Dag van de Architectuur: citymarketing of eye-opener

REDACTIONEEL

Post Planjer heeft jaren een nummer uitgegeven op de Dag van de Architectuur dat aansloot bij het landelijke thema. Dit jaar ligt het zomernummer pas na de Dag van de Architectuur voor u. Niet omdat wij het landelijke thema ‘Tijdelijk verblijf’ niet interessant genoeg vonden, of dat het ongemerkt aan ons voorbij is gegaan. Integendeel, het thema riep veel associaties op bij de redactie en gaf de nodige aanknopingspunten voor leuke artikelen. Maar omdat Post Planjer een kritisch en beschouwend bulletin is, wilden wij dit jaar eens de balans opmaken over de populariteit van de Dag – de creativiteit waarmee er wordt omgegaan met het landelijk thema, het bezoekersaantal, de gemiste kansen en de sfeer. Daarom in dit nummer onder andere een interview met Daan Bramer, voorzitter van de Stichting Dag van de Architectuur in Utrecht, over de bedoeling van de Dag en samenwerking met andere initiatieven. Daarnaast aandacht voor onderwerpen die allen in meer of mindere mate te maken hebben met het thema ‘Tijdelijk verblijf’. Twee jonge fotografen brachten speciaal voor Post Planjer het tijdelijk gebruik van de Utrechtse openbare riumte in beeld. Een tijdelijke bewoner van camping de Berekuil schrijft over zijn belevenissen aldaar.

Machteld Kors

HET PROGRAMMA ROND ‘TIJDELIJK VERBLIJF’
Het landelijke credo van de Dag van de Architectuur is het onder de aandacht brengen van architectuur bij een zo groot mogelijk publiek. Het is natuurlijk de kunst om dit op een prikkelende manier te doen, zodat bezoekers geïnformeerd en aangemoedigd worden zich bewust te worden van de gebouwde omgeving. Het thema werd in verschillende steden op uiteenlopende wijze ingevuld. De grote steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag waren met hun programma weinig creatief. Zij stelden hotels, scholen en lobby’s van (semi)publieke gebouwen open voor publiek. Dit is wat ons betreft een gemiste kans. De Dag van de Architectuur biedt juist gelegenheid nieuwe initiatieven te ontplooien en het thema zou aanknopingspunt moeten zijn niet alleen de geslaagde architectuur te bekijken, maar ook de minder vooraanstaande gebouwde omgeving te beschouwen.

Andere steden wisten beter raad met het thema. Zo werden er, naast een gevarieerd programma van het architectuurcentrum Platform Gras, in Groningen leegstaande gebouwen opengesteld door het initiatief ‘Restruimte’, om het potentieel van deze gebouwen te tonen voor tijdelijk verblijf. ‘Restruimte’ transformeert leegstaande winkel- en kantoorpanden in de binnenstad tot tijdelijke werkplekken met vergader- en ontmoetingsmogelijkheden voor jonge creatieven. In Apeldoorn en Nijmegen werden architecten en kunstenaars opgeroepen een tijdelijk verblijf te ontwerpen en te realiseren. Bezoekers konden de ingenieuze bouwwerken bekijken en tijdelijk betreden. In Eindhoven werd er ook nog een debat georganiseerd waarin interessante vraagstukken naar voren kwamen. Welke rol heeft de Nederlandse regelgeving in de kansen voor tijdelijke projecten? Hoe gaan architecten om met tijdelijke verschijningsvormen? Is de discussie over tijdelijk verblijven een (tijdelijke) hype? Er waren in het land dus wel degelijk interessante programma’s samengesteld.

TIJDELIJK VERBLIJF OP DE UITHOF
Utrecht had met bijna 1.000 bezoekers op de Uithof een aardig bezocht programma, maar er werd gekozen voor een veilige en voor de hand liggend programma. Tijdelijk verblijf werd gekoppeld aan de Uithof: studentenhuisvesting, bibliotheken en faculteiten zijn tenslotte voorbeelden van tijdelijke verblijven. De Uithof als middelpunt van architectuur: 28.000 studenten en veel tijdelijk verblijf. Na de aftrap in de Basket Bar door Art Zaaijer, die nogmaals de ontstaansgeschiedenis van de Uithof toelichtte en aandacht vroeg voor de openbare ruimte op de Uithof, werden de bezoekers uitgenodigd de blik te richten op de architectonische topstukken, waaronder de inmiddels twee jaar oude Universiteitsbibliotheek van Wiel Arets, de bijna vier jaar oude Spaceboxen van Mart de Jong en het kinderdagverblijf van Van Drost en Van Veen. De animo voor de rondleidingen was groot en het was een goede PR voor de Uithof. Maar geef toe, het mag best wel iets spannender. Waarom niet een toer langs de hangplekken in Utrecht, een wandeling door Hoog Catharijne of een rondleiding op volkstuinencomplex ‘Ons Genot’? Hier zie je pas echt hoe Architectuur zich verhoudt tot Tijdelijk verblijf.

