enigszins schizofreen: het lage, horizontaal georiënteerde blok van donkere baksteen heeft weinig uitstraling terwijl het hoge verticale blok een belangrijke bijdrage levert aan de kwaliteit van de omgeving. Het gebouw is opgetrokken uit gele baksteen en mooi gedimensioneerd met ruime vensteropeningen en kozijnen in gedekte kleur. In de inrichting van het voorplein door Ingenieursbureau Utrecht zijn vooral de plantsoenen langs de straat opvallend. Met eenvoudige middelen – beplantingsvakken uitgespaard in een standaard 30/30 betegeling – ontstaat hier een verzorgd beeld. Als grapje zijn sommige van de heggen in de vorm van een auto geschoren. Geslaagd is de koppeling met de inrichting van de stoep aan de oostkant van het IBB-complex. Hopelijk is deze inrichting ook een haalbare kaart voor de rest van het gebied.

Aan de overzijde staat ook de nieuwbouw van architect Thomas Rau. Toen duidelijk werd dat het Meerstroom College zou vertrekken, kon de nieuwbouw worden aangepast om het Stedelijk Gymnasium te huisvesten. De school is een groep losse volumes die volgens de metafoor van de architect zijn vormgegeven als kruiend ijs. Het resultaat zijn schots en scheve gevels: een ongemakkelijke architectonische gimmick die eerder een goedkope dan hoogwaardige uitstraling heeft.

Naast de school zal een reeks van 22 ‘grote herenhuizen’ verrijzen, ontworpen door Citta architecten in de stijl en sfeer die dit soort projecten tegenwoordig kenmerkt. Het zijn drielaagse woningen met eenplat dak en een opengewerkte begane grond met extra verdiepingshoogte. De trotse mededeling ‘Uitverkocht!’ geeft wel aan hoeveel behoefte er is aan dit soort woningen in de stad.

Om de hoek aan de Fockema Andreaelaan ligt de nieuwbouw van het Bonifatius college, die in 2006 al gerealiseerd was en in gebruik. Op het terrein er tegenover zal het Diakonessenhuis zijn nieuwe Acuut Centrum realiseren met daarin spoedeisende hulp, intensive care, medium care en een reeks nieuwe operatiekamers. Over de architectonische uitwerking daarvan is nu nog niets bekend.

De conclusie mag zijn dat het redelijk goed gaat met het gebied rond de Ina Boudier Bakkerlaan. Door de aandacht die opdrachtgevers en gemeente aan architectuur en buitenruimte besteden zal dit gebied zijn bedrijfsterrein-achtige uitstraling van zich af kunnen schudden. Met het introduceren van meer woningen en een gevarieerde groep bewoners met bijbehorende functies, wordt de positie nabij het stadscentrum terecht uitgebuit en krijgt het gebied een kleinschaliger en herbergzamer karakter.

Hoewel de gemeente hier niet aan het roer staat, kan zij, in overeenstemming met de inbreng van omwonenden, de ontwikkelingen wel sturen. Het is een rol waarbij zij afhankelijk is van de initiatieven van particulieren, maar wel de regie voert op de stedenbouwkundige randvoorwaarden. Zo bepaalde de gemeente aan welke bestemmings- en functiewijzigingen meegewerkt wordt en hoe de inrichting van de openbare ruimte met de infrastructuur eruit komt te zien. Op dat gebied is veel te bereiken met kwaliteit, aandacht en de toevoeging van het nodige groen. Kika Aalberts, voorzitter van Gebiedsteam Oost, geeft echter toe dat het geld voor deze herinrichting voorlopig nog grotendeels ontbreekt. We moeten het dus ook op dat punt nog even hebben van de marktpartijen.