Bob

Dit is Bob Scherrenberg, ontwikkelaar van de veerkrachtige stad

Hij woont op de Gageldijk, waar de stadswijk Overvecht en het landelijke Noorderpark elkaar ontmoeten. Geïnspireerd door dit gebied blaast Bob nieuw leven in verlaten en onderbenutte plekken die zich tussen stad en land bevinden. Als self-made-ontwikkelaar met een achtergrond in de groene retail, realiseert hij unieke projecten waarin hij op zoek gaat naar de kracht van de wijk en betekenis voor de stad. ‘Ik wil dingen doen die er toe doen. Je kan je tijd maar een keer besteden, dus streef ik er naar iets bijzonders na te laten’. 

Terwijl onderzoekers, ontwerpers en beleidsmakers zich buigen over hoe we tot gezonde en veerkrachtige steden kunnen komen, is Bob Scherrenberg een van die mensen die het gewoon doet. Utrecht heeft genoeg plekken met potentie, maar het is vaak wachten op wie de eerste stap zet. Scherrenberg ziet dit en durft risico te nemen. ‘Als de plek inspirerend is dan komt het wel goed. Er is altijd een vorm van rendement.’ Bob verpersoonlijkt een intrigerende combinatie van zakelijk instinct, intuïtieve keuzes en een sterk maatschappelijk bewustzijn. Hij staat niet graag in de schijnwerpers, werkt in de luwte van het stedelijk discours. Toch stemde hij in met een interview voor Post Planjer. Vlak voor zijn reis naar Thailand en de Filipijnen sprak ik hem over zijn drijfveren, visie, praktijk en gedachten over de (gezonde) stad.

'Als de plek inspirerend is dan komt het wel goed. Er is altijd een vorm van rendement.'

De Gageldijk
We treffen elkaar in zijn kantoor aan de Gageldijk, een voormalig woonhuis dat hij transformeerde tot een serene werkplek. Bij binnenkomst valt meteen de weelderige groene muur op: een verticale binnentuin met orchideeën. Vanuit de hal kijk je uit op de strak vormgegeven vijver in de patio. Een groot, uit steen gehouwen Thais Boeddhabeeld kijkt met een meditatieve blik terug.  Scherrenberg mag zijn wortels dan in Overvecht en op de Gageldijk hebben, hij interesseert zich voor andere culturen en heeft een speciale voorliefde voor het verre oosten. Voordat we in gesprek gaan over zijn initiatieven in relatie tot de gezonde stad vertelt hij wat hij zelf doet om gezond te blijven. ‘Ik eet goed. Zwem, fiets en ga naar de sportschool, hoewel dat er bij in schiet als het te druk wordt. Ik woon aan het buitengebied en heb twee honden, dat stimuleert om naar buiten te gaan, te bewegen en te wandelen.’

'Mijn generatie in het familiebedrijf wil ik naar een volgend plan trekken.'

Scherrenbergs belangstelling voor plekken op de grens tussen stad en land komt niet uit de lucht vallen. Hij is opgegroeid met het bedrijf dat zijn ouders hebben opgezet in de groene retail. Wat begon als een winkel voor (buiten)planten, groeide uit tot zeven tuincentra waar ook interieur, de vormgeving van terrassen en het inspelen op seizoensevenementen tot de diensten behoorden. De formule werd verkocht, maar de familie bleef verhuurder van de kassen.

Bob borduurt vanuit zijn eigen passies en visie voort op het gedachtengoed van het familiebedrijf. ‘Ik voel een grote verantwoordelijkheid. Mijn generatie in het familiebedrijf wil ik naar een volgend plan trekken.’ Aanvankelijk begon hij diverse ondernemingen van autowasstraat tot een keten van zonnebankstudio’s. ‘In 2001 begon ik met ondernemen. Samen met mijn vriend en compagnon Said Ayojil zette ik de autowasstraat, het autopoetsbedrijf en het bandencentrum op. Nadat hij in 2007 overleed, kwam ik tot het besef dat ik op veel borden tegelijk aan het schaken was. Dat beviel me niet en ik ging na wat ik nou echt leuk vond om te doen, en waar voor mij de toegevoegde waarde ligt. Dat is het ontwikkelen van vastgoed. De afgelopen zes jaar richt ik me hier volledig op.’

'Samen met stakeholders in het Cartesiusgebied denken we na over het programma en het vergroenen van het gebied.'

‘Onze projecten bevinden zich niet altijd aan de rand van de stad. Ze kunnen ook in de wijk bij een park liggen of aan het water, zoals de Werkspoorkathedraal.’ Deze voormalige fabriekshal van Werkspoor is een van de bijzondere plekken die Scherrenberg nieuw leven in blaast. De transformatie en herbestemming begint al voet aan de grond te krijgen. De plint is verbouwd tot hoogwaardige werk- en atelierruimtes waar creatieve en innovatieve ondernemingen in zijn getrokken. ‘De reguliere kantorenmarkt is moeilijk, maar ik heb vertrouwen in de kwaliteit van deze plek, die voor verschillende soorten gebruikers aantrekkelijk kan zijn.’

