Edelkitch of vakmanschap

Hedendaags traditionalisme in Utrecht

De architectuur van het hedendaagse traditionalisme borduurt voort op oude tradities van ambachtelijkheid en vakmanschap. Projecten als de Waagstraat in Groningen (Natalini Architetti), Brandevoort in Helmond (Krier & Kohl) of Mariënburg in Nijmegen (Soeters Van Eldonk Ponec), zijn buitengewoon geliefd bij een groot publiek. Ook in Utrecht is de opmars van het traditionalisme niet meer te stuiten. Zo besteedden we in vorige nummers al aandacht aan Vleuterweide van Krier & Kohl en het Nefkensterrein van Mulleners + Mulleners, en er zijn nog veel meer interessante voorbeelden te vinden. Maar wat is nu eigenlijk hedendaags traditionalisme en wat niet?

Catja Edens

In de jaren negentig konden traditionalistische architecten rekenen op een flinke dosis scepsis in de Nederlandse vakgemeenschap. Al bijna een eeuw was het modernisme hier de dominante stroming en daarbij was vooruitgang het credo. Architecten die zich lieten inspireren door tradities in plaats van grote namen werden eigenlijk sowieso voor achterlijk versleten. Toen traditionalisten echter hier en daar de kans kregen om te bouwen, werd al snel duidelijk dat hun architectuur appelleerde aan een wijd verbreid gevoel voor schoonheid en kwaliteit. De gloednieuwe jaren dertig woningen en grachtenpanden gingen als warme broodjes over de toonbank en traditionalistische herstructureringen werden door ‘de gewone man’ enthousiast ontvangen.
Inmiddels wordt traditionalistische architectuur steeds serieuzer genomen. Met het boekje ‘Onmoderne architectuur. Hedendaags traditionalisme in Nederland’ (Rotterdam, 2004) doet Hans Ibelings zelfs een belangrijke aanzet tot geschiedschrijving en theorievorming rond dit fenomeen. Hij definieert het als volgt (p.9): “Er is architectuur die onmiskenbaar van hier en nu is maar eruit ziet alsof ze in deze vorm al voorkwam – of in elk geval had kunnen voorkomen. Voor deze architectuur is hedendaags traditionalisme een naam die losjes aangeeft wat de twee voornaamste kenmerken zijn: het is eigentijds, maar het is ook van alle tijden.” Ook gaat Ibelings in op de motivatie voor deze hang naar tradities (p.46.): “Wat volgens traditionalisten verloren dreigt te gaan (of als is gegaan) en nieuw leven moet worden ingeblazen, omvat onder meer vakmanschap en ambachtelijkheid, samenhang in stad en landschap, en authenticiteit. De oorzaken voor de teloorgang van deze eigenschappen zijn inherent aan modernisering: rationalisatie, schaalvergroting en abstractie.” Het is interessant om met deze definitie en motivatie in gedachten eens wat beter te kijken naar een aantal markante Utrechtse voorbeelden.

Vrouwjuttenhof
De woningwetwoningen aan de Vrouwjuttenhof zijn sinds hun realisatie wat in de vergetelheid geraakt. Het project bevindt zich op het binnenterrein van een voormalige confectiefabriek aan de Oudegracht. De vier grachtenpanden waarin deze fabriek ooit was gehuisvest, werden gerestaureerd en op het vrijgekomen binnenterrein werd een reeks woningwetwoningen gebouwd. Opmerkelijk genoeg gaf de Gemeente zowel de nieuwbouw als de restauratie in handen van één bureau, Temminck Groll Van Vliet architecten. Het resultaat was een geslaagde restauratie in combinatie met een buitengewoon zorgvuldig woningbouwproject.

Met de Vrouwjuttenhof werd een nieuwe straat aan het binnenstedelijk weefsel toegevoegd. Twaalf tweekamerwoningen en elf eengezinswoningen werden ondergebracht in twee aan twee geschakelde eenheden die zaagtandsgewijs aan de hof zijn geplaatst. De architecten maakten een traditioneel ontwerp met smalle, diepe panden, opgetrokken uit een groot formaat Belgische strengperssteen. De zadeldaken, die aanvankelijk met eternit golfplaat zouden worden afgewerkt konden uiteindelijk worden bedekt met dakpannen afkomstig van slooppanden in Rivierenwijk.

Het project aan de Vrouwjuttenhof getuigt van de belangrijkste motieven voor het realiseren van traditionalistische architectuur. De materialisering wijst op een historisch besef van ambachtelijkheid en vakmanschap waarbij de architecten niet kozen voor de gemakkelijkste weg. Ze werkten met een speciaal formaat baksteen en namen zelf het initiatief voor een inzamelingsactie om de pannendaken te kunnen realiseren. Uit deze hele uitvoering en de zorgvuldige ruimtelijke inpassing blijkt bovendien oog voor de stedelijke samenhang en de authenticiteit van deze plek.

Dat het architectenbureau gespecialiseerd was in restauraties past ook goed bij het hedendaags traditionalisme. Ibelings zegt hierover (p.24): “Het is geen toeval dat veel hedendaagse traditionalisten eveneens werken als restauratiearchitect. (…) Traditionalistische architecten benaderen restauraties doorgaans met nederigheid. Niet alleen kunnen ze al restaurerend leren van hun voorgangers, maar de restauratie versterkt ook het bewustzijn dat architectuur en stedenbouw niet ex nihilo kunnen ontstaan.”

Aan de definitie van het hedendaags traditionalisme voldoet de Vrouwjuttenhof tot op zekere hoogte. Het complex heeft enerzijds een niet te dateren uitstraling terwijl anderzijds de betonnen gevelelementen, de voordeuren met ronde vensters en de aluminium schuiframen het tijdstip van de bouw verraden. De vraag is natuurlijk in hoeverre een project uit 1977 überhaupt tot het hedendaags traditionalisme kan worden gerekend. Het staat in elk geval vast dat het een gunstige uitzondering vormt in de golf van stadsvernieuwing rond 1980. Misschien waren Temminck Groll en Van Vliet hun tijd wel gewoon vooruit.

Den Heerenborch
Aan de Groenedijk in Leidsche Rijn staat een neo-classicistisch ‘buiten’ dat niet dateert uit de negentiende eeuw maar uit het jaar 2000. De eigenaren wilden al jaren een historiserende villa laten bouwen in Utrecht en vonden uiteindelijk dit kavel aan een typische Hollands dijkje met knotwilgen middenin Leidsche Rijn. De bestaande bebouwing wordt hier afgewisseld met nieuwbouw om zo een geleidelijke overgang te maken naar het Vinexdomein.

Volgens de voorschriften had Den Heerenborch nooit gerealiseerd kunnen worden. Met het beeldkwaliteitsplan voor de nieuwbouw aan de Groenedijk was namelijk ingezet op gebouwen met een moderne uitstraling in glas, staal en hout. Het Projectbureau Leidsche Rijn besloot echter bijzondere ontheffing te verlenen omdat Den Heerenborch als een verrijking voor de omgeving werd beschouwd. De Commissie Welstand stelde daarbij als voorwaarde dat het gebouw stijlzuiver en met authentieke materialen moest worden uitgevoerd zodat ‘edelkitch’ kon worden vermeden.

