Kapitaal-Jacob S2

Plethora

Dames en heren,

Mijn lezing heet plethora, oftewel veelheid, of volheid. Het woord komt van het Latijn plethora of pletura, dat op zijn beurt weer van het Grieks komt πληθώρη (plēthōrē, oftewel volheid), van πλήθω (plēthō, “Ik vul”).

Ik ben gevraagd hier te spreken over veelheid, wellicht omdat er zo veel is, vooral nu dat het internet zich is gaan gedragen als de virtuele voortzetting van onze omgeving in de vorm van een grenzeloos collectief geheugen, waarbij alles beklijft, het belangrijke, het diepe, het banale en het oppervlakkige.

Omdat Post Planjer als plek voor de evaluerende lokale architectuurkritiek zich in die veelheid begeeft met een eigen website, vraagt het zich af hoe het zich in die veelheid staande moet houden. Hoe zal het aandacht verdienen en krijgen? Om die vraag te kunnen beantwoorden moeten we grip krijgen op veelheid als een begrip dat onze verhouding met onze omgeving beschrijft.

Allereerst is er een ongedifferentieerde veelheid, de veelheid die zich aandient als overweldigend maar waarin structuur noch betekenis te zien is

Allereerst is er een ongedifferentieerde veelheid, de veelheid die zich aandient als overweldigend maar waarin structuur noch betekenis te zien is. Deze veelheid blijft ons achtervolgen want zelfs al brengen we structuur aan op het schaalniveau van de mens, dan nog blijft de veelheid onverminderd en even overweldigend wanneer we door de microscoop of de telescoop kijken. Al helemaal als we de schaalloosheid van het internet beschouwen.
Wanneer zich patronen ontvouwen in onze greep op de wereld krijgen we een volgende veelheid, de zogeheten diepgang. Diepgang, weet in zijn graafwerkzaamheden de veelheid te structureren, organiseren, te contextualiseren en te bekritiseren voor gebruik. Hieronder hoort de productie van de vele academische boeken en tijdschriften, (waaronder OASE natuurlijk). Maar, en iedere academicus weet wat ik hiermee bedoel, de productie van diepgang, schept zijn eigen onbeheersbare veelheid aan data. Anderzijds hebben we een veelheid die zich als spetters op de oppervlakte manifesteren: twitter, tumblr, facebook, flickr, het gekwetter en het uiterlijk vertoon. Deze veelheid is per definitie al onbeheersbaar en vormt zelden “het probleem van de veelheid”. Hij is namelijk te gemakkelijk te negeren. We moeten er dan ook voor oppassen te snel te zijn met ons oordeel. De wegen van de academische diepgang kennen hun oppervlakkigheid, er is veel oppervlakkig en verwaarloosbaar onderzoek, terwijl het gekeuvel aan de oppervlakte juist ook een onmetelijk diepgang kent of biedt.

Wanneer zich patronen ontvouwen in onze greep op de wereld krijgen we een volgende veelheid, de zogeheten diepgang

Uiteindelijk moet iedere daad van kritiek zichzelf bewijzen, ofwel heteronoom, dat wil zeggen, naar aanleiding van criteria die door anderen worden opgelegd, ofwel autonoom, door te beantwoorden aan eigen criteria. Dus zeg ik dan: maak je geen zorgen over de veelheid, veelheid is er altijd geweest. De kwaliteit van architectuur en architectuurkritiek meet je nooit aan objectieve criteria, ook nooit aan subjectieve criteria. Men meet kwaliteit in de worsteling van het gesprek. Kwaliteit is goed meetbaar, maar behoeft een gezichtspunt, een perspectief die het liefst de diepte van de ervaring bloot legt. Het beste middel om de veelheid aan te kunnen is het gesprek die de diepte bepaalt. Het gesprek is de enige methode tot nu toe die de complexiteit en de veelheid van de wereld aankan. En dat komt omdat het noch objectief is noch subjectief, maar transcendent is aan beiden; het is interactief en het corrigeert zichzelf voortdurend in de dynamiek van het gesprek. Het ontstijgt het persoonlijke, omdat taal in welke vorm dan ook, in de vorm van de tekening, de tekst, het gebaar, de wiskundige berekening, altijd uit gaat van de communis, de gemeenschap waarin communicatie mogelijk wordt. Het gesprek is de productie van gemeenschap.

Post Planjer is een platvorm om dat gesprek aan te gaan met zijn gemeenschap. De filosoof Stanley Cavell schreef dat de gemeenschap voor je spreekt tot het moment dat je besluit dat jouw gemeenschap niet meer in staat is voor je te spreken, omdat je wellicht een andere mening bent toegedaan op een bepaald onderwerp. Op dat moment sta je even alleen, in ieder geval ten aanzien van dat onderwerp. De gemeenschap is, zo mogen wij concluderen, op zichzelf al een machine, een organisatie om de veelheid te lijf te gaan. Dat zien we terug in de geschiedenis van de stad. De stad is niet alleen een plek waar mensen samenkomen om het goede leven te lijden, maar dat goede leven differentieert zich in specialismen, de bakker, de smid, de ambtenaar, de fietsenmaker, om zo de veelheid beter aan te kunnen.

