Hippe straten voor het betere shopwerk

In een paar jaar tijd zijn de Nachtegaalstraat en de Burgemeester Reigerstraat een hip winkelgebied geworden. Op de ANWB- wegwijzer aan de Maliebaan staat naast de straatnaamaanduiding een ikoontje van een poppetje met in elke hand een gevulde boodschappentas. Van drukke verbindingsroute tussen het centrum en de wijken Oudwijk en Wilhelminapark zijn de beide straten getransformeerd tot de place-to-be voor trendbewuste Utrechters.

Machteld Kors

Op zaterdagochtend wordt er in de Nachtegaalstraat bij Bagels & Zo een Espresso gedronken met een krantje erbij. Brood wordt gekocht bij ’t Vlaams Broodhuys, er kan een workshop Taarten Decoreren worden gevolgd bij De tafel van 18 en Happy Days verkoopt positiekleding voor de modegevoelige zakenvrouw. De fietsenmaker Wim Kok verkoopt niet alleen degelijke Gazelle’s of Sparta’s maar heeft nu ook ‘beach cruisers’ en bakfietsen om de kinderroedel mee te vervoeren.

De bruine kroeg en TL-verlichte cafetaria hebben concurrentie gekregen van hippe restaurants en verantwoord ingerichte high-tea salons. En de charme van de winkel-op-de-hoek wint terrein, maar dan wel in een gestileerd jasje en met een uitgesproken concept. De interieurs zijn vormgegeven volgens de nieuwste trends en er wordt er meer verkocht. De eetwinkels, traiteurs en take-aways aan de Nachtegaalstraat en Burgemeester Reigerstraat verkopen behalve vlees, groente en brood namelijk ook duurzaamheid, inspiratie en een imago, alles in een hip jasje uiteraard.

Er worden ook steeds hogere eisen gesteld aan de winkel-op-de-hoek. Het dagelijkse inkopen gebeurt nog altijd in de supermarkt maar de aankoop van exclusievere levensmiddelen is trendgevoelig en doordrenkt van een sterk maatschappelijk bewustzijn. De winkel-om-de-hoek speelt hierop in. Zo zijn er cadeauwinkels met verantwoord speelgoed, delicatessenzaken met slaafvrij geproduceerde chocolade en boetieks met gerecyclede kleding. Het goede gevoel van de consument wordt bepaald door het aanbod van verantwoorde producten, de goede service en het hedendaagse interieur. Het zijn de interieurarchitecten en stylisten die het imago van de winkel bepalen en daarmee ook het publiek een imago bieden. Shoppen om de hoek is een lifestyle geworden die nauw luistert.

GEEN WERELDWINKEL MAAR COSMOPOLITAN STORE
Pete&Pien op de Nachtegaalstraat 49A is een typisch voorbeeld van deze vernieuwingstrend. De winkel wordt aangeprezen als een trendy alternatief voor de wereldwinkel. Ook Pete&Pien willen bijdragen aan een mooie wereld door te kopen met respect voor mens en milieu. Ze speuren de wereld af op zoek naar producten met een meerwaarde met als resultaat een werelds assortiment dat varieert van een trendy koffiekopje uit Ecuador, organic koekjes uit Engeland, hammam zeep uit het Midden Oosten tot duurzame bamboe vorkjes uit China. Pete&Pien (houden beide van reizen, maar Pien houdt ook van shoppen!) naast de voormalige Basismarkt, is stoer en stijlvol ingericht. Gegalvaniseerde stellingkasten, schappen van ruwhout en steigerpijpen, een blank houten vloer en serene witte muren geven de winkel de puurheid die het concept beoogt.

GEEN VISBOER MAAR FISHES
Op Nachtegaalstraat 33 kan men verder gaan met verantwoord shoppen bij Fishes. Het assortiment van deze viswinkel wordt streng geselecteerd waarbij de zorg voor zee en visstand voorop staan. Naast handgedoken of lijngevangen wilde vis, is er ook een breed assortiment van aan koken verwante producten te koop. De traditionele viswinkel voor een pondje schol of een portie kibbeling is hiermee voorgoed uit het zicht verdwenen.

Studio Linse (Amsterdam) ontwierp de retail formule voor de Nederlandse franchise seafood keten. De traditionele viswinkel met witte tegeltjes, een grote afzuiginstallatie en een afvoerputje in het midden van de zaak, is hier getransformeerd tot een eigentijdse, serene en koele omgeving. Strakke muren, rechte lijnen en perspectivische doorkijkjes geven het interieur een klassiek modernistische uitstraling. Grijstinten komen in allerlei schakeringen en materialen terug en doen de glimmende, zilveren en gekleurde vis visueel mooi tot haar recht komen.