Architectuur voor het grote publiek

INTERVIEW MET DAAN BRAMER

Jaarlijks organiseert de Stichting Dag van de Architectuur utrecht rond 1 juli de Dag van de Architectuur. Dit jaar werd een programma neergezet in de Uithof, rond het thema Tijdelijk Verblijf. Daan Bramer is bijna twee jaar voorzitter van de stichting en sprak met Post Planjer over zijn beweegredenen, de invulling die zijn bestuur geeft aan de Dag van de Architectuur en de manier waarop de Utrechtse architectuurinitiatieven zich tot elkaar verhouden.

Martine Bakker

Waarom koos je voor deze bestuursfunctie, had je ervaring met dergelijke stichtingen en wie vormen het bestuur?
Ik ben gevraagd om als voorzitter in het bestuur van de stichting te komen. Eerder was ik een tijd bestuurslid van Architectuurcentrum Aorta. Aorta heeft een maatschappelijke rol die aansluit bij het vakgebied, daar heb ik veel van geleerd. De Dag van de Architectuur is er voor het grote publiek. Ik vind het leuk om met zo’n orgaan bezig te zijn. Het bestuur bestaat verder uit Theo Hillhorst en Han Schraders, beide van de gemeente Utrecht, architect Frans Kooijman en Johan Klinkenberg van corporatie Bo-Ex. We proberen alle gelederen erin te hebben en missen momenteel dus nog een vrouw en iemand uit de kunsthistorische hoek. Mijn eigen achtergrond is projectontwikkeling en vastgoedadvies.

Wat is de doelstelling van de Stichting Dag van de Architectuur Utrecht en hoe wordt die doelstelling bereikt?
De Stichting Dag van de Architectuur wil het grote publiek geïnteresseerd maken in architectuur. Op lezingen, workshops, presentaties of een symposium komen alleen vakmensen af, zoiets willen we dus niet. Architecten spelen wel een rol op de Dag van de Architectuur, maar in dienst van het grote publiek. Zij mogen hun kennis en bevlogenheid overbrengen. In het verleden was de Dag meer een feestje voor architecten. Maar ik vind dat de Dag bedoeld is voor het hele gezin, voor mensen die niet veel weten van architectuur, maar wel iets van diepgang zoeken in hun weekenduitje. Deze omslag heeft het bestuur niet zonder discussie gemaakt. Zo werd er flink gediscusieerd over mijn voorstel om een springkussen voor de kinderen neer te leggen in Papendorp.

Wordt het architectuur met een attractie of een attractie met ook nog wat architectuur?
Ik wil niet dat het een pretpark wordt dat niets met architectuur te maken heeft, maar ik wil de architectuureducatie vermengen met aantrekkingskracht. Een beetje zoals het nieuwe spoorwegmuseum dat doet, dat is een attractiepark met inhoud. De mensen komen hoe dan ook wel, maar met een speciale attractie, zoals een hoogwerker of een helikopter, komen er meer. Ik vond ook het boottochtje naar Lands End in de Lage Weide heel gepast.

Sommige architecten hebben tegenwoordig een soort sterstatus. Ben je, wanneer architecten rondleidingen geven in de door hen ontworpen gebouwen, niet bang dat mensen vooral op de beroemde architecten afkomen en minder kritisch naar het gebouw kijken?
Ik heb gemerkt dat de verhalen van gerenommeerde architecten door het grote publiek juist niet worden geslikt voor zoete koek. Zij komen niet op de sterstatus af, zij kennen de status van zo’n architect niet eens, en stellen zich dus heel onbevangen op.

Voorheen werkten jullie samen met de Stichting Rietveldprijs. Waarop was die samenwerking gebaseerd en waarom bestaat deze niet meer?
De Dag van de Architectuur krijgt samen met de stichting Rietveldprijs subsidie van de Gemeente. Deze pot wordt het ene jaar besteed door de Rietveldprijs, het andere jaar door de Dag van de Architectuur. De Dag van de Architectuur heeft daarom het ene jaar een gewoon programma en pakt het andere jaar groots uit. In het verleden werd er in het gewone jaar samengewerkt met de Rietveldprijs, maar deze heeft haar programma verlegd naar oktober en aansluiting gezocht bij de design biënale. (Utrecht Manifest, tweejaarlijks podium voor design en maatschappij, MB).

