ZW_herkomst_en_bestemmingen_regio_Utrecht_uit_SRSRSB

Utrecht in 2025 goed bereikbaar

Gezond is de nieuwe buzz in de stad

Utrecht is een nieuw mobiliteitsplan rijker: Slimme Routes, Slim Regelen, Slim Bestemmen. Het plan komt uit de koker van Groenlinks politica Lot van Hooijdonk, wethouder van Verkeer en mobiliteit, duurzaamheid en milieu. Centraal staat de vraag hoe een groeiende stad als Utrecht zijn stedelijke mobiliteit organiseert. De nota biedt handvatten om Utrecht tot 2025 gezonder te maken. Een gezonde stad is immers een aantrekkelijke en bereikbare stad – aldus het mobiliteitsplan. Momenteel ligt het plan ter goedkeuring voor bij de gemeenteraad. Op 18 april jongstleden organiseerde Architectuurcentrum Aorta in het Beatrixgebouw van de jaarbeurs een conferentie over Utrechts nieuwste mobiliteitsplan. Een verslag van de middag.

Slimme Routes, Slim Regelen, Slim Bestemmen (SRSRSB) wordt door zowel sprekers als publiek een gedurfd, veelbelovend er vergaand plan genoemd, waarmee Utrecht vooruitloopt op andere Nederlandse steden. De inzet is om autoverkeer buiten de stad te houden en de fiets en het openbaar vervoer juist te faciliteren, waardoor de verkeersruimte anders kan worden ingericht. Iedereen lijkt het ook eens over de aantrekkelijkheid van stedelijk groen, zoals bijvoorbeeld bij het plan van de Waterlinieweg een boomrijke stadsallee te maken op maaiveldniveau. De schoonheid van een druk kruispunt of futuristische fly-over is verleden tijd. Met veel groen, langzaam verkeer en slechts hier en daar een bus, of liever nog een tram, is het in 2025 aangenaam toeven. En dat is wat wij willen.

Denk groot
In 2001 organiseerde Architectuurcentrum Aorta in het café aan het Achter de Dom twee debatavonden over de toekomst, getiteld Stad der Wonderen. Acht gemeenteraadsleden spraken zich uit over de gedroomde toekomst van de stad. Zeven van hen vonden Utrecht gewoon een provinciestad en hadden het voornamelijk over in het verleden gemaakte fouten. Met het oog op de toekomst kwamen zij niet veel verder dan dat het geen enkele zin had om de stad te vergelijken met Amsterdam of Rotterdam.

Vijftien jaar later doet de eerste spreker van de conferentie, stedenbouwkundige Wouter Veldhuis van bureau MUST, dat nadrukkelijk wel. Hij vindt groots denken realistisch en daardoor zelfs noodzakelijk. In de beide toekomstscenario’s die hij de conferentiegangers voorhoudt – een met open en een met gesloten landsgrenzen – blijft Utrecht flink groeien. De stad stevent af op 400.000 inwoners en Veldhuis dringt aan hier ook de randgemeenten bij te betrekken, waardoor het zelfs zou gaan om meer dan een miljoen.

'Verkeersruimte oogt nog te weinig als een plek in de stad en teveel als een logistieke machine.'

Als je het zo bekijkt is Utrecht een metropool en reikt SRSRSB niet ver genoeg, aldus Veldhuis. Bovendien speelt Utrecht in internationaal opzicht een steeds belangrijker rol als kenniscentrum. Veldhuis bepleit een betere bereikbaarheid van het Utrecht Science Park per auto en met het openbaar vervoer. Het lijkt hem in dit opzicht logisch om in De Uithof meer woningen te realiseren. Utrecht zou de groei veel duidelijker kunnen omarmen, zoals Amsterdam, waar de gemeente uitdraagt zelf te wíllen groeien.

Als ontwerper staat Veldhuis tenslotte nog even stil bij de rol van het ontwerp. Hij laat treurigstemmende voorbeelden zien van actuele Utrechtse verkeersruimten, zoals de Waterlinieweg, de trambaan, een van de gelijkvloerse parkeervelden van het grootwinkelcentrum in Overvecht en het transferium in Kanaleneiland. Veldhuis: “Doorbreek de alledaagse realiteit, want die is lelijk en ellendig. Verkeersruimte oogt nog te weinig als een plek in de stad, het is nog teveel een logistieke machine.”