Veelheid is dus een moment waarop er zich een veelheid aan ons voordoet; het wacht op een antwoord

Veelheid is in de eerste plaats altijd een oordeel over onze ervaring van de wereld. Wij zeggen: “wat een veelheid zeg..!” en zien dit als iets waarover we ons verheugen of iets waarover we ons zorgen maken. Als de veelheid onopgemerkt blijft is hij er niet in onze ervaring. Veelheid is dus een moment waarop er zich een veelheid aan ons voordoet; het wacht op een antwoord.

Het eerste antwoord is wellicht een ander gevoel, het gevoel van de leegte. De leegte is ook een oordeel over onze omgeving. Leegheid is een vreemd soort oordeel, immers behoeft het een blik die de alom aanwezige volheid omzet in leegte. Maar wanneer de wereld leeg voor je is, is er echt wat met je aan de hand. De volheid is overweldigend maar de leegte is pas echt eng; hij is net zoals het kwaad van Simone Weil: teisterend eentonig, voorspelbaar dom, en veelal geboren uit verveling of uit de strenge verkaveling van de wereld tot een piepklein universum, zoals het universum van een enkel, nimmer tegengesproken boek.

Le mal imaginaire est romantique, varié, le mal réel morne, monotone, désertique, ennuyeux. Le bien imaginaire est ennuyeux ; le bien réel est toujours nouveau, merveilleux, enivrant. Uit: Le Pesanteur et la Grâce (1947), 83

Deze leegte is erg, niet omdat hij leeg is, maar omdat hij de veelheid niet wil zien. Het is de leegte die schuilt achter het woord horror vacui, een leegte die zich met het banale, het triviale, het jaloerse en met de afgunst opvult.

Wanneer wij echter leegte als goedkeurend esthetisch oordeel inzetten van bijvoorbeeld een gebouw. Dan bedoelen wij met die leegte een speciale vorm van volheid. Dit is de volheid van een soort resonantie die men ziet in gebouwen waar de leegte zich presenteert en waarvan de volheid zich openbaart in de diepgang, in het verder kijken. Dit heet vaak “less is more”; ik zag deze leuze gisteren nog voorbij wandelen tot mijn schik, geborduurd op een bebloemde trui gedragen door een jonge vrouw met overvolle borsten. Ik was bijna gestopt om haar te vragen of ik een foto mocht maken, maar dat durfde ik niet. Less is more is diepgang, het betreft het verder kijken zelf. Het openbaart zich immers niet in het mindere maar in de realisatie dat volheid overal te vinden is, op iedere schaal, in iedere categorie en op iedere oppervlakte, men hoeft slechts verder te kijken. Ook bij twitter en tumblr is het mogelijk verder te kijken, diepgang te zoeken. In die diepgang ontstaat de ruimte voor het detail, de textuur, de kleur, de contingentie van het moment, het geluk van de schoonheid.

Ook bij twitter en tumblr is het mogelijk verder te kijken, diepgang te zoeken.

Dit betreft een leegte die zich als een ui gedraagt als een gevouwen en gelaagd oppervlak. Net zoals geluid, en bij bomen en bossen, wanneer het overheersende wegvalt, krijgt de volgende laag een kans van zich te laten horen, op te bloeien. Onze aandacht is selectief. En ook die selectiviteit van onze aandacht is een strategie om de veelheid aan te kunnen.

Bij iedere volheid overkomt mij een frenetische blijdschap, de vreugde van de ongelooflijke veelheid van dingen, in alle richtingen van waar ik kijken, horen, voelen, ruiken en proeven kan. Ik leer met minder diepgang om te gaan, de veelheid op mij af te laten komen, en zie, de wereld wordt één in die veelheid. En dat bedoel ik allerminst op een occulte manier. Ik haat mystiek, ik houd veel meer van natuurkunde, scheikunde (de kunde van het scheiden on onderscheiden van stoffen) en de biologie. Dat zijn pas grootse verhalen, zoveel groter dan een Bijbel, die toch vooral beperkt is door onze blik maar ook weldegelijk zijn grootse momenten kent! Wat ik bedoel is dat het zintuiglijk tableau dat zich aan mij opdringt er één wordt waarin de dingen zich niet meer hoeven af te zonderen in mijn aandacht zoals dat gebeurt bij een portret. Het is een ervaring waarin de veelheid zich manifesteert als in een groots en meesterlijk, wel bijna goddelijk tapijt. Het zien wordt anders. Het ziet geen diepgang maar de veelheid zelf.

Mandel_zoom_08_satellite_an
jacob1
ardabil2

Maar, zo hoor ik mijn gastheer denken, hoe moeten wij ons dan staande houden in die veelheid die het internet is? Welnu, de veelheid van het internet is juist een buitengewoon aardige. Die veelheid die het internet is, blijft vooralsnog gekaderd door ons scherm. Wij selecteren haar in dat verkavelde universum van het scherm. Voor die mensen die zich bezig houden met de verzamelingenleer zou je het the universal set kunnen noemen en de computer the universal machine, zoals Alan Turing dat ook deed.