Werkspoorkathedraal

Scherrenbergs ambitie reikt verder dan alleen het industriële object. Hij ziet de toekomst van het Werkspoorkwartier (industriegebied Cartesiusweg) voor zich. ‘Dit gebied is het nieuwe hart van Utrecht, tussen Leidsche Rijn en de binnenstad. Nu ligt het nog geïsoleerd. Samen met een aantal stakeholders in het gebied denken we na over de toevoeging van langzaamverkeerroutes en het vergroenen van het gebied. Maar vooral over het programma, waardoor het voor verschillende stedelingen interessant wordt om het Werkspoorkwartier te bezoeken en er te verblijven.’

In eigen hand
In de haven van de Werkspoorkathedraal komt een paviljoen dat gericht is op voedsel en voedselproductie. Scherrenberg wil lokale ondernemers een plek bieden om voedsel te bereiden met ingrediënten die zoveel mogelijk uit de directe omgeving komen. ‘In het paviljoen wordt het verhaal achter de gerechten verteld, maar lekker en gezond eten in een bijzondere omgeving staat centraal.’ Hij denkt aan daktuinen waar op gekweekt wordt. Bovendien ziet hij kansen in een gevarieerde culturele programmering – van theateroptredens tot een festival.

Divers programma waarin de kwaliteiten van de omgeving samenkomen: er ontstaan nieuwe publieke plekken en de werkgelegenheid krijgt een positieve impuls.

Scherrenberg houdt de exploitatie van zijn projecten grotendeels in eigen hand. Dat maakt het mogelijk om externe partijen die een goed plan hebben maar ontoereikend budget, op te nemen in de programmering. ‘Op dat soort momenten doe ik water bij de wijn. Ik zorg er voor dat er ruimte blijft voor een cultureel programma dat kwaliteit heeft of eigenzinnig is. Dat lukt alleen als ook financieel draagkrachtige partijen, zoals ondernemingen die bij de gevestigde orde horen, of formules die een bepaalde mate van financiële zekerheid met zich meebrengen, onderdeel zijn van de ontwikkeling.’

Voorzichtig vertelt Scherrenberg over twee andere locaties in Overvecht waar hij ambitieuze ideeën voor heeft, maar die zich nog in een pril stadium bevinden. Ook hier voelde hij zich aangetrokken door het verhaal van de plek. Vanaf het begin denkt Bob aan een divers programma waarin de kwaliteiten van de omgeving samenkomen. Daardoor kunnen nieuwe publieke plekken ontstaan en kan de werkgelegenheid een positieve impuls krijgen.

Een alternatieve vorm van stadsnatuur gecombineerd met hoogbouw kan hoe dan ook een spannende plek opleveren.

Voor een kavel in de omgeving van de jaarbeurs, goed bereikbaar vanaf het 24 oktoberplein en grenzend aan de sportvelden heeft Scherrenberg, op termijn, een idee voor hoogbouw met een volledig groene gevel. ‘Het fascineert mij dat vrijwel alle gevels opgetrokken zijn uit beton of glas. Wat als je nou een groene long, midden in de stad bouwt? Een hectare groen niet horizontaal, maar verticaal?’ Het plan is geïnspireerd op de woontoren Bosco Verticale in Milaan en neigt voor architectuurkenners daardoor misschien naar een gimmick. Maar dat deert niet. Het feit dat Scherrenberg een alternatieve vorm van stadsnatuur combineert met hoogbouw kan hoe dan ook een spannende plek opleveren. ’We hebben een hoog ambitieniveau voor deze plek, maar pas op de lange termijn en als blijkt dat het haalbaar is. Feit blijft dat ik het met de achtergrond die wij als familie hebben, het heel bijzonder zou vinden als we zo’n groene long in onze stad kunnen realiseren.’

'Ik ben wars van artikelen en opvattingen die Overvecht enkel als ‘probleemkind’ zien.'

Buurtmobiel
Scherrenberg richt zich niet enkel op het ontwikkelen van vastgoed. ‘Als bewoners een goed initiatief hebben en hun nek uitsteken voor de wijk dan wil ik dat ondersteunen. Dat zijn leuke dingen om te kunnen doen, een beetje idealistisch misschien’. Een van die initiatieven is de Buurtmobiel: elektrische auto’s die op golfkarretjes lijken, vervoeren buurtbewoners door de wijk. De rit is een doel op zich omdat het sociale interactie op gang brengt bij mensen die minder mobiel zijn en daardoor nauwelijks buiten komen. Scherrenberg voorziet in de huisvesting van de auto’s. Hij denkt daarbij alweer verder dan enkel het veilig laten parkeren van de buurtmobieltjes: op het dak kunnen bijvoorbeeld zonnepanelen geplaatst worden voor het opladen van de elektrische auto’s. ‘Zo kan er een mini-energie-opslag ontstaan in de wijk.’