Het resultaat is een statige villa met koetshuis en orangerie waarvan de dimensionering en de toegepaste bouwtechnieken in overeenstemming zijn met historische voorbeelden. De villa heeft een monumentaal trappenhuis en tien kamers verdeeld over drie bouwlagen waarvan de eerste twee een plafondhoogte van ca. 3,5 meter hebben. De buitenmuren van de villa zijn gepleisterd en het dak is bedekt met dakpannen en lood beslag op de nokken. De villa staat, enigszins terugwijkend van de rooilijn, op een perceel van een halve hectare. Een hek biedt toegang tot het voorerf van gewassen grind. Zo doet Den Heerenborch zich voor alsof zij er al eeuwen staat. Terwijl de villa al wel direct bij de bouw werd voorzien van alle moderne gemakken zoals een ingebouwde muziekinstallatie, vloerverwarming, gasgestookte open haarden en een centrale stofzuiginstallatie.

Ook Den Heerenborch lijkt te voldoen aan de definitie van hedendaags traditionalisme. Het gebouw is immers met al zijn luxe onmiskenbaar een product van het hier en nu maar ziet er tegelijkertijd uit alsof het in deze vorm al eerder voorkwam. Over de motieven valt echter te twijfelen. Vakmanschap en ambachtelijkheid waren aspecten waaraan vooral de Commissie Welstand groot belang hechtte. De architect zocht daarop samenwerking met een gespecialiseerde aannemer en voldeed zo aan alle voorwaarden. Het blijft echter de vraag of hij dit precies zo zou hebben gedaan als het niet van bovenaf was opgelegd.

Ook het streven naar stedenbouwkundige samenhang en authenticiteit is in het geval van Den Heerenborch twijfelachtig. De historiserende villa staat weliswaar aan het historische lint van de Groenedijk maar bevindt zich tegelijkertijd ook middenin een Vinexwijk. De situering lijkt niet zozeer een punt van zorgvuldige afweging te zijn geweest maar eerder ingegeven door opportunistische motieven: de opdrachtgevers wilden een historiserende villa en in Leidsche Rijn was er grond beschikbaar. In architect Ron Schildknegt, gespecialiseerd in particuliere villabouw, vonden zij een architect die een huis bouwde naar hun wensen. Nu staat de Heerenborch er als een grote, zorgvuldig gemaakte en goed geplaatste folly tussen de Vinexhuizen.

Cereolterrein
De ontwikkeling van het Cereolterrein aan het Merwedekanaal bij Oog in Al is momenteel in volle gang. In 1908 vestigde zich op dit terrein de Stichtse Oliën- en Lijnkoekenfabriek (SOL) in een complex dat aanvankelijk bestond uit een fabriek, een ketelhuis, een pakhuis, een kantoor en enkele olietanks. In de loop der jaren werd dit uitgebreid en nadat het bedrijf in de jaren vijftig was overgenomen door Hooghiemstra ging het in 1973 failliet. Het fabrieksgebouw werd overgenomen door Central Soya en de naam Cereol Benelux deed zijn intrede. Wegens overlast van stank en vrachtverkeer werden de activiteiten op deze locatie uiteindelijk in 2002 beëindigd. Inmiddels is een plan ontwikkeld voor de herinrichting van het terrein.

De plannen zoeken nadrukkelijk aansluiting bij het naast gelegen Oog in Al. Deze tuinwijk werd grotendeels volgens het oorspronkelijke plan van Berlage en Holsboer gerealiseerd. Het landschapspark van het voormalige landgoed ’t Oog in Al vormde de basis voor het stratenplan dat in een regelmatig patroon naar het westen uitwaaiert. Enkele straten werden bebouwd door woningbouwvereniging ‘Buiten Thuis’ met reeksen ruime middenstandswoningen ontworpen door P.J.C. Klaarhamer, de leermeester van Gerrit Rietveld. De Everard Meijsterlaan vormde de grens tussen de woonwijk en het fabriekscomplex van de SOL.

De sluiting van de fabriek maakt het mogelijk een aantal industriële gebouwen te slopen. Zo kan een complex van enkele beeldbepalende fabriekspanden met nieuwe aanvullingen vrij in het landschapspark worden gesitueerd. Op het vrijgekomen deel van het fabrieksterrein kan vervolgens het plan van Berlage en Holsboer worden voortgezet. De verlengde parkwand zal vrij hier nauwkeurig de opzet van het plan Berlage volgen en worden bebouwd met ruime middenstandswoningen in kleine blokken langs een geknikte straat. De woningen moeten een hedendaagse versie worden van het ontwerp van Klaarhamer. Het beeldkwaliteitplan suggereert daarbij dezelfde geknikte kapvorm en een vergelijkbare materialisering en detaillering.

Het complex in het park zal met hedendaags traditionalisme niet zoveel van doen hebben. De verlenging van de Mozartlaan lijkt echter wel in alle opzichten een hedendaags traditionalistisch project. De plannen beogen niet zozeer een letterlijke kopie als wel een hedendaagse variant van de woningen van Klaarhamer te realiseren aan een nieuwe straat waarmee een oud stratenpatroon wordt voortgezet. Zo ontstaat een project dat ontegenzeglijk van deze tijd is maar er tegelijkertijd zal uitzien alsof het al bestond.

Het plan getuigt bovendien van oog voor de samenhang van deze plek en de authenticiteit van het stedenbouwkundig plan. De suggesties in het beeldkwaliteitplan wijzen op aandacht voor vakmanschap en ambachtelijkheid.

Het opvallende aan de plannen voor het Cereolterrein is echter dat het hier draait om een ontwikkeling in de lijn van specifieke ontwerpers in plaats van algemene tradities. Het is het stedenbouwkundig plan van Berlage dat hier wordt voortgezet en het zijn de woningen van Klaarhamer waarvan varianten worden ontworpen. Evengoed is hier een organisch verband tussen het oude en het bestaande. Ibelings zegt daarover (p.27) “De restauratie van een gebouw of complex, de reconstructie van wat verdwenen is, de navolging van iets dat eerder is bedacht, of een nieuw ontwerp dat aansluit bij het al bestaande, verschillen daardoor vanuit traditionalistisch perspectief niet wezenlijk van elkaar. Voor een traditionalist is bouwen altijd synoniem aan voortbouwen.”

Trotse eigenaar en trotse bewoners

Renovatie van Rietveldcomplex in Tolsteeg

Volgens woningcorporatie Bo-Ex zijn corporaties zich tegenwoordig terdege bewust van de verplichting naar de bewoners om historisch erfgoed in stand te houden en daarmee de gemeenschap te dienen en verheffen. Dit is een mooie, ouderwetse notie, afkomstig van de idealistische oprichters van corporaties aan het begin van de twintigste eeuw. Sociale woningbouw is in onze tijd meestal gedoemd tot sloop. Helemaal wanneer deze stamt uit de wederopbouwperiode. De woningbouwstempels van de beroemde, Utrechtse architect Gerrit Rietveld in de wijk Tolsteeg troffen een tegengesteld lot.