Fishes is gehuisvest in een voormalige fietsenwinkel. De toonbank met daarboven drie grote witte lampenkappen bevindt zich direct bij de entree. Het achterste deel van de winkel is splitlevel met op souterrainniveau simpele kasten met hogere segment producten als champagne en kaviaar. Op de piano nobile is een restaurantgedeelte ingericht met lichtgrijs lederen banken, een grijze houten vloer en simpele witte stoelen. De achterwand, behangen met grote zwart-wit foto’s waarop vis en visserij in al hun facetten zijn verbeeld, geeft het interieur de uitstraling van een hippe galerie. Dit zijn slechts twee van de vele winkels die de laatste jaren hun deuren hebben geopend op de Nachtegaalstraat en Burgemeester Reigerstraat. Winkels die al van oudsher in deze straten zijn gevestigd kijken naar hun nieuwe hippe buren en laten zich inspireren door de nieuwe trends. De kleine middenstander doet het goed zolang hij maar voldoet aan de heersende succesformule: een hippe & eigentijdse vormgeving + verantwoord ondernemen & maatschappelijk bewuste producten.

VOOR HET BETERE SHOPWERK:
Happy Days, Nachtegaalstraat 33, Utrecht
Bagels & zo, Nachtegaalstraat 70, Utrecht
Aan Tafel, Nachtegaalstraat 61, Utrecht
Fietsenwinkel Wim Kok, Nachtegaalstraat 51
De tafel van 18, Burg. Reigerstraat 31-33
ZININ, Burg. Reigerstraat 11
Amberes, Burg.Reigerstraat 29
‘t Vlaamsche Broodhuys, Nachtegaalstraat 54
Peek & van Beurden Delicatessen, Nachtegaalstraat 56
Potten en Pannen, Nachtegaalstraat 94
DADO Eetwinkel, Nachtegaalstraat 38
Tutti a Tavola, Burg. Reigerstraat 32
Fishes, Nachtegaalstraat 33, Utrecht
Pete&Pien, the Cosmopolitan Store, Nachtegaalstraat 49A

Apollo Residence

74 appartementen met aanvullende voorzieningen en ondergrondse parkeergarage

Opdrachtgever: Memid Investments, Mijdrecht
Architect: Dam & partners, Amsterdam
Opgave: Luxe appartementencomplex bij Stadion Galgenwaard
Oplevering: 2007

Catja Edens

Apollo Residence maakt deel uit van de herontwikkeling van Stadion Galgenwaard en omgeving. Bureau Zwarts en Jansma nam de renovatie en uitbreiding van het stadion onder zijn hoede, Dam & partners ontwierp de bijbehorende bebouwing met kantoren aan de westkant en wonen aan de oostkant. Naast de Kromme Rijn met de bijbehorende ecologische zone verrijst nu Apollo Residence.

In de andere grote steden zullen ze om dit soort bouwhoogtes geen spier vertrekken maar in Utrecht is Apollo Residence nu al veel besproken als het hoogste woongebouw van de stad. Met zijn 65 meter kan het volgens de liefhebbers van www.skyscrapercity.info nog net tot de echte hoogbouw worden gerekend. Waarschijnlijk wordt dit gebouw ook het meest luxueuze in zijn soort. De appartementen van 110 tot 210 m2 hebben plafondhoogtes van 2,80 m., beschikken over twee badkamers en worden voorzien van allerlei domotische snufjes. Diensten als stomerij, klusbedrijf, boodschappendienst en traiteur kunnen vanuit huis worden geregeld en bewoners krijgen de beschikking over een wellness centrum met zwembad, sauna en fitnesszaal.

Het uitzicht op het groene landschap van Amelisweerd was het uitgangspunt voor het ontwerp. Dit resulteerde in een langgerekte plattegrond waarbij de oostzijde van het gebouw bijna volledig uit glas wordt opgetrokken, De gevel krijgt hier een opvallend ‘gekreukt’ uiterlijk door de talrijke in- en uitspringende balkons en serres waarmee de woningen optimaal van de omgeving kunnen profiteren. De gevel aan de westzijde, de kant van het stadion, is een vrijwel volledig gesloten bakstenen wand, slechts doorbroken door de entrees naar de trappenhuizen en enkele vensters. Op de noordkant ligt de gemeenschappelijke entree met lifthal en kantoor voor de conciërge.