Wie stelt de inhoud en activiteiten van de Dag van de Architectuur in Utrecht vast?
Om het programma van de Dag van de Architectuur vast te stellen houden we twee of drie bestuursvergaderingen. We gaan in principe uit van het jaarlijkse thema van de BNA (De Dag van de Architectuur is een nationaal initiatief van de Bond van Nederlandse Architecten, MB). Na afloop wordt de inhoud geëvalueerd, waarbij meestal ook alweer nieuwe ideeën ontstaan.

Wat vind je van het initiatief van Peter Versseput op de Dag van de Architectuur?
Op een laat tijdstip hoorden we van het initiatief van Peter Versseput. Ieder jaar haken er mensen met een eigen programma aan bij de Dag van de Architectuur. Dat vind ik prima, zolang het ons programma maar niet vertroebelt. De acties van Verss bleken een leuke en welkome aanvulling op ons programma. Het was fleurig en betrok het publiek actief bij het programma van de Dag. Door de ballonnen lieten de bezoekers letterlijk hun sporen achter, waardoor de routing van de Dag naar de verschillende gebouwen zichtbaar werd.

Wat vind je van de landelijke thema’s van de BNA?
Van voorgaande jaren hebben we geleerd dat teveel locaties verwarrend werkt. Het programma moet niet over de hele stad zijn verspreid. Daarom kiezen we sinds kort voor deelgebieden zoals het Stationsgebied, Papendorp of de Uithof. We willen niet gekronkeld een landelijk thema uitvoeren, maar soms komt het minder goed uit, zoals bij het Stationsgebied. Ik zou liever helemaal niet werken met landelijke thema’s. Op lokaal niveau spelen er misschien hele andere dingen, die je met zo’n thema uitsluit. Omdat ons uitgangspunt is om het programma compact, overzichtelijk en boeiend te maken voor het grote publiek, is het soms lastig om het thema goed te volgen.

Hoe hebben jullie het thema van dit jaar, Tijdelijk Verblijf, opgepakt in het programma?
Met tijdelijk verblijf kwamen we vanwege de studentenwoningen uit bij de Uithof. Ook de schoolgebouwen en bibliotheek zijn natuurlijk plekken waar de studenten tijdelijk verblijven. Maar op die manier kom je er altijd wel: iedereen verblijft in feite overal tijdelijk, het is maar wat je onder tijdelijk verstaat. We hebben ook gekeken naar gevangenissen, maar dat was te ingewikkeld om te bezoeken.

Hoe kijk je terug op de Dag van de Architectuur 2007?
De Dag is goed bezocht, er waren zo’n 1000 tot 1500 mensen. De sfeer was goed, alles verliep heel gemoedelijk. De rondleidingen in de gebouwen zijn erg goed bezocht. Door de hoeveelheid aan gebouwen en rondleidingen was het niet mogelijk om alles te doen op één dag. Sommige bezoekers vonden dat jammer, anderen vonden dat juist een pré omdat de kwaliteit hierdoor goed was. Het publiek zat met name in de leeftijdsgroep 40-plus die geïnteresseerd zijn in de gebouwde omgeving en de Uithof in het bijzonder. Wij hadden gehoopt dat er wat meer studenten en jongeren op het programma zouden afkomen.

De Dag van de Architectuur wordt al jaren door Communicatie en organisatiebureau Explorama uitgevoerd. Wat zijn jullie beweegredenen daarbij?
Nadat het bestuur het programma heeft vastgesteld, wordt de inhoud van de Dag in samenwerking met Explorama verder uitgewerkt. De organisatie van de Dag ligt daarna bij Explorama. De aanvullende financiering wordt deels door de bestuursleden, deels door Explorama geregeld. De organisatie wordt ieder jaar geëvalueerd. We zijn tevreden met de wijze waarop de Dag nu wordt georganiseerd. We kiezen bewust voor een onafhankelijk bedrijf dat de expertise in huis heeft een programma zo neer te zetten dat een groot publiek wordt aangesproken. De samenwerking met Explorama is ontstaan omdat Eric Hanse, de directeur van Explorama, de Stichting Dag van de Architectuur ooit heeft opgericht in samenwerking met de BNA kring Utrecht.