Martine Bakker en Jennifer Scholl

Het dienen van de gemeenschap
In 1997 waren de woningen van Rietveld vijftig jaar oud en daarmee liep de exploitatie ten einde. De eigenaar, Woningcorporatie Bo-Ex, nam echter aan het eind van 2003 het besluit om de blokken in Tolsteeg in hun originele staat te renoveren. Al was zij er bij de onderhoudsbeurten in 1979 en 1989 niet zo goed mee omgegaan, de corporatie besefte wel degelijk het belang van dit unieke bezit. Voor haar beslissing tot renovatie vond ze steun bij zowel de bewonerscommissie als de gemeente.

Het project werd serieus aangepakt. Er werd een restauratie-architect in de arm genomen en er is gekozen voor historisch verantwoorde oplossingen – met name aan de gevels. De renovatie kostte hierdoor twee miljoen euro meer dan strikt noodzakelijk. Een deel daarvan wordt vergoed door fondsen, een deel door de corporatie. Het enthousiasme van Bo-Ex blijkt ook uit het feit dat de corporatie in samenwerking met het Centraal Museum een museumwoning wil gaan inrichten. Oorspronkelijke onderdelen die tijdens de renovatie worden aangetroffen, zoals een aanrecht en een latten vensterbank, worden hiervoor alvast bewaard. Een ander initiatief waarvoor Bo-Ex open stond, is de expositie die in juli 2005 door galerie Expodium en architectenbureau Zecc ingericht zal worden in één van de lege hoekwoningen.

De opdracht van Rietveld
Rietveld kreeg de opdracht voor de woningbouw in Tolsteeg en Hoograven op voorspraak van zijn vriend en collega J.J.P. Oud. Hoewel het de hoofdopgave was in de architectuur van voor en na de tweede wereldoorlog, had Rietveld nooit eerder massabouw ontworpen. Wel deed hij veel studie op dit gebied. Het werken met stempels nam hij over uit Rotterdam. Daarbij wordt een in zichzelf gekeerd ensemble van gebouwen, meestal met hoogbouw aan de randen en laagbouw in het binnengebied, op verschillende plaatsen herhaald als een stempel. De stempels verdelen de wijk in zones met verschillende functies: vlakbij huis kan in de rustige binnengebieden gespeeld en met de buren gekletst worden, daarbuiten zijn de verbindingswegen naar de andere buurten, nog verder weg de hoofdontsluitingswegen.

De idealen van Rietveld zijn ondanks het verrommelde binnengebied nog altijd aan het project af te lezen. De woningen zijn ruim, doelmatig, licht en op eenduidige wijze geordend. De eengezinswoningen, maisonnettes en etagebouw van Rietveld vormen een homogeen geheel. Overal wordt dezelfde combinatie van lichte en donkere bakstenen toegepast, alle blokken hebben een breed dakoverstek en langs alle gevels loopt op dezelfde hoogte een golvende, betonnen rand.

Rietveld versierde de woningen met rode, blauwe, gele en zwarte borstweringspanelen, waarbij hij per gevel vasthield aan één kleur. In het interieur zorgen raampjes boven de deuren voor natuurlijk licht tot in de kern van de woning. De hal was niet opgevat als een krappe noodzakelijkheid maar als een op zichzelf staande ruimte. Omdat een hal moeilijk voor iets anders gebruikt kan worden, had Rietveld deze liever compleet achterwege gelaten. De bovenramen waren van matglas zodat kleine gordijntjes niet nodig waren en er van buiten meer eenheid zou ontstaan. Hoewel de het laatste niet door alle bewoners werd opgepakt, waren de reacties op de woningen van meet af aan zeer positief.

Cadeaus
De bewoners zijn bij de ontwikkelingen betrokken via een enquete van de bewonerscommissie. Ook organiseerde Bo-Ex een serie informatieavonden. Ondanks het Rietveldaspect, wordt het interieur van de woningen aangepast conform de norm van deze tijd – zonder daar een huurverhoging aan te verbinden. Om de kosten laag te houden blijven de bewoners tijdens de renovatie in de woning. Een andere manier van Bo-Ex om de renovatie betaalbaar te krijgen, is de introductie van tweeëndertig woonwerk-eenheden in een hoge prijsklasse. Hiertoe is een zeer grote woning opgedeeld in een woonruimte op de eerste verdieping en een werkeenheid van twee kamers met eigen keukenblok, toilet en ingang op de begane grond. Bo-Ex gaat ervan uit dat wanneer de grote gezinnen vertrekken, hier vooral werkende dertigers, die graag dichtbij het centrum willen wonen, voor terug zullen komen. Deze trend is letterlijk terug te vinden in de aanpassingen van de grote woningen.

Aan de Topaaslaan zijn tijdelijk een kantoor en ontvangstruimte ingericht in een modelwoning voor de renovatie. Deze woning fungeert ook als thuisbasis voor de externe projectleider die door Bo-Ex is aangesteld als contactpersoon en begeleider van de bouw. Op een aantal plekken zijn in lege woningen badkamers, huiskamers en keukens beschikbaar voor uren van extreme overlast. Materiële welwillendheid toont Bo-Ex niet alleen door de woningverbetering zelf, maar ook door het installeren van een videoverbinding bij de bellen in de portiekflats en het weggeven van cadeaus na afronding van het project.

De restauratie
De belangrijkste ingrepen van de renovatie zijn de inpassing van luifels voor de portieken van de flatblokken en het herstellen van de raamindeling, matglazen panelen en gekleurde platen in de gevels. In een aantal woningen verandert de indeling doordat kleinere ruimtes worden samengevoegd tot grote kamers. Voor het overige betreft het groot onderhoud, waarbij bijvoorbeeld bij het nieuwe dak zo wordt aangebracht, dat het geen afbreuk doet aan de typerende dakoverstek met de smalle dakrand.

De renovatie wordt uitgevoerd door de Werkplaats voor Architektuur Utrecht (WVAU), een klein bureau van Alenca Mulder en Michiel Oort. Het bureau is opgericht door Bertus Mulder, die niet alleen in de voormalige woning van Rietveld heeft gewoond aan het Vredenburg, maar ook geruime tijd met Rietveld samenwerkte. Hij koestert zowel tastbare als geestelijke herinneringen aan Rietveld en wordt nog altijd enthousiast wanneer hij vertelt over de briljante oplossingen die Rietveld bedacht, of over zijn nonchalante werkwijze. Hoewel in de WVAU geen gespecialiseerd restauratiebureau is, krijgt het regelmatig opdrachten voor restauratie en renovatie, voor projecten in uiteenlopende historische stijlen. Recente nieuwbouw is een blokje van drie woningen op de hoek Draaiweg – Verenigingsstraat in Utrecht.

De toekomst
Na deze ingrijpende klus wachten er in Hoograven nog twee stempels van Rietveld, waarvan de staat van onderhoud slecht is. Bo-Ex heeft daarover nog geen beslissing genomen en alles is mogelijk van sloop tot renovatie. Een ander aspect voor de toekomst is de aanpak van de binnengebieden. Deze behoren deels de gemeente, deels de corporatie toe. Rietveld ontwierp de woningen oorspronkelijk zonder privétuinen. Deze zijn er door de jaren heen echter aan toegevoegd, wat het binnenste groengebied een rommelig uiterlijk heeft gegeven en geen goed doet aan de samenhang van het totale complex. Er zijn op studieniveau al verschillende pogingen gedaan om hiervoor een eenduidig plan te bedenken en Bo-Ex komt in de loop van 2005 toe aan dit onderdeel. Bertus Mulder tekende alvast een eigen voorstel voor de indeling van de buitenruimte.