Apollo Residence bevat 74 woningen verdeeld over 17 woonlagen. Op de parterre, eerste en tweede verdieping liggen de bergingen, serviceruimten en bedrijfsruimten. Ondergronds bevindt zich de tweelaagse parkeergarage. Wie het stadion passeert kan zien dat de bouw inmiddels flink is gevorderd. Het hoogste punt werd in maart bereikt en het gebouw zal in de loop van dit jaar gereed komen. Luxe wonen wil men blijkbaar wel: het kapitale penthouse van 850.000 euro is al verkocht.

Kansen voor uitgewoond Overvecht

Afgelopen najaar gaven bewonersorganisaties uit Overvecht een alarm­signaal af: de leefbaarheid van de wijk stond onder druk omdat pandjesbazen huur­woningen opkochten. De gemeente telde dit signaal op bij andere berichten over Overvecht aangaande onveilige situaties in flats en de verminderde kansen voor starters die in Utrecht een koopwoning zoeken. Het college voerde per ommegaande een heffing in op koopwoningen die niet als eigen bewoning worden gebruikt. Deze heffing zou het tij moeten keren. Op de vrijkomende koopwoningen zouden nu alleen jonge gezinnen en andere kansrijken moeten afkomen. Maar is dit sturingsmechanisme van de gemeente nu wel het juiste middel en is er eigenlijk wel een ingreep nodig?

Jennifer Scholl

Overvecht is een wijk die niet positief op de kaart staat. Het is één van de driehonderd Nederlandse wijken die speciale aandacht krijgen van de rijksoverheid, vanwege achterstands- en leefbaarheidsproblematiek. De gemeente ontwikkelt ambitieuze plannen om de wijk een big push te geven zodat het er prettiger, leefbaarder en gedifferentieerder kan worden. Haar instrumentarium bestaat uit grootscheepse herstructurering en een rigide toewijzingsbeleid in het voordeel van kansrijken – mensen met een baan of opleiding. Daarnaast worden ook allerlei sociaal-economische programma’s opgetuigd om de kansarme bewoners aan hun eigen toekomst te laten bouwen.

Eén van de onderdelen van het programma is bewoners aan te trekken die willen investeren in hun woning en woonomgeving. Van mensen met een koopwoning verwacht de gemeente in dit opzicht meer dan van huurders. Hun aanwezigheid in de wijk zou wel eens kunnen helpen bij een omslag van uitleven naar heropleven. Maar nu de woningen in de verkoop gaan, blijken ook, en misschien wel vooral, particuliere verhuurders interesse te hebben. Zij kopen de woningen op, compartimenteren ze in verhuurbare kamers, en bieden deze aan op de markt. De twee groepen die hierop afkomen zijn studenten en tijdelijke arbeiders. Zij zijn vanwege de krapte op de markt bereid veel geld neer te tellen voor een beperkte woonruimte. Het bewonersplatform claimt dat studenten en ‘illegalen en gastarbeiders’ niet investeren in het woonplezier van de buurt.

Op andere plekken in Utrecht is echter gebleken dat met de komst van studenten in een wijk die op het randje van onleefbaar en verloedering staat, de levendigheid en betrokkenheid juist weer aantrekt. Denk aan het wonder van Lombok en de ontwikkeling van Wittevrouwen tot yuppenwijk. Zou het kunnen dat de vechtlust, het enthousiasme en de organisatiebereidheid van geëngageerde academici ook in Overvecht haar vruchten kan afwerpen? Dat studenten zich hard willen gaan maken voor hun medebewoners, de bijzondere woonomgeving en goedkopere huisvesting voor zichzelf?

De tijd van actievoeren is voorbij. Studenten zijn nu minder actief in politieke en ideële groeperingen dan in de jaren tachtig en negentig. Ze zullen wellicht niet actievoeren tegen de sloop van delen van Overvecht, geen zelforganisaties ondersteunen en niemand opzwepen met hun jonge fanatisme. Maar misschien is activisme in dit geval ook niet nodig. Zou het kunnen dat de aanwezigheid van studenten in een wijk, hoe dan ook meewerkt aan een verbetering van de sfeer en het woongedrag? Misschien ontdekken jonge mensen zo de schoonheid van Overvecht, een groene zee met voldoende parkeergelegenheid. Een wijk met prima voorzieningen, een prima buurt om te wonen.