Post Planjer sluit jaarlijks aan bij het thema van de Dag van de Architectuur, in samenspraak met Explorama of de Stichting Dag van de Architectuur. Die samenwerking is min of meer spontaan en ad hoc. Hoe staat de stichting Dag van de Architectuur tegenover samenwerking met andere architectuurinitiatieven?
Ik ben geen voorstander van een Utrechts Architectuur Instituut of iets dergelijks. Maar ik wil wel samenwerken, kruisbestuiven en jaarprogramma’s op elkaar afstemmen. Dit moet dan wel op tijd gebeuren, als je er voor de Dag van de Architectuur nog wat aan wilt hebben. Ik heb daar nog niet bewust naartoe gewerkt. Terwijl bij het brainstormen vaak leuke ideeën afvallen, die door een ander initiatief goed opgepakt zouden kunnen worden. Wel denk ik dat het beter is als de initiatieven vervolgens ieder hun eigen programma uitvoeren, op hun eigen manier en voor hun eigen achterban. Het afstemmen en kruisbestuiven zou wat mij betreft niet alleen over de Dag van de Architectuur hoeven gaan, maar ook een algemeen gesprek kunnen zijn.

Integer en ludiek

INTERVIEW MET EVELINE PAALVAST

Architectuurcentrum Aorta organiseerde op de Dag van de Architectuur een kinderworkshop en rondleidingen op het voormalige Kromhout Kazerne terrein, het tegenwoordige University College. Ook sloot het tentoonstellingsprogramma met ‘Utrecht Studentenstad’ aan op het thema tijdelijk verblijf. Een kort interview met Eveline Paalvast, directeur van Aorta, over de afgelopen Dag van de Architectuur.

Martine Bakker

Wat betekent de Dag van de Architectuur voor Architectuurcentrum Aorta?
Het is een kans om architectuur in de brede zin van het woord op een laagdrempelige, uitnodigende manier te ontsluiten voor het brede publiek. Architectuur is overal om ons heen en je hebt er dagelijks mee te maken, ieders directe omgeving is ontworpen. Wij merken dat mensen vaak heel nieuwsgierig zijn naar het hoe en wat. De dag draait om bewustwording, je een mening kunnen vormen en het verdiepen van je inhoudelijke kennis. Het programma moet een integere link hebben met het vakgebied en mag op een ludieke manier ontsloten worden. Aorta richt zich trouwens met haar programma altijd op manieren om de dialoog tussen de vakgemeenschap en het publiek te stimuleren. Dat zie je ook terug in het publiek dat onze activiteiten bezoekt. De inhoud bepaalt uiteindelijk de vorm waarin we dat doen.

Wat vind jij dat de kern zou moeten zijn van de Dag van de Architectuur? Voor wie is de dag bedoeld?
De kern is meer inzicht geven in de motivatie en keuzes van architecten op een redelijk informele manier. De dag is naar mijn idee bedoeld voor een zo breed mogelijk publiek, liefst ook mensen die eens kennis willen maken met hun gebouwde omgeving. Het programma moet naast de ontwerpkeuzes van de architecten zelf ook de politiek-maatschappelijke keuzes belichten die zijn genomen, omdat die van grote invloed zijn op de context waarbinnen de architect antwoord geeft op de gestelde opgave.

Aorta zoomde dit jaar in op het landelijke thema met de keuze voor studentenhuisvesting. Deze tentoonstelling was al geprogrammeerd in het jaarprogramma en gaf ons, gelet op het thema van de Dag, de kans om het onderwerp op andere manieren onder de aandacht te brengen. In de tentoonstelling werd de historische en toekomstige ontwikkelingen rondom studentenhuisvesting belicht. De informatie en beelden werden getoond in een decor van diverse nagebouwde studentenkamers uit verschillende tijdvakken: van het eerste hospiteren tot de toekomstscenario’s. Kinderen konden op de Dag van de Architectuur tijdens de workshops kennis maken met het vak ontwerpen. Na een bezoek aan de tentoonstelling maakten ze hun eigen spacebox onder het motto: teken een eigen plattegrond van een kamer die je zo kunt oppakken en meenemen. De plattegrond werd ruimtelijk uitgevoerd en er mocht alles op en aan worden gemaakt. Naast het programma in de Uithof, gaven de architecten Art Zaaijer en Michael van Leeuwen rondleidingen op het terrein van het University College. Dit was een groot succes: enthousiaste bezoekers, veel interactie tussen het publiek en de architecten. Er waren bijvoorbeeld ook buurtbewoners die erg nieuwsgierig waren naar dit terrein waar je normaliter niet zomaar op kan. De architecten namen de bezoekers helemaal het terrein over en lieten ook onverwachte plekjes zien.