Utrecht krijgt met de gerenoveerde woonblokken in Tolsteeg fraai historisch erfgoed cadeau van één van haar corporaties. Dat het belang hiervan wordt onderkend, bewijst het feit dat wethouder Van Kleef van ruimtelijke ordening het eerste, gereconstrueerde raam ceremonieel opende. Bo-Ex wil er naar eigen zeggen alles aan doen om de bewoners straks trots te kunnen laten zijn op het ‘Rietveldbuurtje’ waar ze in wonen. De corporatie mag nu alvast trots zijn op zichzelf. Zij slaagde erin om in Tolsteeg op een positieve manier sociaaleconomische achtergronden van bewoners, historisch besef en zakelijkheid te combineren. Hopelijk strekt dit tot soortgelijke keuzen voor na-oorlogse woonblokken elders in stad en land, ook wanneer de architect geen klinkende naam heeft.

THINGS APART
Het Rietveld woningbouwcomplex in de wijk Hoograven te Utrecht wordt naar ‘het individueel verlangen anno 2005’ ingericht; Nieuwe keuze mogelijkheden, ingrepen in de ruimte, een bedrijfje aan huis en een organiserend object. Expodium presenteert op locatie ‘THINGS APART’. Het project gaat in op de onderlinge verhoudingen tussen architectuur en de behoeften van de moderne mens, die zich uiten in veranderingen in woningbouw. De vraag ‘Zijn het de wensen van het individu die de indeling en het uiterlijk van de woning bepalen of zijn het de massaconsumptie en architecten die dit doen?’ wordt bekeken vanuit de woning waar Things Apart plaatsvindt.

Op de Topaaslaan 40 wordt onder andere een bedrijfje aan huis gehouden, een hele woonkamer wordt tweedimensionaal getransporteerd en het geheel wordt door een organiserend object getransformeerd tot een geheel, gebaseerd op de dromen van nu. De deelnemende kunstenaars en architecten werken allemaal vanuit een interesse voor ruimtelijke ingrepen in combinatie met maatschappelijke ontwikkelingen. Zij zien dan ook een uitdaging in het feit dat de overige woningen in het complex bewoond zijn door mensen die ieder een individuele uitstraling proberen te geven aan hun woning.

OPENING: donderdag 16 Juni 2005, 19:00 uur, LOCATIE: Topaaslaan 40, Utrecht, KUNSTENAARS: Zecc Architecten, Stichting Gang, Berndnaut Smilde en Jeroen Brouwer, Gerwin Luijendijk, Jan Pieter Fokkens

Een Gideonsbende

De plannenmakers van het stationsgebied

Plannen voor het stationsgebied zijn bij voorbaat precair. In de Projectorganisatie Stationsgebied (POS) werken vijfentwintig mensen aan de herinrichting van dit gebied. De POS werd opgericht in de aanloop naar het referendum, als opvolger van het projectbureau UCP (Utrecht Centrum Project). De POS was zowel verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de visies A en 1 als de voorlichting over de referendumplannen. Ook nadien werden stedenbouw en communicatie steeds nauwgezet gecombineerd. Post Planjer spreekt over de rol en werkwijze van de POS met Radboud van der Linden, adviseur op de afdeling communicatie.

Martine Bakker en Mascha van Damme

De Projectorganisatie Stationsgebied maakt de globale, stedenbouwkundige plannen voor het gebied tussen het Vredenburgplein en de Jaarbeurs. Binnen deze plannen werken andere partijen aan ontwerpen voor deelprojecten, zoals het nieuwe station. Het grondgebied kent drie hoofdeigenaren: Corio (de eigenaar van Hoog Catharijne), de Nederlandse Spoorwegen en de Jaarbeurs. Het publiek vertoeft in het winkelcentrum, het station en de hallen, maar benut ook de openbare buitenruimte. Doordat het een groot centrumgebied betreft, en de Gemeente veel belang hecht aan de inrichting op straatniveau, wordt de herinrichting geregisseerd vanuit de Gemeente.

Bij de POS werken dus ambtenaren. Het zijn goed geïnformeerde en zelfstandige ambtenaren. Het projectbureau is weliswaar van de Gemeente, maar staat buiten de reguliere organisatie. Het werkt aan ingrijpende architectonische voorstellen, onderhoudt contacten met omwonenden, politieke voor- en tegenstanders, eigenaren, ondernemers en winkeliers, en beschikt over een grote hoeveelheid kennis en statistieken. Het is een verantwoordelijke positie, beaamt Radboud van der Linden. Het blijft zaak om gemeentelijk beleid uit te voeren, en niet om het te sturen. De POS faciliteert politici met statistische en juridische gegevens. Het bureau doet voorstellen voor trajecten ter introductie en uitwerking van plannen, en legt contacten met de partners in het gebied. Daarnaast presenteert de POS de plannen aan de bevolking via bijeenkomsten, folders, een website en een informatiecentrum.

Structuurplan
Omdat de stappen die de POS neemt, afhankelijk zijn van politieke beslissingen, moet de organisatie flexibel kunnen reageren. Zo diende er onlangs abrupt gestopt te worden met het opstellen van een bestemmingsplan en overgeschakeld te worden naar een structuurplan.

“Het structuurplan is net als een bestemmingsplan een officieel toetsingskader voor bouwplannen. In een structuurplan is alles grofweg vastgelegd, qua doelen. Later geldt dan per deelproject een artikel 19-procedure, waarmee een bouwaanvraag aan Europese normen moet voldoen. Het structuurplan moet idealiter ruim voor de nieuwe verkiezingen af zijn. De gemeente moet de tijd hebben om het rustig te kunnen bespreken alvorens het te accorderen. Het zou jammer zijn wanneer het structuurplan als inzet wordt gebruikt bij de verkiezingen.”

“Er is afgestapt van een bestemmingsplan omdat dit eigenlijk de bestaande situatie vastlegt. Een structuurplan is veel flexibeler, zeker voor een gebied dat eigenlijk nog vorm moet krijgen. Ten tweede moet een bestemmingsplan aangeven hoe het voldoet aan Europese normen voor luchtkwaliteit. Een structuurplan hoeft dat alleen op hoofdlijnen. De toetsing op normen vindt dan later plaats, bij de realisatie van individuele gebouwen. Het is bijna Kafkaësk: de Westpleintunnel is bedoeld om de leefbaarheid in Lombok te vergroten, maar zou niet door de nieuwe Europese milieunormen komen. Over een aantal jaar zijn er meer rijksmaatregelen genomen om de bron van luchtvervuiling, auto- en busverkeer, aan te pakken en is de overlast in Utrecht, omgeven door snelwegen, waarschijnlijk lager.”