Als er te weinig animo is onder de doelgroep van jonge gezinnen om in Overvecht te kopen, omdat de wijk nog steeds niet positief op de kaart staat, moet misschien een kans worden gegeven aan deze potentieel kansrijke groep om de eigen kwaliteiten van deze wijk te ontdekken en door te buzzen. Tenslotte worden de woningen elders in de stad steeds moeilijker betaalbaar. Als studenten, ook na hun studietijd, bereid zijn om in Overvecht te blijven wonen omdat ze zich er thuis zijn gaan voelen, dan zal de omslag zichzelf katalyseren.

In elk geval zullen malafide pandjesbazen de door de gemeente ingestelde heffing waarschijnlijk gewoon betalen en doorberekenen aan de huurders. En die zullen daardoor alleen nog maar sneller maken dat ze wegkomen uit Overvecht en aan de wijk een vervelend beeld en een uitgebuit gevoel overhouden. De sturingsinstrumenten van de gemeente, die vanuit angst worden ingezet, zouden weleens niet kunnen opleveren wat ze op moeten leveren. Een groter vertrouwen in het natuurlijke verloop en de intrinsieke kracht van een stadswijk lijkt hier beter op zijn plaats.

Jongeriuscomplex en hovenierswoning

VRAAGGESPREK MET HARM JANSSEN, WETHOUDER MONUMENTEN

Het Jongeriuscomplex staat de laatste maanden weer volop in de belangstelling. Begin dit jaar organiseerde Aorta in samenwerking met de Stichting Vrienden van het Jongeriuscomplex een tentoonstelling met symposium. Ook werd het complex voor-gedragen voor de status van Rijksmonument. In de buurt staat de veelbesproken Hovenierswoning van wijlen Mien de Groot. Het is een een historisch waardevol gebouw dat telkens lijkt te sneuvelen onder druk van de nieuwe ontwikkelingen in deze buurt. Reden genoeg voor een vraaggesprek met Harm Janssen, wethouder monumenten.

Catja Edens

Wanneer maakte u voor het eerst kennis met het Jongeriuscomplex?
Al vanaf het moment dat ik begin jaren negentig in Utrecht kwam studeren is dit pand me opgevallen in de bebouwde omgeving. Het steekt echt af tegen jaarbeurs en de toenmalige omgeving van het veilingterrein.

Hoe uniek is dit complex eigenlijk?
Voor Utrecht is de villa plus tuin en het fabriekspand uniek.

Is het complex in uw ogen kansrijk voor een status als Rijksmonument?
We hebben van de Rijksdienst recent gehoord dat de aanvraag om de rijksbescherming wordt behandeld. Dat klinkt hoopvol, maar kan ook nog leiden tot een afwijzing van die status omdat er nu een stop op het aanwijzen als rijksmonument geldt.

Welke status heeft het complex voor de gemeente?
Wij vinden het gehele complex belangrijk en adviseerden de minister al in 1999 het als geheel aan te wijzen als rijksmonument. We zijn ook de procedure gestart om het nu niet beschermde kantoorgebouw tot gemeentelijk monument te maken.

De Stichting Vrienden van het Jongerius-complex stelt voor de villa te herbestemmen als museum en het kantoor als restaurant of fitnessschool. Wat vindt u daarvan?
Dat zijn aardige ideeen, maar een nieuwe bestemming hangt samen met de herontwikkeling van de omgeving. Daar kan ik nu nog niet veel over zeggen. Voorop staat de monumentale waarde van het complex.

Gelooft u dat gebouwen als deze een meerwaarde kunnen betekenen voor hun omgeving, als daar bijvoorbeeld nieuwe woningen worden gerealiseerd?
Ja, zeker. Een goede mix van oud en nieuw is zeker mogelijk.

In de omgeving ligt een ander monumentaal pand, de hovenierswoning aan de Van Zijstweg. Hoe zou u de status van het Jongeriuscomplex en de hovenierswoning met elkaar vergelijken?
Vergelijken is lastig. Formeel is de villa een monument en de hovenierswoning is dat niet. Dat betekent allerlei verschillen in de mate waarin panden beschermd en beheerd dienen te worden.

Hoewel er plannen bestaan om het gebouw te slopen is het tot nu toe behouden gebleven. Bent u daar blij mee?
Ja, natuurlijk. En ondertussen proberen we altijd zo lang mogelijk panden een zinvolle bestemming te geven.

Momenteel lijkt het behoud van de hoveniers woning te vallen of te staan bij het punt waarop de Van Zijstweg verbreed zal gaan worden.
De hovenierswoning kan op de huidige plek niet blijven staan. Wat we nog doen is kijken of er mogelijkheden zijn om het pand te verplaatsen, maar ik ben niet heel hoopvol over de uitkomst van dat onderzoek.

