Liesbeth van der Pol Leidsche Rijn 10-02-2014

‘In Twitter kun je niet wonen’

Een dubbelinterview met voormalig Rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol (1959), die elke dag een schets plaatst op de sociale media, en Gerwin de Vries (1981) van het Utrechtse bureau LINT Landscape Architecture. Hij maakt veel gebruik van computerprogramma’s, maar zoekt de inhoudelijke discussie liever offline.

Liesbeth van der Pol

De schetsen die elke dag op Facebook en Twitter verschijnen, zijn niet allemaal met de hand gemaakt. Soms maakt Liesbeth van der Pol ze gewoon op de iPad. ‘Toevallig zit ik nu, as we speak, een aquarel te maken. Het is heel ontspannen en fijn om te doen, ook digitaal, maar een aquarel vereist meer werk. De inkt indopen, het drogen – het vergt allemaal uitgebreidere handelingen en daardoor meer tijd, aandacht, concentratie en overgave. De tekeningen worden daardoor ook meer bewerkt en of dat mooier is, kan ik niet beoordelen, maar het is zeker een verschil. Als ik een aquarel maak, op écht papier, met écht water, dan voelt dat veel vrijer, meer als vakantie, dan met de iPad.’

Het moment waarop ze haar aquarellen in het ontwerpproces inzet, verschilt per project. Soms gaat het om het uitwerken van details in het definitieve ontwerp, soms maakt ze de schets al in het voorlopige ontwerp. ‘Maar waar het altijd om gaat is het karakter van het gebouw en dat is pas klaar als het gebouw er staat. Zolang ik nog zoekende ben, helpt zo’n aquarel me met het definiëren van het ontwerp.’

‘Met de hand tekenen voelt meer als vakantie’

Zoals veel architecten communiceert ze liever met tekeningen dan met woorden. ‘Sociale media bieden mij een kans om de vele schetsen die ik maak naar buiten te brengen. Vroeger schetste ik heel veel, maar naarmate ik het drukker kreeg, werd dat steeds minder. Toen heb ik me voorgenomen elke dag een schets online te zetten. Dankzij de Daily Dok Design die ik elke dag post, merk ik dat ik weer tijd vrijmaak om te schetsen.’

Van der Pol vindt het leuk als mensen reageren op die schetsen: ‘Het geeft je steun in de rug. Architecten en ontwerpers zijn buitengewoon kwetsbaar. Door te delen via de sociale media loop je weliswaar de kans dat mensen het lelijk vinden, maar dat gebeurt naar mijn ervaring heel weinig. Dat vind ik een grote verandering in het architectenvak: eerst hield je ontwerpen heel lang voor jezelf, nu smijten we het bij wijze van spreken zo op internet.’

Ze denkt niet dat de autoriteit van de architect in het geding komt doordat iedereen  mee kan denken. ‘Autoriteit krijg je niet door te praten, maar door mooie dingen neer te zetten. Het gaat om het resultaat, het karakter van het gebouw, en daar ben je als architect verantwoordelijk voor. Daarom moet je je op een gegeven moment losmaken van het getwitter en die verantwoordelijkheid nemen. In Twitter kun je niet wonen; bouwen blijft tegen de zwaartekracht in stenen stapelen.’

Liesbeth van der Pol Leidsche Rijn 10-02-2014
The Legacy of Olmsted_LINT (1)

Gerwin de Vries

‘Het lijkt alsof sommige architecten, heel gechargeerd gezegd, denken dat ze zich moeten afzonderen, om in alle concentratie, met één streep op het papier, een geniaal ontwerp neer te zetten als oplossing voor een bepaald vraagstuk. Met de hand natuurlijk, want dat is authentiek. Dat contrasteert sterk met hoe wij werken.’, vertelt Gerwin de Vries. ‘Wij ontwerpen door een onderwerp goed te bestuderen, verschillende opties te onderzoeken en onszelf ook te laten verrassen. Een ontwerp is voor ons niet één geniale streep, maar een proces waarin we openstaan voor alle mogelijkheden.’

‘Met beweging ontwerpen kan alleen op de computer’

De Vries en zijn compagnon Alexander Herrebout gebruiken computerprogramma’s en handgemaakte tekeningen door elkaar. ‘Soms zijn we op de computer aan het werk en maken we snel een schetsje met de hand, waardoor we het concept weer even helder krijgen. Dit verschil is voor ons niet heel bewust. Hoe we werken, is vooral afhankelijk van het project.’ Zo hebben ze een ontwerp gemaakt voor het gebied langs een snelweg in Montreal, Canada. ‘We wilden een bos creëren dat enerzijds geluidsoverlast tegenhoudt en anderzijds op belangrijke plekken zicht biedt op de omgeving. Met behulp van simulaties hebben we getest wat hiervoor de ideale bomendichtheid zou zijn. Dankzij die simulaties konden we precies zien wat er gebeurt als je met 130 kilometer per uur door zo’n landschap rijdt. Met beweging ontwerpen, dat is iets wat alleen met de computer kan.’

De Vries ziet dat jonge bureaus van de Google-generatie heel makkelijk overal dingen vandaan plukken: ‘Ze kunnen goed omgaan met de complexiteit van alle informatie rond een project. Ook maken ze eenvoudig gebruik van referenties uit andere vakgebieden, zoals kunst en design – waarom zou je je daarvoor afsluiten? En hoe handig is een programma als Google Earth, waarmee je door de straten kan lopen van alle steden in de wereld of onderdelen naast elkaar kan zetten om de schaal te vergelijken? De informatie ligt voor het oprapen en daar maken ze dankbaar gebruik van.’

LINT deelt nieuwsberichten op LinkedIn en Facebook, maar daarnaast zijn ze op de sociale media niet erg actief. De Vries: ‘Voor goede uitwisseling van kennis zijn sociale media misschien te vluchtig. Onze ontwerpen hebben uitleg nodig. Dat is veel belangrijker dan alleen het plaatje. De interactie en inhoudelijke discussie zoeken we liever offline. Als we binnen het bureau er niet uitkomen, nodigen we een paar sparringpartners uit om een bepaald vraagstuk te bespreken of aan te scherpen.’

Wel ziet hij kansen in de onderlinge uitwisseling van werk via online portfolio’s en blogs. ‘Ons kader is daardoor veel internationaler geworden. We volgen bureaus in Scandinavië, de VS en Azië. Die uitwisseling van kennis en ideeën is fantastisch, maar zeker geen vervanging voor offline contact.’