Wetmatigheid in winkelland
Hoog Catharijne, het winkelcentrum van Corio, draait niet slecht, maar zit stedenbouwkundig niet goed meer in elkaar en bepaalde delen waren verloederd. Corio is een beursgenoteerde organisatie. Oppervlakkig gezien zou licht onderhoud de kosten voor Hoog Catharijne vooralsnog laag houden en het rendement hoog. Maar op de lange termijn zal Hoog Catharijne het slecht gaan doen. De bedoeling is daarom te verbouwen met als doel een kwalitatief goed winkelcentrum.

Het is een wetmatigheid in winkelland dat om te kunnen renoveren er per vierkante meter één vierkante meter extra nodig is. Dit is nodig om de verbouwingsperiode te kunnen overbruggen. Een winkelcentrum elders is hiervoor geen optie, omdat vierkante meters op bijvoorbeeld Kanaleneiland of in Leidsche Rijn veel minder winstgevend zijn. Toch bestaat er een verband tussen Hoog Catharijne en winkelcentrum Leidsche Rijn. Als zij een slecht afgestemd aanbod hebben, gaan beiden slecht draaien. Daarom wil Corio het eindeigendom van winkelcentrum Leidsche Rijn. Dat mag van de gemeente, maar alleen in ruil voor een goede medewerking bij de herinrichting van het stationsgebied.

Kritisch vertrouwen
Dit soort uitkomsten van onderhandelingen zijn koren op de molen van de tegenstanders van de stationsgebiedplannen. Van der Linden wil daarom graag zo open mogelijk communiceren. Hij moet het vertrouwen winnen van de burgers. Hij streeft ernaar om zoveel mogelijk mensen mee te laten denken in het voortraject van plannen. Dit gebeurde bij het referendum, terwijl het niet wettelijk verplicht was, en daarna bij het opstellen van het masterplan. “Bij een inpraakprocedure hoef je wettelijk eigenlijk alleen een advertentie te plaatsen in de krant Ons Utrecht. Wij hebben ons hele mailingbestand aangeschreven, folders neergelegd in de wijkbureaus, advertenties gezet in grote dagbladen en twee inloopmiddagen gehouden. Bij het masterplan waren alle partijen van tevoren tijdens de participatie blijkbaar serieus genomen en gehoord. Er kwamen namelijk maar tweehonderd inspraakreacties – bij de HOV door de binnenstad waren dit er wel negenhonderd. Voor ons was dit een teken dat we het goed gedaan hadden. Je kunt zeggen dat we draagvlak voor het plan hadden opgebouwd, maar ik heb het liever over het opbouwen van kritisch vertrouwen.”

De communicatieafdeling van de POS richt zich op interne en externe zaken. Er zijn vier personen werkzaam, twee adviseurs, een hoofd en een medewerker. Doelgroepen voor de externe communicatie zijn onder meer honderd belangenorganisaties en achttienhonderd belangstellenden in het mailingbestand. Belangengroepen zijn bijvoorbeeld de Fietsersbond, het Comité Bevaarbare Leidsche Rijn en de Ondernemersvereniging Centrum Utrecht. De communicatieafdeling moet het juiste tijdstip kiezen om informatie naar buiten te brengen en de juiste toon aanslaan voor de betreffende doelgroep. Van der Linden heeft niet de illusie dat hij compleet kan zijn in zijn verhaal. Maar hij denkt ook dat niet iedereen zit te wachten op alle kleine lettertjes.

“Het is onze grondhouding om zo open mogelijk te zijn. De plannen mogen afgekraakt worden en mensen mogen ons afrekenen op de inhoud. Maar ik wil niet beticht worden van het achterhouden van informatie, of van het feit dat ik iets langs mensen gewurmd heb. Momenteel heerst er een soort radiostilte, maar op de Dag van de Architectuur zal er meer te zien zijn over de voortgang en de planvorming van het stationsgebied. Sommige schuimrubberblokjes van de maquette zijn inmiddels al verder uitgewerkt. De belangrijkste architecten, zoals Studio Hertzberger en Benthem Crouwel nemen deel aan publiek toegankelijke masterclasses. Zo laten we zien in welke fase de plannenmakerij inmiddels verkeert.”

Het leukste werk in Utrecht
“Voor een gebouw gelden spelregels om het te kunnen neerzetten. In het stationsgebied moet je verder nadenken dan één bouwkavel. De oude binnenstad heeft er meer dan honderd jaar over gedaan om zo te worden als ze nu is. Het stationsgebied moet vernieuwen in een periode van twintig jaar. Het is een gebied waar ontwikkeling dertig jaar heeft stilgestaan. In tegenstelling tot de ontwikkeling elders in de stad, gold hier geen natuurlijk proces van vernieuwing. De POS is er om dit proces weer op gang te brengen. Het is eigenlijk geen projectorganisatie maar een regie-organisatie. Een project is namelijk afgebakend in ruimte, geld en tijd. Dat soort grenzen ontbreken hier. In het stationsgebied speelt de gemeente een directe en een indirecte rol om initiatieven op gang te brengen. Het is vergelijkbaar met de stadsvernieuwing in de jaren zeventig, of de DUO van recenter datum.”

“Mijn persoonlijke insteek is dat het tof is om te werken aan een stad. Het is mooi en bevredigend en in dezelfde stad wonen helpt daarbij. Ik kan geen gebouwen ontwerpen, maar wel mensen met elkaar laten praten. De gemeente is een leuke instelling omdat deze bedoeld is voor het nut van het algemeen. Je probeert methodes uit het vakgebied zo goed mogelijk toe te passen. Eigenlijk heb je te maken met 270.000 doelgroepen. Ik vind dit de beste plek om te werken. Leidsche Rijn zou een mooie tweede zijn.”

Van der Linden is enthousiaster over grootschalige, stedenbouwkundige veranderingen dan de gemiddelde inwoner van Utrecht. “Het is een Utrechtse reflex om te denken ‘het is niks’. Ik heb visie A gestemd, maar vind dat Utrecht zich wel wat meer mag gedragen als visie 1. Er mag wat mij betreft, buiten de binnenstad natuurlijk, wél hoger gebouwd worden dan de Dom. En ik ben voor een wekelijkse koopzondag.” Deze overtuiging deelt Van der Linden met meer collega’s. Wanneer de politiek een nieuwe beslissing neemt, waardoor ingeslagen wegen weer verlaten moeten worden, zien de POS-medewerkers dat niet als een tegenslag, maar als een uitdaging. “Wij zijn flexibele, enthousiaste mensen. We zijn creatief en uitgesproken. We zijn een soort Gideonsbende.”

Radboud van der Linden (Dordrecht, 1974) studeerde communicatie aan de Hogeschool van Utrecht, waarna hij werkte in de ICT en bij de Hogeschool en de gemeentelijke dienst stadsbeheer. Na een jaar freelancen bij de dienst stadsontwikkeling, trad hij in dienst bij het projectbureau UCP, in de doorstartfase met NS Vastgoed en de Gemeente (oktober 2000). In de gemeenteraadsverkiezingen van november 2000 sneuvelde dat plan. Voor het referendum in 2001 werden twee visies ontwikkeld (voorafgegaan door een participatietraject). Hierna werd gewerkt aan het masterplan, de masterplanverklaringen, de intentieovereenkomsten, het bestemmingsplan, het structuurplan en de ontwikkelovereenkomsten met de private partijen.

