Op de warme avond van 21 mei baan ik me op een krakkemikkige OV-fiets een weg door het opgebroken stationsgebied van Utrecht, smartphone met navigatie in de hand. Mijn bestemming is Kapitaal, waar Post Planjer vanavond haar 21-jarig bestaan viert.

In het voormalig Grafisch Atelier Utrecht aan de Plompetorengracht gaan ambachtelijke technieken als etsen en zeefdrukken tegenwoordig hand in hand met hedendaagse termen als creatieve broedplaats en flexwerkplek. De feestavond van Post Planjer heet UNWEB en bestaat uit een debat over de positie van een lokaal tijdschrift in een tijd van digitalisering en globalisering. Daarnaast lanceert de redactie haar nieuwe website.

Langs de lange wand tegenover mij staan vier schotten op wielen. Alle zeventig Post Planjers die sinds 1993 zijn verschenen hangen aan de schotten. Voor wie uitgaven mist, of zich geneigd voelt toe te geven aan het hebbedingerige uiterlijk van de boekjes, liggen er exemplaren om meegenomen te worden. Men snuffelt aan de boekjes, begroet elkaar en er worden contacten gelegd.

De nieuwe website gaat aanvullen en verdiepen.

Gespreksleider Friso Wiersum kondigt het begin van de avond aan. Zodra iedereen een stoel bemachtigd heeft – er zijn er amper over – en de gesprekken verstomd zijn, spreekt Anne Seghers namens de redactie een dankwoord uit. Ze benadrukt hoe de redactie van Post Planjer vrijwillig werkt en lokaal een kritische en onafhankelijke stem laat horen. Trots vertelt ze dat, ondanks teruglopende gulheid van subsidiëring, de papieren versie blijft bestaan. De nieuwe website gaat aanvullen en verdiepen met onder meer extra beeld bij de artikelen, een beeldblog, meer recensies.

Een empathisch ‘aah’ klinkt uit de zaal wanneer Seghers bekend maakt dat, helaas, de boekjes voor het eerst sinds de oprichting niet langer gratis zullen zijn. Men kan ze voortaan thuisgestuurd krijgen voor het luttele bedrag van tien euro per jaar – wisselgeld als je ziet hoe ze er dankzij de nieuwe vormgeving door de ontwerpers van Studio AIRPORT uitzien.

Het toneel is nu voor Bettina van Santen en Ludger Smit, leden van de redactie die Post Planjer oprichtte. Het verhaal hoe het woord ‘post’ een rol kreeg in de titel van wat eerst een architectuurcentrum moest worden is mooi: als locatie voor hun platform hadden ze het pand van de voormalige politiepost Tolsteeg aan het Ledig Erf op het oog. Het huidige Louis Hartlooper Complex is een ontwerper van Utrechts stadsarchitect Johannes Izak Planjer.  De zedenpolitie bleef nog tien jaar gebruikmaken van het pand en intussen werd Achter de Dom architectuurcentrum Aorta opgericht, waarop de kersverse redactie haar doel verzette en besloot een tijdschrift uit te geven. Van Santen benadrukt dat er in die tijd veel ruimte was voor initiatieven, waardoor beide nieuwe organisaties lokaal naast elkaar konden bestaan.

Als lokaal publiekstijdschrift bestaat Post Planjer al sinds de oprichting naast het landelijke, zich meer op een professionele doelgroep richtende OASE, waarover redacteur Klaske Havik vertelt. Hoewel beide tijdschriften een platform bieden om van gedachten te wisselen benadrukt Havik dat OASE ‘trage journalistiek’ bedrijft. Een uitgave kan twee jaar in wording zijn voordat hij verschijnt. Dit geeft auteurs ruim de tijd thema’s uit te diepen alvorens te publiceren.

Toegeven aan fascinatie voor architectuur.

Als tegenhanger van deze ‘slow media’ is Vincent Houtman uitgenodigd. Hij vertelt over zijn tumblr-pagina ‘1/030’s’, waar hij bijna dagelijks een foto post van een plek in de stad. Door de constante stroom aan nieuw beeldmateriaal, die hij op gang heeft gebracht door toe te geven aan zijn fascinatie voor architectuur, zijn verschillende thema’s op gaan vallen. Terugkerende onderwerpen, bepaalde manieren van naar de werkelijkheid kijken en patronen die uit de grote hoeveelheid beelden opeens naar voren komen.

