3023517-poster-p-1-what-we-can-learn-about-the-future-of-ai-mobile-design-love-and-pants-from-spike-jonzes-her

Digitale media als ontwerpinstrument

Waarschuwingen over de grenzeloosheid van het world wide web worden steeds serieuzer genomen, getuige de populariteit van internetcriticus Evgeny Morozov. Hij bepleit in zijn nieuwe boek To Save Everything Click Here dat we door het internet verleren om met problemen om te gaan. Voor elk probleem wordt immers een app ontwikkeld. Eerder wees hij al op de zogenaamde spontaniteit van het net. Terwijl wij vrolijk ‘liken’, ‘unliken’ en commentaartjes typen wordt ons browse-gedrag ongevraagd gebruikt voor commerciële doeleinden of gescand door een veiligheidsdienst. Sterker nog, instellingen of bedrijven willen je daarmee een dienst bewijzen, getuige het idee van ING om het klanten makkelijk te maken door hun betalingsgedrag te gebruiken voor kant-en-klare betalingsformats.

Spike Jonze gaf de unheimische opmars van de digitale werkelijkheid prachtig weer in de film Her. In Jonze’s toekomstperspectief is het ineens vanzelfsprekend om verliefd te worden op het besturingssysteem van je computer. Dave Eggers schreef met The Circle een satire over de transparantie en de virtuele vrijheid van het internet. Het personage Ty Gospodinov verzet zich tevergeefs tegen de uit de hand gelopen consequenties van zijn eigen geniale uitvindingen. Gospodinov’s haar kleurt in korte tijd grijs wanneer de werknemers van de Circle zich unaniem achter uitspraken scharen als ‘Sharing is Caring’, ‘Secrets are Lies’ en ‘Privacy is Theft’. Eggers laat zien hoe het onderscheid tussen de virtuele en de fysieke werkelijkheid momenteel vervaagt en hoe dit vervreemding in de hand werkt. Jonze doet dat ook, maar dan iets subtieler en minder pessimistisch.

Aan de andere kant bepleiten cyber-utopisten dat twitter en facebook wereldwijd een toenemende democratisering bewerkstelligen en zelfs revoluties op gang helpen. Zij prijzen de eindeloze vertakkingen van het internet, evenals de wereldwijde dekking en het feit dat het in theorie voor iedereen toegankelijk is. Ergens tussen cyber-utopisten en cyber-sceptici bewegen zich de cyber-practici. Zij zien het internet als een handig middel om te blijven doen wat ze altijd al deden: informeren, communiceren en enthousiasmeren over een bepaald thema of vakgebied. Ook binnen de architectuur, landschapsarchitectuur en stedenbouw wordt doelgericht gebruik gemaakt van digitale media en de platformfunctie van het net.

Spike-Jonze-Her-ss-02
3023517-poster-p-1-what-we-can-learn-about-the-future-of-ai-mobile-design-love-and-pants-from-spike-jonzes-her

Journalist of curator?

In oktober 2013 spraken architecten, stedenbouwers en ontwerpers in het Nieuwe Instituut in Rotterdam over de status van de architectuurmedia. De organisatoren van deze Critics Night zagen papieren vaktijdschriften plaatsmaken voor websites en tweets en vroegen zich af hoe dat de kwaliteit van de architectuurkritiek beïnvloedt. De avond vond plaats in de bibliotheek, tussen de boeken en tijdschriftcollecties – letterlijk de oude media. Het aansluiten van de laptop op de beamer gaf halverwege het programma overigens een ouderwets gehannes.

De Engelse architect Sam Jacob bracht tijdens de Critics Night naar voren dat het internet een stem geeft aan goed geïnformeerde, kritische niche-journalistiek. Jacobs sprak enthousiast over Britse bloggers die vanuit Marxistisch oogpunt reflecteren op actuele ontwikkelingen in de stedenbouw en architectuur. Soms zijn niches geografisch bepaald. Zo is in Utrecht 1/030s actief op twitter en tumblr. Onder het mom ‘One city, one photographer, one mission’ plaatst 1/030s zogenaamde daily architecturals: foto’s van een Utrechts gebouw, plein of park.