Ben je tevreden over de afgelopen dag?
De collega’s hebben mij verteld dat het door Aorta verzorgde programma goed bezocht was, met name de rondleidingen op het University College. Het publiek wil graag de architect zelf horen vertellen. Daarnaast is het terrein normaliter niet voor publiek toegankelijk dus dat maakte het bezoek extra speciaal en dat werd zeer gewaardeerd. In het programma op De Uithof waren ook rondleidingen onder leiding van gidsen van Aorta, die in het dagelijks leven architect zijn.

Daan Bramer (voorzitter Stichting Dag van de Architectuur Utrecht) zou graag programma’s van Utrechtse architectuurinitiatieven in een vroeg stadium uitwisselen en vergelijken, zodat kruisbestuiving kan ontstaan. Hoe sta jij daar tegenover?

Dat lijkt me zeer zinvol, want programmatische samenwerking werkt goed voor alle partijen. Het kan het totale aanbod versterken en biedt meer kansen om het thema op verschillende manieren – informerend, interactief, reagerend, mening vormend etc. – uit te werken. Het is wel nodig om in een veel vroeger stadium dan tot nu toe het geval was te brainstormen over het thema met alle betrokken inhoudelijke partijen. Dus direct met het stichtingsbestuur, Post Planjer en andere initiatieven zoals dat van Versseput – dat ik zeer toejuich! Helaas werden wij dit jaar pas benaderd toen de uitvoerende organisatie al aan de slag was gegaan. Alle initiatieven hebben beperkte slagkracht en financiële middelen, maar als je vroegtijdig met elkaar overlegt kun je de Dag van de Architectuur mijns inziens inhoudelijk verder brengen en meer mogelijk maken dan nu het geval is. Het gaat uiteindelijk om een interessant programma!

Kom uit je schulp!

DE DENK- EN DADENDRANG VAN PETER VERSSEPUT

Op de Dag van de Architectuur konden bezoekers dit jaar niet alleen aan de reguliere activiteiten deelnemen, maar ook kennis maken met een nieuw initiatief. Onder de naam Verss werd op een ludieke manier aandacht gevestigd op de achterkant van De Uithof, de locatie waar de Dag dit jaar plaatsvond. Post Planjer ging langs bij initiatiefnemer Peter Versseput om te informeren naar het hoe en waarom van deze zogenaamde B-kant van het singeltje.

Mascha van Damme

Verss bracht het thema Tijdelijk verblijf in verband met de restruimte van de Uithof, de functieloze plekken. Verss vindt dat aantrekkelijke plekken voor onderzoek en wilde dit overdragen op de bezoekers middels een drietal projecten. De projecten spitsten zich toe op het zichtbaar maken van de restruimte. Verss wilde dat de bezoekers hier oog voor zouden krijgen en een geoefend oog ziet de achterkant van de architectuur vervolgens overal.

De restruimte is volgens Verss overigens geen negatieve nonplek, maar juist een plek met ruimte voor verbeelding. Dus waren er ‘kijkkaders’ opgesteld gericht op ‘de andere kant’, kon je balonnen plaatsen op je favoriete nonplek en je motivatie neerschrijven op het bijbehorende labeltje en was er een film te zien die de Uithof in beeld bracht vanaf het Van Unnikgebouw – een hoogte die alle gebouwen en openbare ruimte gelijkschakelt en daarmee de beleving herschikt, kortom een hoogte die het onderscheid tussen ‘A- en B-kantjes’ opheft.

EEN SALON VOOR VRIJE GEDACHTEN EN OPENBAAR RESULTAAT
Het extra programma op de Uithof werd niet ingegeven uit onvrede met het programma van de Dag van de Architectuur dit jaar, of met de Dag van de Architectuur in het algemeen. Volgens de initiatiefnemer van Verss, architect Peter Versseput (1951), was het eenvoudigweg het eerste geschikte moment om van zich te laten horen.