In Dichterswijk West zijn de Zandtrechters als waardevol industrieel erfgoed omarmd, ook al moesten ze feitelijk herbouwd worden. Wat is de status van de hovenierswoning in dit verband?
We hebben gekeken naar mogelijkheden om de hovenierswoning in te passen in de plannen, ook in relatie tot de haven, maar we hebben toch moeten besluiten dat het niet mogelijk is het pand op die plek te behouden. Voor de bereikbaarheid van het Stationsgebied is het noodzakelijk om de HOV-baan aan te leggen. Helaas moet daar de hovenierswoning voor wijken.

Variatie in een monument

Na een langdurig voortraject zijn in Tuinwijk-west een bescheiden nieuwbouwproject en een fraai gerenoveerd monument opgeleverd. Het is een huiselijk ensemble geworden met diepe tuinen. De nieuwbouw aan de Grave van Solmsstraat werd in opdracht van AM Wonen ontworpen door Gerard Meeder. De plattegronden van de zes appartementen in het voormalige school­gebouw aan de Melis Stokestraat ontwierpen de kopers voornamelijk op eigen initiatief.

Martine Bakker

Begin jaren negentig ontstaan de eerste plannen voor de ontwikkeling van het terrein tussen de Draaiweg en de Melis Stokestraat in Tuinwijk. Het idee is om de roomskatholieke St. Josephkerk, het klooster en de twee scholen aan de Grave van Solmsstraat te slopen, de achtergelegen kloostertuin op te heffen, en hier een nieuwbouwcomplex te bouwen aan nieuwe straatjes. De Gerardus Majellaschool aan de Melis Stokestraat zou worden verbouwd tot wooneenheden. De fraters die nog in het klooster woonachtig waren, wilden hun complex inruilen voor passende, kleinere nieuwbouw op een andere locatie.

Wilma Bouw (AM Wonen) geeft de Utrechtse architect Gerhard Meeder in 1995 opdracht een haalbaarheidsonderzoek uit te voeren. Vanaf het begin van de plannenmakerij protesteert een alerte buurtcommissie tegen de omvang van de nieuwbouw, de te verwachten parkeerdruk, de sloop van de bestaande gebouwen en het volbouwen van de kloostertuin. In de daaropvolgende periode worden de plannen meermalen bijgesteld in reactie op de buurtcommissie, maar ook door opmerkingen van zowel de gemeentelijke afdeling stedenbouw en monumenten als de opdrachtgever AM. De één bewaakt het elan en de rust van de wijk, de ander het historisch erfgoed van de stad en de laatste de eigen exploitatie. Gerhard Meeder ontwerpt in reactie hierop de variaties voor het hergebruik van de monumentale school en Molenaar en Van Winden schetsen aan het steeds kleiner wordende nieuwbouwblok.

Wanneer de nieuwbouw in 2001 definitief beperkt blijkt te blijven tot een blok van zes woningen en twee appartementen aan de Grave van Solmsstraat, komt ook de opdracht hiervan bij Meeder te liggen. In zijn eerste schetsen is de nieuwbouw net als de monumentale school horizontaal georiënteerd, met lage, lange vensterstroken. Er volgt een variatie met een hoogteaccent aan de oostgevel. Het definitieve plan voorziet echter in een gelijkvormig blok van donkere baksteen met een rood, gebogen pannendak, dat juist een contrast vormt met de school. Wel voegt de nieuwbouw zich qua formaat en stijl naadloos in de gemêleerde omgeving, waar het neo-gotische complex van kerk- en fraterhuis, een scala aan dakkapellen, de goedkope jaren tachtig bouw en de rijzige jaren dertig bouw van alles mogelijk maken. Het contrast tussen de twee blokken, de ruimte in het complex en de stilzwijgende aanwezigheid van de kloostertuin op de achtergrond, benadrukken de monumentaliteit van de oudbouw.