Een ander initiatief dat hij ondersteunt, is de voedseltuin in Overvecht, die er op is gericht om bewoners hun flats uit te krijgen en te laten ervaren hoe het is om je eigen eten te verbouwen. ‘Ik vind het goed wanneer de discussie over bewust eten en overgewicht uit academische kringen wordt getrokken.’

Ondanks deze lovenswaardige initiatieven liegen de statistieken er niet om. Overvecht staat bekend als een van de moeilijkste wijken van Nederland. Zo ligt het percentage chronisch zieken en overgewicht bij kinderen hoog, is het gevoel van veiligheid laag en overheerst de gedachte dat er weinig samenhang is tussen haar bewoners. Op dit punt is Scherrenberg fel: ‘Ik ben wars van artikelen en opvattingen die de wijk enkel als ‘probleemkind’ zien. Ik ontken niet dat er een grote strijd te voeren is in Overvecht, vóór verbetering, maar er zijn ook al veel goede initiatieven, gedragen door bewoners zelf en die moet je waarderen en stimuleren.’

Bob
Werkspoorkathedraal
beeldmerkovervechtvastgoed (2)

SESC Pompeia
Scherrenbergs verhaal doet mij denken aan een van mijn favoriete gebouwen op aarde: SESC Pompeia in SãoPaulo in Brazilië. Het project is een van de eerste voorbeelden van een succesvolle herbestemming van industrieel erfgoed dat weer is mee gaan doen met het stedelijk leven en dat zelfs verbetert. Het ontwerp is eerbiedig ten opzichte van het verleden, maar schuwt radicale moderne architectuur niet. Een geslaagd voorbeeld van een gebouw met een inclusief programma, met ruimtes voor jong en oud, arm en rijk, blank en zwart, man en vrouw. Verschillende functies zijn er naast en door elkaar te vinden, zowel binnen als buiten: sport, eten, cultuur en educatie.

SESC Pompeia is een geslaagd voorbeeld van een gebouw met een inclusief programma, met ruimtes voor jong en oud, arm en rijk, blank en zwart, man en vrouw. > Lees meer over de totstandkoming van dit project.

Bij aanvang van het SESC Pompeia-project is goed gekeken naar de bestaande activiteiten en daar is op voortgeborduurd. Het programma is als een goed narratief over de ruimtes verdeeld. Dat is te danken aan sensitief ontwerp en een sterke artistieke visie van de architect, Lina Bo Bardi. Ook de hoge ambitie van de opdrachtgever, een private vakbond van het MKB, speelde een rol. Zowel de maatschappelijk geëngageerde opdrachtgever als Bo Bardi en haar ontwerpteam ontwikkelden een sterke binding met de plek en namen jaren de tijd voor de transformatie. De ingrediënten van SESC Pompeia zijn terug te vinden in wat Scherrenberg met het Werkspoorkwartier voor ogen heeft. Het zou wat zijn als we straks naar onze eigen SESC Pompeia in Utrecht kunnen om te schaken, schilderen, spelen, flaneren of dansen.

Zoeken naar de balans tussen ontwikkelingen die maatschappelijk relevant zijn en keuzes die nodig zijn voor bedrijfszekerheid op de lange termijn.

Een echte stad sluit niemand buiten
Bob Scherrenberg is doortastend, ook al is hij nog niet zo heel lang bezig als ontwikkelaar. Dat maakt dat er daadwerkelijk beweging komt in plekken met sluimerend potentieel. Anders dan de meeste projectontwikkelaars ontwikkelt Scherrenberg voor zijn eigen portefeuille en blijft hij ook na realisatie betrokken, waardoor kwaliteit voorop staat. Zelf zegt hij niet goed te kunnen delegeren. Toch betrekt hij waar nodig de expertise die hij zelf niet in huis heeft. Hij werkt samen met zowel ervaren als jonge Utrechtse ontwerpers, geeft hen ruimte en vertrouwen. Hij laat zich inspireren en schuwt de discussie om tot iets beters te komen niet, ook al heeft hij vaak al een idee waar het naartoe moet met een ontwerp.

'Alleen omdat de Excelsheet klopt doe ik het niet.'

Bob draagt met zijn projecten bij aan een inclusieve stad, al is dat voor hem geen doel op zich. Hij vindt het niet meer dan logisch dat een plek bereikbaar en interessant is voor verschillende mensen. Dat maakt dat hij investeert in projecten die een publieke meerwaarde creëren. Hij zoekt naar de balans tussen ontwikkelingen die maatschappelijk relevant zijn en keuzes die nodig zijn voor bedrijfszekerheid op de lange termijn. ‘Aanvankelijk volg ik mijn hart. Alleen omdat de Excelsheet klopt doe ik het niet. Ik wil werken aan projecten die uniek zijn in hun soort. Waar ik zelf trots op kan zijn, en beter van wordt, maar anderen ook.’