Stadsontwikkeling kan organischer

PEPIJN ZWANENBERG OVER HERGEBRUIK, VERHALEN EN POLITIEK

Pepijn Zwanenberg (1969) maakt zich als gemeenteraadslid sterk voor het behoud van karaktiristieke panden in de stad en voor open veranderingsprocessen, waar hij de bewoners actief bij betrekt. Zijn roots liggen in de kraakbeweging.

Door: Friso Wiersum

Vreemd genoeg begint het vraaggesprek met Pepijn Zwanenberg bij de muziek van Elly en Rikkert. Dit muzikale duo scoorde in de jaren zestig hits met de toenmalig populaire psychedelische folk, tot zij halverwege dat decennium gezamenlijk de Here ontdekten en overstapten op religieuze folk. Waar hij de muziek leerde kennen? In het kraakpand Villa Waterschâ waar hij in 1993 woonde.

Elly en Rikkert werden door hem en hartsvriendin Estelle echt leuk gevonden, en ook opgevoerd in de tekeningen en teksten die zij afleverden voor het kraakblad Springstof en het toen nog links radicale Ravage. Dit oneigenlijke gebruik van Elly en Rikkert was juist leuk. ‘Eenvormigheid is dodelijk.’

Opgegroeid in een VVD-nest in Roermond, al waar hij het VWO doorliep en ‘de bijbehorende hobby’s tennis en hockey beoefende’, kwam Zwanenberg in 1988 in Utrecht terecht. Toen hij in 1990 in Villa Weltschmerz op de Beverstraat woonde, lag het ‘kraakeiland’ rondom de Schutstraat om de hoek. Die straat werd datzelfde jaar ‘dichtgeplankt en ontruimd.’ Dat wekte verwondering bij Zwanenberg, ‘Waar moeten die mensen nu gaan wonen?’, en zette aan tot nadenken over waarom een gehele volksbuurt een ander karakter moest krijgen, over waarom stadsontwikkeling zo massief moest zijn. Dat zou je de geboorte van een politieke interesse in ruimtelijke ordening kunnen noemen.

INSTITUUT VOOR TOEKOMSTIG VERLIES
Tegelijkertijd wekte het zijn fascinatie voor de zaken die verdwijnen, voor de attributen die mensen in een huis achterlaten en voor het gemak waarmee we vergeten wat eens was. Die fascinatie uitte zich eerst nog onschuldig – Zwanenberg nam kleine zaken mee uit die verlaten huizen; een stofschaar, een deurklink, een glas-in-loodraam, een voordeur. Alles met het idee die zaken een tweede leven te gunnen. Zo is zijn huidige woonboot inderdaad ingericht met restmaterialen uit gesloopte huizen.

Maar die fascinatie kreeg ook een meer serieuze toon toen hij van een docent op de mastersopleiding DasArts de vrijdagse opdracht meekreeg in het weekend een instituut op te richten. Dat instituut moest de maandag erna al operationeel zijn. Zo werd het Instituut voor Toekomstig Verlies geboren. Zwanenberg legt uit: ‘We gaan ervan uit dat we naar de toekomst gaan en het verleden achter ons laten. In ons eigen leven is die overgang geleidelijk: je bent nooit opeens oud. Maar massale sloopplannen breken met die organische verandering. Wat ik met mijn Instituut voor Toekomstig Verlies toonbaar wilde maken, waren nu juist de kleine zaken die zouden gaan verdwijnen.’

Zwanenberg deed dat ondermeer door van de bewoners die op de te slopen Kanonstraat in Lombok woonden, zeven dagelijkse attributen te fotograferen. Van de deurbel via de telefoon tot aan hun vervoersmiddel. Die foto’s exposeerde hij dan in de straat zelf: tussen de dichtgetimmerde panden kon je een steelse blik werpen op de levens van de mensen die daar woonden. Daar kon je je hun leven inbeelden en als je zou willen even stilstaan bij wat was. ‘Op die manier kan je mensen ook meer bij de stad betrekken. Ik geloof namelijk dat mensen die kennis hebben van wat was, zorgvuldiger met veranderingen omgaan.’

KRAAKSPREEKUUR
Eenzelfde weg van geleidelijkheid kenmerkt Zwanenbergs betrokkenheid bij de kraakscene in Utrecht. Na enkele jaren van bezoeken aan het kraakspreekuur bleek dat hij steeds vaker de antwoorden op vragen van zichzelf en anderen al wist. ‘Dus dan kan je daar net zo goed zelf gaan zitten.’ Toen hij in 1993 met enkele vrienden een half uitgebrand pand op de Van Diemenstraat kraakte, begon een periode van puin ruimen, en, helaas, ook een periode van rechtszaken. In maart 1994 viel er een dagvaarding op de deurmat. De zitting van het kort geding was nog geen week later en was historisch voor Utrecht: voor de eerste keer mocht een kraakpand zich niet anoniem verdedigen. ‘Dat trok natuurlijk media aandacht. Ook omdat wij, als we dan toch openbaar moesten zijn, die aandacht zochten.’ De gebruikelijke spandoeken op de gevel werden vergezeld van reportages in Utrechtse en landelijke media. De krakers wonnen de rechtszaak. Woonrecht bleek af en toe wel boven eigendomsrecht te gaan.