MAAS
De Gerardus Majellaschool aan de Melis Stokestraat is ontworpen door de Utrechtse architect W.M. Maas (1897-1950). De katholieke architect bouwde veel voor katholieke opdrachtgevers. Hoewel deze neo-stijlen prefereerden, hanteerde Maas een modern lemma. In het ontwerp voor de school (1927) laat hij het functionalisme van zijn winkelpand in de Korte Janstraat (Catch) samenkomen met de Amsterdamse Schoolstijl van zijn Da Costaschool bij de Croeselaan. De Gerardus Majellaschool is een modern en statig gebouw, waar aanvankelijk een fonteintje klatert in de centrale hal. De dakkapellen in de zolder verlevendigen het ritme van de ramen in de gevel, maar hebben verder geen functie als lichtbron. De twee portalen herbergen trappen met trap-leuningen voorzien van vlechtwerk met ingenieuze art deco motieven. Het zijn grootse ruimtes, met overlopen van drie bij vijf meter in het hoofdportaal aan de oostzijde. In de lokalen zitten hoge, stalen kozijnen en de ramen tussen de gangen en lokalen kunnen open en dicht worden geschoven met een speciaal schuifsysteem.

Net als bij de nieuwbouw is het programma van AM Wonen voor de school aanvankelijk voller. Om alle wooneenheden erin te krijgen, worden de bestaande, monumentale trappen gebruikt als gemeenschappelijke opgang voor een serie bovenwoningen en krijgt een reeks benedenwoningen eigen ingangen aan de Melis Stokestraat, waarvoor nieuwe deuren in de gevel worden getekend. De afdeling monumenten spreekt echter de wens uit om met name de verdeling van gangen en lokalen intact te houden. Zo ontstaat een verticale geleding voor de nieuwe appartementen, met een gemeenschappelijke gang op de begane grond en inpandige trappen naar de twee bovenverdiepingen. De twee bestaande trapportalen worden bijgevolg bij de hoekwoningen gevoegd. Het kleine portaal wordt de inpandige opgang naar de verdiepingen van de woning aan de westhoek. De ruime overlopen van het grote portaal op de andere hoek functioneren als de kamers van een ‘torenwoning’.

Ook de zolderverdieping wordt in gebruik genomen. Daartoe wordt de balkenvloer gedicht en worden de dakkapellen aan de straatkant verplaatst en vergroot, overeenkomstig de positie en maten van de kapellen aan de tuinkant. Ten gunste van de lichtinval wordt de oorspronkelijke, forse dakoverstek van de kapellen versmald. De stalen kozijnen van de voormalige lokalen sneuvelen ten bate van het dubbelglas. Wel wordt gekozen voor mooi aluminium. De smalle stroken bakstenen tussen de verticale raamstroken worden vervangen door een steenstrip op een houten onderlaag. De school wordt echter niet alleen verbouwd, maar ook gereconstrueerd. De decoratieve houten gevelpanelen worden verwijderd en de gemetselde plantenbak keert terug. Ook wordt de steen gereinigd zodat de gevel weer de oorspronkelijke, gele kleur krijgt.

CASCO
Het is niet nieuw dat industriële panden en andere monumentale gebouwen hun oorspronkelijke functie inruilen voor wonen en werken. Al jaren verkennen bewonersgroepen, monumentendiensten, ontwikkelaars, corporaties en aannemers, in wisselend teamverband de grenzen van dit hergebruik. Hoewel projectontwikkelaars voor nieuwbouw steeds vaker ook casco-opties verkopen, gebeurt dit bij nieuw hergebruik nog amper. Terwijl er de nodige ervaring is met collectieve vormen van particulier opdrachtgeverschap voor de herontwikkeling van historisch erfgoed. Particulier opdrachtgeverschap op vrije kavels heeft zich de laatste tijd zelfs bestendigd tot een niet weg te denken fenomeen.

De cascoverkoop van wooneenheden in bestaande oudbouw lijkt door AM Wonen in Tuinwijk voorzichtig te zijn afgetast. De ontwikkelaar vroeg de bouwvergunning voor de monumentale school aan op basis van standaardplattegronden, maar biedt de kopers middels meer- en minderwerk regelingen met de aannemer de kans om de plattegrond zelf in te delen. AM Wonen trekt daarmee de belangstelling van creatieve kopers, die wel iets zien in het uitvoeren van een nieuw en eigen ontwerp in een historisch omhulsel. Het resulteert in een fraai en gevarieerd geheel. De overlopen in de torenwoning zijn omgevormd tot afgesloten kamers, waardoor de ruimtewerking hier deels verloren gaat. Maar voor het overige zijn de bewoners erin geslaagd zowel het ontwerp van Maas te respecteren als bijzondere ruimtes te creëren, met onder meer ontwerpen van architectenbureau Feekes & Colijn, ontwerpbureau Strand en Ex Interiors.