DUO= De Utrechtse Opgave: verbetering van de na-oorlogse woonwijken

Referendum Stationsgebied: Visie A: minder hoogbouw maar evenveel vierkante meters nieuwbouw als visie 1, meer woningen dan visie 1, groene sfeer en inclusief aanpak Westplein. Visie 1: stenig, meer hoogbouw, zakelijke sfeer, goedkoper dan visie A.

Kruisvaartkwartier

Herinrichting stationsgebied

Het zogeheten Kruisvaartkwartier ligt tussen het spoor en de Croeselaan enerzijds en tussen het hoofdkantoor van de Rabobank en de woonwijk Dichterswijk anderzijds. De naam is ontleend aan de Kruisvaart, een van de drie moesgrachten uit het zeventiende-eeuwse plan van Moreelse. De Kruisvaart is nog gedeeltelijk aanwezig, maar min of meer weggestopt langs het spoor.

Bettina van santen

De aanleiding voor de planvorming is het verdwijnen van een aantal grote functies, zoals het distributiecentrum van de TPG (de post werd tot voor enkele decennia per trein vervoert) en de REMU en de uitbreidingsplannen van de Rabobank. Maar ook de ligging van het Kruisvaartkwartier naast het Stationsgebied is een cruciaal gegeven. Daarom heeft de Gemeente in april 2003 een Visie Kruisvaartkwartier ontwikkeld die werd vastgesteld door het College van B&W.

Hoewel de ontwikkelingen in principe losstaan van de plannen rondom het Stationsgebied, is overduidelijk dat de ruimtelijke, functionele en infrastructurele opgave nauw aan elkaar gerelateerd zijn. De opgave voor het Kruisvaartkwartier betreft een forse uitbreiding van het hoofdkantoor van de Rabobank met 40.000m2. Hier komt de reeds veelbesproken toren van 105 meter. Voorts zijn op het voormalige distributieterrein van de TPG 300 koopwoningen gepland. Het terrein tussen het Rabobank hoofdkantoor en de woonbuurt is gedacht als een overgangszone tussen het wonen en de kantoren. Beide functies zullen er vertegenwoordigd zijn, maar in welke mate moet nog nader uitgewerkt worden. Ook in hoogte moet deze zone de overgang vormen tussen de vrij lage woningen en de hoge kantoren van het Stationsgebied. De Rabotoren is overigens als bijzonder accent gedacht, de eventuele andere torens zullen lager zijn.

De visie geeft ook heldere standpunten inzake de infrastructuur en de openbare ruimte. De HOV-baan die over de Van Zijstweg aankomt, loopt hier verder tussen Rabobank en het voormalige REMU-terrein, om vervolgens af te buigen naar het station. Maar ook langs de spoorzone is een straat gedacht om dit gebied beter te ontsluiten. Tot slot zal de Kruisvaart, als een van de oudste structurerende elementen is in dit gebied, weer meer zichtbaar worden gemaakt.

Facelift busstation

Herinrichting stationsgebied

Onder het motto ‘Aanvalsplan sociale veiligheid’ heeft het bestaande busstation bij Hoog Catharijne een grote opknapbeurt ondergaan.

Mascha van Damme

Hoewel het masterplan stationsgebied in een nieuw bus- en treinstation voorziet, duurt het nog zeker tot 2008 voordat dit wordt gerealiseerd. Het oude busstation moet dus nog een aantal jaren mee. Om het openbaar vervoer en de uitstraling van het station aantrekkelijker te maken en de criminaliteit en overlast terug te dringen, is geïnvesteerd in een betere inrichting.

Nieuw straatmeubilair, waaronder strak vormgegeven bankjes en wachthokjes annex abri’s zoals ook langs de HOV-baan te vinden zijn, moet van het busstation een aangenamere verblijfplaats maken. Daar dragen de betere verlichting en lichtere kleuren ook aan bij. Vooral de olijke groene lichtpuntjes in de bestrating werken in het donker sterk.

Maar de grootste vooruitgang zijn de meer dan levensgrote rode zuilen die duidelijk maken aan welke kant de streekbussen en aan van welk perron de stadsbussen vertrekken. Sterker nog, voor bezoekers die het busstation voor het eerst aandoen, is het eindelijk in vrijwel één oogopslag duidelijk waar je moet zijn. De ellipsvormige zuilen zijn gemaakt van geperforeerde ijzeren platen en worden ’s avonds van binnen uit oranje verlicht.

Niet alleen voor bezoekers die het station vanuit Hoog Catharijne benaderen zijn dit praktische eye-catchers, ook voor fietsers en automobilisten uit de stad spreken ze boekdelen. De vervuilde bestrating is in het hele busstation vervangen door nieuwe betontegels in dezelfde kleur. Gelukkig is er in deze stenige omgeving ook wat groen aangebracht. Een ligusterhaag, geplaatst voor een hek onder de Stationstraverse moet voorkomen dat mensen op deze verkeersonveilige plek oversteken en tegelijkertijd de enorme hoeveelheid geparkeerde fietsen enigszins aan het zicht onttrekken. Helaas zijn er ook extra billboards nodig om dit voor elkaar te krijgen.

Opdrachtgever : Dienst Stadsbeheer (DSB)
Ontwerp : DSB – Ingenieursbureau Utrecht
Financiering : Bestuur Regio Utrecht (BRU)
Kosten : 2 miljoen euro
Oplevering : september 2004

Dag van de Architectuur 2005

Grotten, hutten, cathedralen, overdekte winkelcentra, papieren koepels. Architectuur is zo oud als de mens en ontwikkelt zich navenant, inclusief de excessen.

Martine Bakker

De landelijke Dag van de Architectuur 2005 speelt zich af rond het thema Reis door de Tijd. Het publieksprogramma van Utrecht vindt plaats in Muziekcentrum Vredenburg, aan de rand van het stationsgebied. Dit doorgangsgebied staat al jaren op het punt om drastisch te veranderen. Het programma van de Dag van de Architectuur brengt de nieuwste plannen in kaart. Bulletin Post Planjer haakt hierop in met vier projectbeschrijvingen en een artikel over het epicentrum van de veranderingen: de Projectorganisatie Stationsgebied. Bovendien worden op de Dag van de Architectuur de kanshebbers voor de tweejaarlijkse Rietveldprijs bekend gemaakt. De jury van 2005 selecteerde uit het gehele Utrechtse nieuwbouwaanbod van de afgelopen twee jaren negen projecten, daarbij lettend op het criterium voor de prijs – het verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte. Post Planjer becommentarieert elk geselecteerd project.

Hedendaagse architecten passen vrijmoedig historische stijlelementen toe, of copiëren nauwgezet één stijl. Bij het ontwerpen reizen zij door de geschiedenis van de architectuur. Bij het beschouwen van het resultaat, verschuift het tijdsbesef in je onderbuik. Secure renovatie brengt eenzelfde emotie teweeg. Is dit een prettig gevoel of juist niet? Post Planjer onderzoekt het fenomeen traditionalisme en de motivatie van opdrachtgevers en eigenaren om een bepaalde stijl te koesteren.