Versseput is met zijn bureau gevestigd in het voormalige Doelenklooster aan de Nicolaasdwarsstraat. In dit grote kantoor was ruimte over voor andere activiteiten. Versseput liep daarom al geruime tijd rond met het idee om een soort ouderwetse salon in het leven te roepen. Een plek waar een verzameling mensen bijeen zou komen uit verschillende disciplines, om te filosoferen over uiteenlopende onderwerpen, een plek voor ‘vrije gedachten over de onbegrensde ruimte’. De insteek is echter wel het niet bij praten te laten, maar ook daadwerkelijk iets uit te dragen. Dat kan een boekje zijn, een tentoonstelling, een muziekvoorstelling of een lezing. Hoedanook streeft Verss naar ‘a-typische plannen voor de openbare ruimte’.

Het programma en de doelstelling verschilt daarmee van het Utrechts Architectencafe en Architectuurcentrum Aorta. Versseput zegt weinig te hebben met deze initiatieven en er ook weinig te komen. ‘Het zijn vaak architecten onder elkaar, en de ideeën blijven daardoor inpandig hangen. Mijn initiatief beoogt iets anders. Met een interdisciplinaire club mensen kom je snel op leuke en verrassende ideeën. Het hoeft daarbij natuurlijk niet alleen over Versseput architecten te gaan. We willen aanhaken bij actuele thema’s met betrekking tot de openbare ruimte. Het is de bedoeling dat Verss één en ander gaat onderzoeken en ook iets zal toevoegen als blijkt dat iets niet werkt.’

Peter Versseput vindt de openbare ruimte over het algemeen saai en de dynamiek vaak laag of afgevlakt. ‘Je kunt die verhogen door een ander uitgangspunt te kiezen. Het is bijvoorbeeld altijd goed om na te denken over nulplekken.’ Met Verss wil hij laten zien dat op een andere manier nadenken tot andere oplossingen kan leiden. Deze oplossingen wil hij ook daadwerkelijk implementeren, maar niet op een activistische manier. ‘In Utrecht heerst een raar soort berusting, bijvoorbeeld bij grootschalige plannen als het Stationsgebied. Vaak worden er mensen bij deze plannen betrokken die niets over Utrecht weten. Ik zou willen zeggen: kom uit je schulp en eis een goed verhaal over de gang van zaken bij de inrichting van de openbare ruimte.’

DE DAG VAN DE ARCHITECTUUR
‘Het thema van de Dag van de Architectuur dit jaar, Tijdelijk verblijf, bood een uitgelezen mogelijkheid om te laten zien hoe je anders over de openbare ruimte na kunt denken. Tijdelijk verblijf is een goed thema, maar erg breed. Je moet de tijd nemen om daarover door te denken, want je kunt er allerlei kanten mee op, denk aan huifkarren, kiosken of restplekken’. Enige kritiek op de Dag van de Architectuur heeft Peter Versseput wel. Het doorfilosoferen over het thema Tijdelijk verblijf lijkt volgens hem bij de organisatie van Dag van de Achitectuur niet echt te zijn gebeurd. En de dag heeft een hoog consumptiegehalte. Versseput vraagt zich af wat bezoekers meekrijgen en hoe hun blik is veranderd wanneer ze eerst de architect horen uitleggen wat er allemaal is gelukt – nooit wat niet – en daarna weer met hun drankje in de bus stappen. Zijn voorkeur gaat uit naar een interactiever en gekker programma.

Bij Verss is in vijf denksessies gebrainstormd over de verschillende kanten van Tijdelijk verblijf en de Uithof. Eerst is nagedacht over de openbare ruimte, de vage gebieden en barrières, zoals het viaduct en de Weg tot de Wetenschap. ‘Vervolgens zijn we op de Uithof rond gaan kijken en hebben we dergelijke plekken vastgelegd. We vroegen ons af of je ook nog goed kunt kijken in de Uithof als je níet tussen de grote meesters staat. Dit is uitgewerkt tot een eigen, aanvullend programma op de Dag van de Architectuur.’

ZOWEL DE GEDACHTEN ALS HET RESULTAAT TELLEN
Dit keer is bij de Dag van de Architectuur aangehaakt, maar dat hoeft volgend jaar niet het geval te zijn. Niet alleen het type activiteit, ook de samenstelling van Verss staat niet vast. Wel is er een kerngroep, waarin naast Versseput en andere mensen uit de kunstsector, onder meer ook een letterkundige en makelaar zitting hebben. Het interdisciplinaire karakter van Verss weerspiegelt het bureau van Peter Versseput. Ook daar werken mensen met een totaal verschillende achtergrond samen aan architectonische projecten.