Voorzichtig knutselen

Op een bijzondere locatie aan de Vecht in Maarssen is een voormalige dienstwoning op ingrijpende, maar subtiele wijze uitgebreid. De nieuwe eigenaren wilden de plattegrond herschikken en de begane grond en verdieping uitbreiden. Deze mogelijkheid werd weliswaar in het bestemmingsplan geboden, maar door de aanwijzing als toekomstig gemeentelijk monument vond de afdeling Monumenten van de Gemeente Maarssen dat omzichtigheid en een zorgvuldig ontwerp hier op zijn plaats waren. Het resultaat: een raam naar een monument en een wand naar de buren.

Mascha van Damme

De dienstwoning maakt deel uit van de voormalige buitenplaats Vechtenstein en ligt in een beschermd dorpsgezicht. Verschillende buitenplaatsen hebben elkaar hier in de loop der eeuwen, of decennia, al naar gelang de omloopsnelheid, opgevolgd. De voorlaatste buitenplaats werd in 1933 gesloopt. Hiervoor in de plaats kwam een strak, wit geschilderd en symmetrisch vormgegeven gebouw, dat vooral opvalt door de groen geglazuurde pannen en bijpassende luiken. De dienstwoning heeft dezelfde opvallende pannendekking. Op het terrein van de buitenplaats is nog een ijskelder aanwezig en een sluis, die bijdragen aan de monumentale waarde. Die waarde is niet in de laatste plaats te danken aan het bijbehorende park in landschapsstijl dat tussen 1828-1829 naar ontwerp van J.D. Zocher jr. werd aangelegd. De slingervijver is momenteel het meest opvallende element dat van Zochers ontwerp resteert. In de Tweede Wereldoorlog werd het ensemble uitgebreid met een betonnen groepsschuilplaats.

Het vroegere tuinmanshuisje was oorspronkelijk zeer bescheiden van afmeting. In verschillende stappen werd het huisje uitgebreid met een onlogische indeling van de plattegrond als gevolg. Het oorspronkelijke huisje is nog wel als zodanig herkenbaar. Het is schuin achter de buitenplaats gelegen met de voorgevel parallel aan de Vecht en het aangrenzende Zandpad met een ruim stuk grond en een sloot langs de noordelijke zijkant van het huis. Haaks op de achtergevel van dit bouwvolume staat een bouwdeel waardoor het geheel een T-vormige plattegrond heeft met daarop slechts één bouwlaag en een kap. De entree in de zijgevel van het oorspronkelijke huisje gaf tot voor de recente verbouwing toegang tot een ruime gang waarin de badkamer was ondergebracht.

AFWIJKENDE MATERIALEN
Aanvankelijk kwamen de nieuwe eigenaren met een plan voor een zware, klassiek ogende serre aan de ene, en een uitbreiding aan de ander zijde van het achterdeel. Daarbij stelden ze voor om het dak te verhogen en meerdere dakkapellen te plaatsen. De dienstwoning ging zwaar onder dit plan gebukt en dreigde voorgoed uit het zicht te verdwijnen.

Om het plan te herzien werd bureau Rijn Architecten aangetrokken, gevestigd in een voormalige graansilo nabij Hoofddorp. Ook zij kwamen met een ontwerp waarin de buitenruimte van beide zijden van de T wordt opgevuld zodat een vierkante plattegrond ontstaat. Dit plan stijgt echter ver uit boven het eerste idee door de keuze voor afwijkende materialen, voornamelijk zink en glas, en een grote mate van transparantie. Zo blijft de oorspronkelijke dienstwoning goed herkenbaar en kan deze toch in zijn historische, monumentale vorm voortbestaan.

De twee nieuwe volumes aan weerskanten van de eerdere uitbreiding, vormen door de symmetrische, transparante opzet aan de achtergevel een eenheid. Het bouwdeel aan de zijde van de toegangsweg is het meest transparant. Hier werd een groot vierkant venster aangebracht dat de achterliggende ruimte en de oudbouw goed in het zicht laat. Van binnenuit hebben de bewoners een prachtig zicht op hun eigen tuin en de buitenplaats. Bij de aansluiting op de oudbouw is een strook glas aangebracht zodat hier niet alleen vanaf de zijkanten, maar ook van bovenaf licht binnenvalt. Dit maakt de aanbouw tot een aangename, lichte leefruimte.