“Ja,” zegt mijn gastheer, “maar hoe zorg ik dat mensen op mijn site terecht komen?”

Dat is niet zo moeilijk: wees gewoon goed. Doe wat je belooft en doe dat goed. Beloof vooral wat je belangrijk vindt te bieden en bied het aan op de manier waar het medium zich goed voor leent. Doe je dat niet, dan is dat ook niet erg, maar dan wordt het wat rustiger. Laat je niet te veel verleiden door franje en grafische pluimage, schrijf goeie stukken waar jullie zelf wat aan hebben, neem een duidelijk standpunt in en verdedig dat met duidelijke argumenten. Wees bereid je standpunt te verdedigen tegen onzin en te wijzigen als een ander standpunt beter blijkt; treedt nimmer in het defensieve; schaam je niet en doe niets waarvoor je je zou moeten schamen. Toon jezelf een oprecht en hardwerkend criticus wiens mening geldt en gezag draagt, speel de bal en respecteer de man. Ga het gesprek dus aan. Zo gemakkelijk is het.

Meningen hebben het altijd moeilijk gehad. Net zoals kakkerlakken.

Meningen hebben het altijd moeilijk gehad. Net zoals kakkerlakken, ze komen overal en zien er veelal vies en onhygiënisch uit. Parmenides en Plato begonnen de hetze tegen de mening. Zij privilegieerde kennis boven de mening, het permanente boven het vluchtige. Toch bleek deze blik ook niet meer dan een mening waaruit een perspectief was getrokken, hun gezichtspunt, niet meer. Meningen zijn ons betaalmiddel in de economie van ons gemeenschappelijk denken. Het verschil tussen een mening en wat dan doorgaat als kennis is slechts het vertrouwen dat een mening heeft in onze gemeenschap. Het is niet de mening zelf die het probleem vertegenwoordigt in een gemeenschap, het zijn meningen die op bepaalde manieren tot stand komen waarvoor we moeten oppassen, meningen die zich staande houden in het hoofd van mensen die niet de moeite nemen hun meningen te bekritiseren hun eigen referentiekader te ondervragen. Dergelijke meningen bevorderen de leegte. Zo moeten we af van de architect die zijn begrijpelijke wantrouwen tegen een bepaald soort architectuurtheorie verwoordt door alle architectuurtheorie af te wijzen en daarmee in feite zijn eigen faillissement aankondigt. Immers is die afwijzing van alles zijn theorie geworden en wat een armzalige, een domme theorie die veel te gemakkelijk het ideologische scherm vertegenwoordigt van de luiheid. Het soort luiheid waarmee we de volheid van de wereld die ons tegemoet komt terug brengen tot onze eigen leegheid in plaats van onze leegheid op nieuw in te richten zodat hij de volheid van het bestaan beter aankan. Daar is oefening, training en atletisme voor nodig.

Om te doen moet je een idee hebben over wat je wilt doen en over hoe je dat denkt te kunnen doen. Dát is theorie.

Zo is de eeuwige domheid die schuil gaat achter de poging theorie en praktijk als tegenovergestelde te zien een standpunt waar we nu eens fors mee moeten afrekenen. Laten we de relatie tussen theorie en praktijk nu eens helder krijgen. De praktijk is niet meer dan het doen. Om te doen moet je een idee hebben over wat je wilt doen en over hoe je dat denkt te kunnen doen. Dát is theorie. En filosofie ondervraagt beiden. Zo zal iedereen moeten toegeven een theorie te bezitten; zo zal iedereen ertoe gedwongen worden de slordigheid van hun ideeën op te ruimen, zich rekenschap te geven van de kennis die er is, en de vaardigheden en de houding die nodig zijn voor het scheppen van een architectuur waarin de mens zich met plezier en blijdschap, met vreugde, in de veelheid kan ontplooien. Ik geniet persoonlijk van een gebouw dat zich aan mij presenteert als iets waarover diep is nagedacht, dat een gevoel voor detail uit, en dit met mij deelt, dat schitterende texturen toont en majestueus spel speelt met licht en schaduw, waar ik ook de majesteusiteit van begrijp. Dat mijn toegang en doorgang zorgvuldig dirigeert en dat ik dat leuk vind. Ik geniet van een gebouw dat mij ontvangt met gastvrijheid, met rijkdom, met volheid.

Maar, en hier ligt de clou, die volheid is niet alleen de verantwoordelijkheid van de architect en zijn opdrachtgever, hij is ook mijn verantwoordelijkheid. Onze omgeving wordt vooral lelijk in ons onvermogen zijn schoonheid te zien in de veelheid waar wij geen raad mee weten. Ik wil u hier dan ook herinneren aan de oorsprong van het woord Plethora. Het komt van het woord pletho: Ik Vul. Ik vul mijn wereld. Dank U.