PROGRAMMA
Al enkele jaren werkt Utrecht aan een drastische vernieuwing van het Stationsgebied. De komende vijftien jaar ondergaat het gebied rond het Centraal Station -met onder andere Hoog Catharijne, Jaarbeurs, Vredenburgplein en Catharijnesingel- een grondige facelift. Dit jaar krijgen de plannen al duidelijke vormen. De Aanpak Stationsgebied gaat iedereen aan. Ze draagt bij aan het beeld van de stad. Op zaterdag 2 juli krijgt u een kijkje in de toekomst. Tijdens de Dag van de Architectuur Utrecht staat de toekomst van het Stationsgebied centraal. En niet alleen de toekomst, maar ook heden en verleden van het gebied rond het Centraal Station staan in de schijnwerpers. De Dag van de Architectuur 2005 keert het Stationsgebied Binnenstebuiten. Kom op zaterdag 2 juli naar het Infocentrum Stationsgebied en Muziekcentrum Vredenburg voor rondwandelingen, presentaties, kinderworkshops, tentoonstellingen, masterclasses onder leiding van gerenommeerde architecten en een scherp debat over het Stationsgebied

Programma

Agora: de ziel van een plek
Leefkwaliteit en sociale veiligheid zijn belangrijke vraagstukken in het Stationsgebied. Vraagstukken waarmee ook Agora zich bezighoudt. Agora is een project van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht in samenwerking met organisaties uit Londen, Malmö en Barcelona. Tijdens de Dag van de Architectuur Utrecht presenteert Agora een speciale expositie, met beelden in lampenkappen.
Doorlopend van 10.00 tot 17.00 uur op het kassaplein van Muziekcentrum Vredenburg

Tentoonstelling Bredero Bouwt
De tentoonstelling Bredero Bouwt belicht aspecten uit het verleden van het Stationsgebied. Met name de bouw van Hoog Catharijne, één van de grootste projecten van Bredero’s Bouw Bedrijf, komt aan de orde. Van 10.00 tot 17.00 uur in de onderverdieping van het Infocentrum Stationsgebied.

Workshop voor kinderen
Voor kinderen van 8 tot 12 jaar is er een speciaal kinderprogramma. Onder begeleiding maken ze kijkdozen, waarin ze hun visie op heden, verleden en toekomst van het Stationsgebied weergeven. Workshop in de Filmzaal van het Infocentrum Stationsgebied.

De allerkleinsten worden geschminkt en krijgen heliumbalonnen, bij het kassaplein van Muziekcentrum Vredenburg

Rondwandelingen
Vier keer per uur start een excursie door het Stationsgebied. Onder leiding van stadsgidsen wandelt u ongeveer een uur door het gebied en krijgt u inzicht in de toekomstplannen. Zeven centrale punten worden speciaal uitgelicht. Vanaf de centrale balie in het Infocentrum Stationsgebied, tussen 10.30 en 16.00 uur (start laatste wandeling om 15.00 uur)

Presentatie plannen
Met maquettes en een interactieve driedimensionale wereld wordt een beeld geschetst van het toekomstige Stationsgebied. Voorlichters zijn aanwezig om de plannen toe te lichten en uw vragen te beantwoorden. Doorlopend van 10.00 tot 17.00 uur in het Infocentrum Stationsgebied.

Rietveldprijs
De Rietveldprijs is de tweejaarlijkse Utrechtse architectuurprijs. Projecten die in 2003 en 2004 zijn opgeleverd en een belangrijke bijdrage leveren aan de kwaliteit van de gebouwde omgeving van de stad Utrecht komen in aanmerking voor de prijs. Op 2 juli presenteren ongeveer vijftien geselecteerden voor de Rietveldprijs zich aan de jury. U kunt deze presentaties bijwonen en stemmen voor de Publieksprijs (stemmen kan tot september 2005). Na juryberaad worden om 15.00 uur de genomineerden voor de Rietveldprijs 2005 bekend gemaakt. Een tentoonstelling presenteert de vijftien geselecteerde projecten aan het publiek.
Presentaties geselecteerden: podium kleine zaal Muziekcentrum Vredenburg, 13.00 – 14.00 uur
Tentoonstelling geselecteerden: Foyer kleine zaal Muziekcentrum Vredenburg, 10.00 – 17.00 uur
Bekendmaking genomineerden: kleine zaal Muziekcentrum Vredenburg, 15.00 – 15.20 uur

Toekomst: Masterclasses
Tijdens de Dag van de Architectuur Utrecht wordt u de unieke kans geboden om met bekende architecten te werken aan hun work in progress in het Stationsgebied. Er zijn twee masterclasses; één voor de westzijde en één voor de oostzijde van het Stationsgebied. De architecten presenteren hun ontwerpen en ook u kunt input leveren voor de plannen voor het Muziekpaleis, Hoog Catharijne, de Megabioscoop, Holland Casino en andere deelontwerpen in het gebied.

Masterclass West: kleine zaal Muziekcentrum Vredenburg, 13.00 – 14.00 uur,
Masterclass Oost: kleine zaal Muziekcentrum Vredenburg, 14.00 – 15.00 uur

Slotdebat
Een debat over de toekomst van het Stationsgebied sluit de Dag van de Architectuur Utrecht af. Aan de hand van stellingen worden mogelijk-heden, kansen én bedreigingen van het nieuwe Stationsgebied besproken.

Uiteraard bent u ook van harte welkom om deel te nemen aan de discussies.

Rietveldprijs 2005

De redactie van Post Planjer becommentarieert de negen geselecteerde projecten.

Universiteitsbibliotheek, Wiel Arets
Het gebouw maakt van binnen een overweldigende indruk door de opgehangen depots en de monumentale trap. Ook het materiaal- en kleurgebruik is imponerend. Wel kun je je afvragen hoe de materialen zich houden in het gebruik. De eerste butsen en scheuren zijn nu al zichtbaar. BvS

De mooiste bibliotheek die ik ken is Scharoun’s Staatsbibliotheek in Berlijn. Voor de Universiteitsbibliotheek heeft Wiel Arets zich ongetwijfeld door dit gebouw laten inspireren. Ook hier schuilt in een gesloten doos een luchtige structuur van royaal gedimensioneerde ruimtes die in elkaar overvloeien. Licht en geluid zijn gedempt tot het optimale niveau om te studeren of je door een engel in je oor te laten fluisteren. CE

Demkabrug, NS Railconsult
Niet alleen is de rammelende, oude spoorbrug vervangen, ook het viaduct aan de Cartesiusweg is vernieuwd, vergroot en fris gekleurd. Vroeger was dit een industrieel gebied van allure met de complexen van Demka en Werkspoor aan weerszijden van het spoor. Tegenwoordig kenmerkt het terrein Cartesiusweg zich door ongeïnspireerde bedrijfsbebouwing. Met de nieuwe Demkabrug en het nieuwe viaduct verliest dit gebied haar laatste sprankje industriële grimmigheid. MB