Aan de kant van de sloot is een vrijwel nieuwe gevelwand ontstaan. De nieuwe aanbouw en de oude aanbouw met daarin de garage, worden hier met een gevelbekleding van zinken platen tot een eenheid gesmeed. Het glazen bouwdeel in het midden markeert de verbinding tussen oud en nieuw. Afgezien van een vierkant venster is de gevel volledig gesloten. De kozijnen, goten en ander houtwerk zijn in een grijze kleurstelling geschilderd die aansluit bij de gemiddelde kleur van de zinken vlakken. Afhankelijk van het weertype oogt het zink licht of donker grijs en lijkt de ingreep transparant of juist wat zwaarder. Vanaf de weg langs de Vecht is de aanbouw niet zichtbaar. En aangezien de toegangsweg naar de voormalige dienstwoning doodloopt, is de fraaie oplossing maar voor weinigen te aanschouwen.

HEEL WAT ANDERS
Opdrachtgever, monumentencommissie en architect hebben een grote inspanning geleverd om te komen tot een passende oplossing die de kwaliteiten van de oorspronkelijke dienstwoning zou respecteren en tegelijkertijd een flinke meerwaarde zou opleveren in ruimtelijke kwaliteit en vierkante meters. Toch was het geen compleet succesverhaal. Wat er op de tekeningen en in de maquette nog acceptabel uitzag, leverde in de praktijk een schok op voor de achterburen in het nieuwbouwwijkje aan de overkant van de sloot. Doordat de woning zich nu nog sterker op tuin en villa oriënteert, keert zij haar buren de rug toe. Die kijken niet meer uit op de witte gevels van het oorspronkelijk tuinmanshuisje maar op een bijna gesloten zinken wand en dat is toch wel heel wat anders.

Het Vredenburg

80 appartementen, ca. 6400 m2 winkels en horeca, openbare fietsenstalling met ca. 900 plaatsen

Opdrachtgever: Corio en ING Vastgoed
Architect: Arn Meijs Architekten, Maastricht
Opgave: appartementencomplex met winkels en horeca
Oplevering: december 2009.

Catja Edens

‘Niets doen is geen optie’ is het motto van Utrecht als het gaat om de aanpak van het Stationsgebied. Recentelijk werd ook de daad bij het woord gevoegd op het Vredenburgplein waar de poffertjeskraam werd afgebroken en de bomen worden geveld. Die poffertjeskraam lijkt welhaast het symbool voor Utrechtse vernieuwing en vooruitgang. Zo leidde de Neude decennialang een smoezelig bestaan als parkeerplaats met poffertjeskraam. Maar na de ontmanteling van de kraam begon het aan een stralende nieuwe toekomst als stadsplein met festivalfunctie. Nu is de poffertjeskraam van zijn plek aan het Vredenburg verdreven om daar ruimte te bieden aan de vooruitgang met een nieuw complex van winkels, horeca en wonen in het kader van de Aanpak Stationsgebied Utrecht.

Architectenbureau Arn Meijs kreeg de opdracht voor dit complex met de naam ‘Het Vredenburg’ dat samen met het nieuwe Muziekpaleis een stedelijke wand langs het Vredenburgplein zal vormen. De architectuur is niet opzienbarend. De presentatietekeningen op de website van gemeente en opdrachtgever Corio tonen een gebouw waar niemand bezwaar tegen zal hebben. Het heeft een hoogte van 20 meter met bovenin een terug liggende bouwlaag van 25 meter. De gevel wordt voorzien van een wit en zandsteenkleurige bekleding en geperforeerd met talrijke vensters. De onderste twee bouwlagen die bestemd zijn voor winkels en horeca, krijgen een afwijkende behandeling en zes vooruitspringende verticale geveldelen zorgen voor een verdere geleding.

Op het dak van de eerste verdieping wordt een binnentuin gerealiseerd die de kwaliteit van de woningen zal vergroten. De 80 appartementen, in prijs variërend van 235.000 tot 500.000 euro met een verplichte parkeerplaats van 35.000 euro zijn bestemd voor de betere inkomens die kiezen voor het leven in de stad. Dat moet je hier ook wel heel zeker weten. Want naast de voordelen van winkels en cultuur naast de deur, woon je ook boven zogenaamde nachthoreca op een plek waar dagelijks nogal veel bussen voorbijkomen.

Voor zo’n stedelijke plek zou wat meer stedelijke allure wel op zijn plaats zijn. Toegegeven: het is misschien verstandig om geen al te opvallend statement af te geven naast het nieuwe Muziekpaleis, maar een gebouw kan zich ook in soberheid en eenvoud onderscheiden. Hier lijkt het toch weer te gaan om het soort van middle-of-the-road oplossingen die je inderdaad van Corio en ING zou verwachten. Geef mij maar Belgische chique.