Mede door deze ervaring gerijpt, trad Zwanenberg steeds vaker op als woordvoerder van de Utrechtse kraakscene. ‘Omdat ik uit een VVD-gezin kom, kende ik de argumenten van tegenstanders natuurlijk al.’ Dat woordvoerderschap deed Zwanenberg graag met een grapje, zo droeg hij een sheriff-ster als hij met de politie moest overleggen.

Ook publieke acties in de jaren na 1994 droegen een ludiek karakter: toeristische wandelingen langs panden met een kraakgeschiedenis onder leiding van een gids met een breekijzer in de hand. ‘Maar die wandelingen maakten aan de deelnemers ook duidelijk dat kraken veel meer voor de stad heeft betekend dan onderdak aan krakers verschaffen. Tivoli, Ubica, Moira, de witte kameren op de Springweg – al die panden zijn door de kraakscene behouden gebleven, waarbij de eerste drie ook nog een culturele bestemming kregen.’

POLITIEK
Vanuit deze achtergronden en met steeds toenemende interesse in hoe een stad nu functioneert, knipoogde de politiek al langer naar Zwanenberg. ‘Maar ik was bang dat ik te monomaan zou zijn: welke idioot leest nu de bouwberichten in Ons Utrecht, zoals ik deed.’ In een kennismakingsgesprek met Marjan Schuring bleken zijn angsten onterecht. ‘Ook de politiek gaat om verhalen vertellen, en bovendien bleken mijn ideeën een lacune te vullen die GroenLinks had op cultuurhistorisch vlak.’ Al na de eerste raadsvergadering wist Zwanenberg ‘dit vind ik leuk! Ik kan zaken die ik belangrijk vind over het voetlicht brengen, en zo heel af en toe behaal ik daar succes mee.’

Voorbeelden van die successen zijn het op de agenda zetten van de Van Sijpesteijnkade en de nu in het collegeakkoord gehonoreerde herziene plannen voor de Themaflats in Overvecht. ‘Insteek bij al die verschillende zaken is dat stadsontwikkeling wel wat organischer kan. Niet alles moet platgewalst worden om plaats te maken voor iets opzienbarends. Meer precieze ingrepen leveren vaak schoonheid voor de langere duur op.’ Als voorbeeld haalt Zwanenberg de historische binnenstad van Utrecht aan. ‘Daar werden vroeger ook wel eens losse panden gesloopt, en dan werd er een nieuw pand ingepast. Die kleine ingrepen gaven het karakter aan de binnenstad waar we nu mee weg lopen. Je moet er toch niet aan denken dat ze vroeger ook rigoureus hele huizenrijen langs de grachten hadden gesloopt, zoals we dat nu wel doen in de wijken.’

Friso Wiersum is debatprogrammeur bij Tumult, Utrechts debatcentrum, freelance gespreksleider en publiceert over geschiedenis en cultuur.
www.pepijnzwanenberg.nl, www.toekomstigverlies.nl, www.vanschagenarchitekten.com (themaflats), www.zofor.nl, www.tumultdebat.nl

De stad is van ons – kraken is levend hergebruik
Nederland was één van de landen waar kraken niet strafbaar was. Een initiatiefwet om dat te wijzigen is op 1 juni aangenomen: kraken wordt per 1 oktober strafbaar. Terecht, in een periode waarin leegstand weer oploopt? Onterecht, nu de woningmarkt op slot zit? Wat er nu gaat gebeuren, weet nog niemand. Tijd voor een terug- en vooruitblik op dat culturele fenomeen: Kraken! Met onder meer: Aetzel Griffioen (kraakpetitie. nl), Rutger den Dool (kraakspreekuur) en Natasha Gerson (auteur van Plaatstaal). Zaterdag 26 juni van 15.30 tot 17.00 uur, RWZI-terrein, Zandpad 1

Kraakroute
De Kraakroute toont opmerkelijke plekken die door krakers zijn bezet en een nieuwe bestemming hebben gekregen. Bewoners en gebruikers van (voormalige) kraakpanden openen hun deuren, zoals: Achter Clarenburg, Tivoli, Ubica, Acu en Strowis. Met voormalig kraker André Jonkers bezoekt u de panden en hoort u de verhalen. Zaterdag 26 juni van 12:30-15:00 uur, vertrek vanaf informatiepunt busstation, tussen stads- en streekbussen Utrecht CS reserveren aanbevolen (www.aorta.nu)

Recyclicity
Werken met afval is dé ontwerpstrategie van 2012 Architecten. Zij zoeken naar afval in de directe omgeving. Zo is het bouwproces altijd duurzaam en het eindresultaat vaak verrassend. Een korte lezing door 2012 Architecten over innovatieve toepassingen en onverwachte vormgeving. Zaterdag 26 juni van 14.00 tot 14.20 uur, RWZI-terrein, Zandpad 1

Fietsroute
Deze fietsroute zal leiden naar een aantal panden, die een tweede leven hebben gekregen. Bij de informatiebalie op het RWZI-terrein kunt u de routebeschrijving ophalen en u inschrijven voor de rondleidingen langs deze route. Zaterdag 26 juni van 10.00 tot 17.00 uur, RWZI, Zandpad 1