Deze nieuwe spoorbrug, type gesplitste, enkele boog, vormt een vreemd ensemble met de naastgelegen spoorbrug. Het is de eerste van dit type, en met een overspanning van 237 meter, de grootste boogconstructie van Nederland. De meerwaarde van dit project zit hem dan ook vooral in de bijzondere technische constructie en niet zo zeer in de esthetische kwaliteit. MK

Prins Clausbrug, UN Studio
De Prins Clausbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal verbindt met een groots, symbolisch gebaar Leidsche Rijn met de bestaande stad. De brug is tegelijkertijd een architectonisch monument en een artificieel vervoerslandschap.CE

Het gebruik van de brug is minimaal, mede vanwege de volbochtige onhandige aansluiting op de A12. Bewoners van de flats aan de voet van de brug, vinden hem mooi vanaf de verdieping, vanaf de straat kijken ze vooral tegen de terp aan. Er zijn plannen om de flats te slopen en te vervangen door architectuur die meer aansluit bij de chique brug. Deze is nu nog een curiositeit in het hart van Kanaleneiland (en geweldig om overheen te zoeven.). JS

Woningbouw Leidsche Rijn, DKV
Een appartementencomplex gecombineerd met galerijflat; dit woningbouwproject vormt een stoere en stedelijke begrenzing van het Prinses Amalia park. De levendige gekleurde bakstenen gecombineerd met sobere kozijnen maken het statig en stijlvol. MK

Een prachtig bakstenen gebouw met stevige, luxueus uitgevoerde details dat in Leidsche Rijn eindelijk een stedelijke gevelwand realiseert. De rijen balkons aan de achterzijde ogen als fraaie horizontale architectonische elementen, maar worden door de bewoners waarschijnlijk beleefd als betonnen hokjes. MvD

Centrumgebied Leidsche Rijn, AWG (bOb van Reeth)
Het winkelcentrum laat eindelijk dat zien, wat Leidsche Rijn al zolang ontbeert: stedelijkheid. In volume, architectuur en uitstraling is Bob van Reeth er in geslaagd om hier een stedelijk complex neer te zetten in de ogenschijnlijk naar alle kanten uitdijende vinex-zee. BvS

De vraag is of dit kleinschalige en introverte centrumgebied de ontmoetingsplek en het kloppende hart kan worden van Parkwijk. De materialisering is duurzaam, de vormentaal is sober. De openbare ruimte in het centrum mist door het gesloten karakter, verblijfskwaliteit en aantrekkingskracht. MK

Paviljoen Leidsche Rijn, Shigeru Ban
Stond de Paperdome op IJburg nog in het zand, in de polder van Leidsche Rijn is het papieren, Japanse paviljoen omgeven door een graswal en geplaveid met grijze stoeptegels. Leidsche Rijn is niet alleen een immense, nieuwe woonwijk, maar ook een landingsplaats voor buitenissige, tijdelijke architectuur. Die de bewoners knipogend betrekt bij de essentie van wonen. MB

De klassieke opzet van een koepel met aan vier zijden een verzonken ingangspartij doet denken aan ontwerpen van Boullé en Schinkel. Ook oogt het bouwwerk minder tijdelijk dan de papieren constructie, bespannen met zeildoek, doet vermoeden. Van mij mag de Paper Dome blijven. MvD

Kantoorgebouw Cap Gemini, Architecten Cie. Veenendaal, Bocanet + Partners
Niet spectaculair, wel mooi gemaakt. Een goed, chique kantoorgebouw met een indrukwekkende hal. BvS

De kantoortorens geven een donkere, maar statige indruk. De parkeergarage is onder het opgelichte maaiveld weggewerkt zodat de buitenruimte aantrekkelijk strak kon worden ingericht. Het complex bevat meer mooie zaken dan het op het eerste gezicht prijsgeeft. Het interieur en de binnentuinen zijn opvallend vormgeven met veel licht, ruimte en mooie zichtassen. Ook het uitzicht over het kanaal is magnifique. MvD

Waterwinstation Leidsche Rijn, Bosch & Haslett
Tot voor kort tekende het pompstation zich af in de open vlakte als ware het een modern monster van Loch Ness. Nu staat het temidden van de immer oprukkende woningbouw, maar nog steeds heeft het een vervreemdend effect in zijn omgeving. Leidsche Rijn begint een naam te krijgen wat betreft bijzonder vormgegeven utiliteitsgebouwen. BvS

Het waterwinstation vormt een bijzondere architectonische verschijning in het Vinex landschap Terwijde. Door de gekromde aluminium gevel vormt de zogenaamde ‘aangespoelde walvis’ een oplichtend baken bij de eerste reflecterende zonnestralen. Het is een markant herkenningspunt voor de wijk. MK

Woningbouw Leidsche Rijn, Vandkunsten
Het ontgaat mij waarom juist dit woningbouwproject in Terwijde geselecteerd is voor de Rietveldprijs. De twee-onder-één-kap woningen vallen op door een zeer middelmatige jaren negentig vormgeving van de voorgevels, inclusief voordeur met patrijspoort. De gelige baksteen combineert slecht met de in het oogspringende, zwarte gevelpanelen. De eventuele meerwaarde van het project is zichtbaar aan de achterzijde. Een grote raampartij strekt zich uit over drie bouwlagen waardoor in het interieur een grote hoge woonruimte ontstaat met daarin een vide. Dit is in hedendaagse nieuwbouwprojecten echter een zeer veel geziene ruimtelijke oplossing. MK

Kop van Lombok

Herinrichting stationsgebied

In de omgeving van de kop van Lombok wordt momenteel druk gesloopt. De Kanonstraat verdwijnt geheel, evenals delen van de Vleutenseweg, de Kanaalstraat en de Damstraat. Hiervoor in de plaats komen een nieuwe moskee, honderd (koop)woningen en een grote Albert Heyn die de huidige winkel in de Damstraat zal vervangen.

Bettina van Santen

De moskee is bestemd voor 750 gelovigen en heeft extra voorzieningen, zoals 550 m2 aan culturele bestemmingen en 5600 m2 winkels. In het gehele plan is ondergronds parkeren gepland in een of twee lagen, afhankelijk van de deelname van de partners in deze voorziening. De ontwikkelaars van het gehele plan zijn het Bouwfonds en de Islamitische Stichting Nederland die de moskee voor haar rekening neemt.

Het hart van het gebied wordt straks gevormd door de moskee die wordt gesitueerd aan een groot plein, ongeveer ter hoogte van de huidige hoek van de Kanaalstraat met de Damstraat. Het bouwblok tussen Kanaalstraat, Vleutenseweg en Damstraat zal worden gesloopt en vervangen door de nieuwbouw. Het andere deel van het plangebied bevindt zich tussen de Leidsekade, de Kanonstraat en de Damstraat en beslaat een half bouwblok. Hier komt straks een nieuwe wand van zo’n vijf lagen hoog. Deze wand schermt het achterliggende gebied af van het Westplein. Erachter bevindt zich straks het centrale plein met de moskee.

Er ligt momenteel een goedgekeurd bestemmingsplan op grond waarvan de onteigening geregeld kon worden en de sloop werd inmiddels ingezet. Op basis van dit bestemmingsplan moeten een nadere uitwerking en het concrete bouwplan nog gaan volgen. De bouw start in 2006.