Een tegenovergestelde werkwijze dus aan de vooraf gekozen thema’s van OASE. Voor Havik betekent dit het wetenschappelijk uitdiepen van een poëtisch thema, voor Houtman het blijven volgen van zijn eigenwijze en – zo zegt hij zelf – amateuristische blik op architectuur door die architectuur met behulp van professionele fotografie vast te leggen. Interessante conclusie is dat een ogenschijnlijke tegenstelling tussen oude, langzame, gedrukte media en nieuwe, snelle, digitale media helemaal niet zo nadrukkelijk is als soms wordt gedacht. Juist op dit kruispunt kan de kracht van Post Planjer in de toekomst blijven bestaan.

‘Schrijf goede stukken en neem een standpunt in. Schaam je niet. Ga het gesprek aan.’

Jacob Voorthuis, lector filosofie van de gebouwde omgeving, architectuur en kunst aan de TU Eindhoven benadrukt dit: ‘Schrijf goede stukken en neem een standpunt in. Schaam je niet. Ga het gesprek aan.’ Voor hij van wal steekt geeft hij de aanwezigen juist de kans hem te ontmoedigen van het geven van een voordracht en een gesprek aan te gaan. Geen kik vanuit de zaal, enkel wat schuivende stoelen en een onderdrukte giechel. Hier zouden studenten in menig collegezaal wat van kunnen leren (of niet, het is maar hoe je het bekijkt).

Wat volgt is een wervelende gedachtengang over veelheid, internet, diepgang, massa, snelle media en schaalloosheid. We gaan van de ongedifferentieerde en structuurloze informatie die dagelijks op ons afgevuurd wordt en onbeheersbaar lijkt, naar het kiezen van context en het zoeken van eigen verdieping daarbinnen. Door zijn veelheid is ‘snelle’ informatie te makkelijk te negeren, stelt Voorhuis. Hij denkt dat we deze onbeheersbare veelheid te lijf kunnen middels het gesprek. Het gesprek, ofwel ‘gemeenschap van communicatie’, heeft een platform nodig binnen de veelheid, en dát, zegt Voorthuis, is precies wat Post Planjer kan blijven doen door binnen de veelheid plaats te houden voor diepgang.

In het vragenrondje worden Voorthuis’ woorden direct ter harte genomen. Er is aandachtig naar zijn betoog geluisterd: is zijn behandeling van vluchtige informatie niet enkel talig? En waarom koos hij er zelf niet voor om af te zien van zijn voordracht en het gesprek aan te gaan? Voorthuis geniet duidelijk van deze vragen en beantwoordt ze zodanig dat ik het niet kan helpen te glimlachen – natuurlijk is een voordracht talig, maar taligheid is breder dan woorden. Communicatie is altijd gelaagd (en elk schepsel communiceert op zijn eigen manier) en een gesprek is daarom altijd anders dan een voordracht.

Dan is het grote moment daar: de voltallige redactie positioneert zich voor de schotten met gedrukte Post Planjers waarop de nieuwe digitale versie geprojecteerd zal worden. Eerst volgt nog een korte toelichting op de nieuwe vormgeving, daarna het live gaan van de website. De sprekers en redactieleden ontvangen meerdere rondes van daverend applaus dan knalt de muziek erin.

Ik fiets terug met een hoofd vol en mijn handen leeg. Navigatie per telefoon is niet nodig: ik hoef alleen rechtdoor en vooruit. Net zoals werd geadviseerd aan Post Planjer tijdens UNWEB: doe wat je belangrijk vindt en doe het goed. Dan zullen de juiste mensen je vinden en helpen diepgang te maken in de veelheid van het internet.

Ella de Rijke is student kunstgeschiedenis aan de UvA (specialisatie stedenbouw en architectuur) en stagiair bij tijdschrift Blauwe Kamer.