Meer of minder auto’s?
Bij het beoordelen van een mobiliteitsplan zijn cijfers cruciaal. De grote vraag is of een toename van het aantal inwoners leidt tot meer autoverkeer. Planoloog en stadsfilosoof Kees Jansen, de tweede spreker, denkt van niet. Hij gaat er bovendien van uit dat de trein zijn langste tijd gehad heeft. “Treinen zijn relatief onhandig. Zij brengen je niet precies waar je wezen moet en het spoorsysteem is in logistiek opzicht ingewikkeld.” In de toekomst maken we volgens Jansen gebruik van een systeem van gedeelde drones, een soort SnappCar, maar dan voor kleine vliegmachines waar een of meer personen in passen. “Misschien vliegen die over de nagenoeg lege snelwegen of over het spoor, en haken ze daarbij aan elkaar.”

Een ander stedelijk toekomstbeeld dat Jansen ons voorschotelt komt voort uit de techniek van de 3D-printer. “Je kunt er inmiddels van alles instoppen: plastic, staal, hout. Dit beïnvloedt de kringloop van de stad: oude onderdelen gaan in de toekomst gewoon in de shredder, wat het aanzien, maar ook de prijs en daarmee de mogelijkheden voor het programma zal beïnvloeden.” Tenslotte gaat Jansen in op de techniek om energie op te wekken uit beweging. Door stoepen en fietspaden hierop in te richten, worden dit de nieuwe duurzame energiebronnen van de toekomst. Hij besluit met de opmerking dat auto’s, of het er nu meer of minder zijn, hoe dan ook schoner zullen worden.

ZW_herkomst_en_bestemmingen_regio_Utrecht_uit_SRSRSB
ZW_buurtcafe

Durf te dromen
Hoewel verkeerskunde pas sinds de jaren vijftig als zelfstandig vakgebied bestaat, lijkt het zijn langste tijd gehad te hebben. Dat menen althans de verkeerskundigen die op de conferentie zijn afgekomen. Zij geven aan dat niet alleen de grenzen tussen de disciplines verkeer en stedenbouw geslecht moeten worden, maar bijvoorbeeld ook die tussen sociologie en de inrichting van de openbare ruimte. Dan kunnen vraagstukken over bereikbaarheid en ruimtelijke kwaliteit pas echt de synergie opzoeken. Dit sluit geheel aan bij het idee van shared space, dat verkeerskundige Hans Monderman reeds veertig jaar geleden ontwikkelde.

Utrecht zet al in op shared space, zoals onlangs bij de herinrichting van de Mariaplaats. De aanwezige verkeerskundigen merken op dat het bij het opheffen van de strikte scheidslijnen tussen vakgebieden wel van belang is om een gezamenlijk doel te stellen. Dat heeft SRSRSB dan ook gedaan. Het gemeenschappelijke doel is bereikbaarheid, met als nevendoelen gezondheid en aantrekkelijkheid. Bij dat vooruitstrevende doel wordt op de conferentie niet lang stil gestaan. Je zou bijna vergeten dat Utrecht tijdens de debatten bij Aorta vijftien jaar geleden nog pretentieloos en voorzichtig leek, met zo min mogelijk uitgesproken idealen. Althans bij het gros van de sprekers. Een voordracht stak hier namelijk fantastisch bij af: die van toenmalig Groenlinksfractievoorzitter Marjan Schuring.

Zij zag een autoloze stad voor zich met veel open ruimte en veel parken zonder honden. De Utrechters werkten voornamelijk thuis achter computers, in kleine woningen, en verkeerden wanneer er niet gewerkt werd buitenshuis. Daarom waren er veel cafés en terrassen, zowel in het centrum als in de woonbuurten. Om de parken heen lagen sportvoorzieningen en in winkels werd wat gefunshopt, ook door Schuring zelf, gaf ze besmuikt toe.

Zie ook Post Planjer 26, Dromen over Utrecht

Leek dit indertijd het meest dolle toekomstbeeld, inmiddels getuigt het van de meest vooruitziende blik. Utrechters vertoeven zeer vanzelfsprekend in buurtcafés en sportfaciliteiten. Utrecht construeerde in vijftien jaar tijd gestaag een stevig fietspadennet en rekende af met foutparkeerders. Het is niet meer zo vreemd om je fiets in het centrum iets verder van je bestemming in een speciale gratis stalling achter te laten, de U-stal. Utrecht is met een keur aan andere U-producten zelfs bezig een stevig merk te worden, dat staat voor gezellig, duurzaam, cultureel – weldenkend zelfs. Tijdens de conferentie stelt niemand de vraag: als je aan de rand moet parkeren is je stad toch helemaal niet goed bereikbaar? Wie weet blijkt de Groenlinksgedachtegang die achter dit nieuwe mobiliteitsplan zit straks wederom het meest aan te sluiten bij de toekomstige realiteit en wensen.