Een andere overeenkomst is het belang dat Versseput hecht aan het proces. Hij vindt de uitkomst van een denkproces net zo belangrijk als de gedachtengang om tot die uitkomst te komen. Zijn bureau maakt in het begin van ieder ontwerpproces veel tijd vrij voor associaties en gedachten. Voor de deelnemers van Verss is het filosoferen één van de belangrijkste voorwaarden.

Peter Versseput woont en werkt sinds 1972 in Utrecht. Lange tijd was hij de rechterhand van architect Mart van Schijndel. Ondanks deze band met Utrecht, zegt hij niets te hebben met de stad. Hij komt oorspronkelijk uit Den Haag. ‘Een stad die iets chics heeft, wat je in Utrecht niet vindt. En in Utrecht krijg je ook niet direct het gevoel van Rotterdam, al was dat vroeger anders.’ Versseput kijkt graag naar plaatjes van Utrecht in het begin van de twintigste eeuw, geboeid door het stedelijk elan van die tijd. ‘Tegenwoordig is nergens in Utrecht echte stedelijkheid voelbaar of zichtbaar. Maar het is wel een leuke, compacte stad waar het leuk is om te bouwen.’

KUNSTZINNIG ACTIVISME
Nu profileert Versseput zich dus in Utrecht als architect met het project Verss, een ongebruikelijke koppeling van een bespiegelend en prikkelend project en de praktijk van een architect. Een soort kunstzinnig activisme, waarvan de uitkomst niet vast staat en waarvan het ook een verrassing is wanneer het zich weer openbaart. Daar heeft hij van tevoren lang over nagedacht. ‘In Nederland mag je nooit je kop boven het maaiveld uitsteken, of tonen dat je ambitie hebt. Daarbij kun je in Utrecht makkelijk in een wespennest stappen als je in het architectuurwereldje met een nieuw initiatief komt. Mensen of clubjes voelen zich snel gepasseerd of bekritiseerd. Daarom werd ook heel voorzichtig tegen de Dag van de Architectuur aangeschurkt.’

Door het initiatief van Verss op de Dag van de Architectuur werden deelnemers op een interactieve gedwongen na te denken over de openbare ruimte. Voordat een ballon op een restplek geplaatst kon worden, moest je nagaan wat je daar zelf onder verstond en waar die vervolgens te vinden was. Hopelijk weet Verss niet alleen het brede publiek tot interactiviteit bewegen, maar ook bestuurders en andere ontwerpers. Mogelijk kan Verss in de toekomst zelfs bijdragen aan het teruggeven van het verloren stedelijke tintje aan Utrecht? Hopelijk gaat het grootstedelijke initiatief van deze ruimdenkende Haagse architect niet ten onder aan kinnesinne, maar zal het hartelijk worden omarmd. Wanneer zal Verss weer opduiken? Wordt vervolgd!

Verss bestaat uit:
Aart Matser (beeldend kunstenaar)
Belle van’t Hoff (interieurarchitect, docent Interieur en Architectonische vormgeving HKU)
Daan Verschuur (fotograaf)
Fred Allers (communicatiedeskundige)
Hans Jonkhart (cameraman)
Inge Schultz (theaterwetenschapper, medewerker architectuur, partner Versseput Architecten)
Luuc Visch (interieurarchitect en productvormgever)
Machteld Kors (kunsthistoricus, architectuurcriticus)
Marcel Zwiers (productvormgever)
Meike van Schijndel (illustrator en productvormgever)
Paul Balk (beeldend kunstenaar en dichter)
Peter Versseput (architect, partner Versseput Architecten)
Petra van Dijk (Franse taal- en letterkundige, directeur Frans Nederlandse Universiteit)
Pieter van den Heuvel (grafisch ontwerper)
Ruud Bakker (filmmaker)

www.verss.nl

Tijdelijk gebruik van de openbare ruimte

Tijdelijk vervreemd

Feuilleton vanaf de camping

Zou jij enkele korte vragen willen beantwoorden? Na ieder antwoord graag op de rode knop drukken. Niet dat ik je antwoord kan horen, maar toch bedankt voor je aandacht. Heb jij ook wel eens dat je eigenlijk iemand anders zou willen zijn? Denk jij ook wel eens dat iedereen op je let? Ik wilde dat het mogelijk was om mijn herinneringen net zo achteruit en vooruit te spoelen als een videoband. Vind je het lastig om vragen te beantwoorden? Zou je eigenlijk ergens anders willen zijn? Droom je daar ook over? Herinner je je dromen?

Martine Bakker

In het kader van Festival aan de Werf verrees eind mei tijdelijk, hoog op de Neude, een Recycloop. Bezoekers werd het niet gemakkelijk gemaakt. De ruimte was gebouwd op een stellage boven het centrale festivalpaviljoen en bestond uit aanrechtbladen. Hierin was een route uitgezet, die begon met een vraag-en-antwoord zone en eindigde met een luister zone. Ik was enigszins van mijn stuk gebracht door het kordate gefilosofeer van ‘Christine’, die ik had gekozen door aan een grote, ronde knop te draaien. Deze dame leek helemaal niet geïnteresseerd in mijn antwoorden en begon het steeds meer over zichzelf te hebben. We voerden een leeg en tegelijkertijd verwachtingsvol gesprek. In de luisterzone werden de antwoorden van de entreezone lukraak verhaspeld tot een surrealistisch hoorspel. Na mijn bijdrage aan de Recycloop, echode er ook verscheidene malen ‘eh’.

In luisterzone in de buik van de Recycloop was de buitenwereld gereduceerd tot talloze kleine zichtrondjes: de putjes in de onderkanten van de wasbakken. Wel boden schachten op de hoeken fraai zicht op het middagse gereutel van het festival, de chaos van het fietsverkeer en het gesjees op de busbaan van de Neude. Het materiaal van de wanden en de ongebruikelijke locatie hadden al met al de overhand in het ervaren van de Recycloop. Het hoorspel had cachet, maar sloot qua thematiek noch aan bij de aanrechtbladen, noch bij de plek.

De Recycloop was een product van 2012 Architecten, een bureau dat zich richt op ‘cool hergebruik’. In 2003 realiseerde het een Miele Ruimtestation op het terrein van Parasite Paradise in Leidsche Rijn. Omdat het nu een theaterfestival betrof, werd voor deze keer niet alleen materiaal hergebruikt, maar ook stemgeluid. Bovendien ving het dak regenwater op, om de tijdelijke toiletten op het plein mee door te spoelen. De bochtige vorm van het paviljoen was afgeleid van de vorm van de Utrechtse grachten. De Recycloop verwoordde hiermee de principes van 2012 in een notendop. Het bureau wil met haar ontwerpen namelijk voortbouwen op de aanwezige potentie van de bestaande omgeving, energiebronnen en afvalmaterialen.

Permanent tijdelijk

Elke de Rooij

Voor studenten en andere frequente Uithofbezoekers is het een bekend beeld: het stukje berm langs de Weg tot de Wetenschap even vóór het viaduct onder de A27, dat al jarenlang plaats biedt aan een stacaravan. De ervaren passant leert dat het om steeds een andere caravan gaat en dat deze tweedehands ‘sleurhutten’ hier te koop worden aangeboden. De oplettende kijker zal misschien zelfs weten dat zich vlakbij een kleine stacaravanhandel bevindt: Sensation Caravans, ‘specialist in luxe gebruikte aluminium stacaravans’.

Een stacaravan is een merkwaardig fenomeen. Een caravan is immers bedoeld om achter de auto te haken op weg naar exotische en minder exotische bestemmingen, een huisje op wielen. Bij een stacaravan is deze beweging voor altijd bevroren: de wielen komen tot stilstand op een vaste plek en de caravan wordt een tweede huis. De bezitters komen in de weekenden en zomers om er tijdelijk te verblijven.

In sommige gevallen gaan eigenaars nog een stapje verder en wordt de caravan een permanent verblijf. Het huisje voor onderweg wordt van een huisje voor af en toe tot een huisje voor altijd, zoals hier aan de Weg tot de Wetenschap. De onopvallende locatie op de grens van de Uithof en Rijnsweerd-Zuid, is behalve een stalling voor diverse tweedehands caravans, namelijk ook een woonadres. Een stacaravan in klassieke stijl draagt een bordje ‘kantoor’, terwijl twee andere als woning fungeren. Een grote rottweiler maakt direct bij betreding van het terrein duidelijk dat het hier zijn erf betreft.

Langs de stacaravans loopt een eigenaardige weg, die de Weg tot de Wetenschap verbindt met de Weg naar Rhijnauwen: een straatje met tennisbanen en een auberge, zonder straatnaam maar met adressen, op de grens van publiek en privé. Dat de aangeboden caravans en de auto’s van de bewoners de toegang soms in zijn geheel blokkeren, versterkt het idee van een privé pad. De grens van Utrecht en de Uithof wordt hier een fenomeen op zich, waar vakantie overvloeit in sensatie, rijden in staan, openbaar in privé en tijdelijk in permanent.