Het punt blijft dat je die leuke, interessante en soms erg persoonlijke niches wel moet weten te vinden. Mediaspecialist Eric Kluitenberg noemde kunstcuratoren tijdens de Critics Night niet voor niets de nieuwe popsterren. In de moderne informatiemaatschappij hebben mensen die beroepshalve zoeken en ordenen volgens hem een streepje voor. Kluitenberg haalt het Duitse tijdschrift Die Zeit aan, waarin het beroep van de Zwitserse curator Hans Ulrich Obrist onlangs werd omschreven als een ‘Traumberuf’.

De avond in Het Nieuwe Instituut eindigde in een patstelling tussen de oude en de nieuwe generatie critici – die bewust op die manier werden geïntroduceerd. De jonkies gaven griezelig openhartig inzage in hun werkwijze, door zeer persoonlijk te laten zien hoe zij bijna vierentwintig uur per dag in het word wide web zitten. Zij stelden tussen neus en lippen door dat conventionele critici werken vanuit een ivoren toren. Met twitter kom je tenminste te weten wat iedereen vindt van bijvoorbeeld een nieuw plein. De oude generatie voelde zich aangesproken. Wat verstaat de jonge generatie eigenlijk onder architectuurkritiek? Misschien moet je om gedegen te kunnen reflecteren op een gebouw of stedenbouwkundig plan inderdaad even offline zijn?

'De interactie tussen lezer en schrijver wordt almaar groter'

Bij internetmedia wordt de interactie tussen lezer en schrijver almaar groter. Nieuws gaat sneller en journalistiek wordt persoonlijker. Kunstwebsites integreren commentaar van lezers in de presentatie van de artikelen. Op de Belgische site Alphaville loopt parallel aan de artikelen een kolom mee die is bestemd voor aanvullende informatie in de vorm van links of filmpjes en commentaar van lezers. Paradoxaal genoeg bieden internetmedia naast ruimte voor snelle reacties en interactie met de journalist ook ruimte voor gedegen, onafhankelijke, langlopende reportages. Tijdens de Critics Night zijn vooral de oudere critici enthousiast over de rentree van deze diepgravende onderzoeksjournalistiek, terwijl de jongere critici de interactiemogelijkheden toejuichen.

Praktisch instrumentarium

Interactie via digitale media vindt ook plaats in het vakgebied van de stedenbouw en landschapsarchitectuur. Bij ruimtelijk ontwerpers zie je een toenemende interesse in het world wide web als ontwerpinstrument. De sociale media worden vooral ingezet voor het communiceren met vakgenoten, gebruikers en eigenaren over het gebruik of de ontwikkeling van een tuin, plein, wijk of regio. Zo zijn er websites over masterplannen, regionale beleidsstukken of de inrichting van een buurtpleintje. Het internet en de digitale media zijn in dit geval een communicatiemiddel voor het opstellen, presenteren, verfijnen en uitgevoerd krijgen van plannen.

De gemeente Utrecht zette in 2011 een ‘dynamisch masterplan’ voor de stad online. Op die manier kon iedereen meedenken over een aantal ontwikkelingsplekken in de stad. Het leidde tot vijfhonderd reacties die varieerden van tips over het huidige gebruik tot complete stedenbouwkundige ontwerpen. De gemeente wil de stedelijke ontwikkeling op deze wijze stimuleren. Nadat de pagina van het Dynamisch Stedelijk Masterplan (DSM) werd gesloten deed de politiek er twee jaar over om de reacties een plek te geven in het beleid. Het medium internet bracht alles dan wel snel in kaart, maar vervolgens belandde de informatie blijkbaar in de traditionele gemeentelijke molen. De bewoners en gebruikers van de in het DSM genoemde ontwikkelingslocaties zijn inmiddels een paar stappen verder. Tussen 2011 en nu stelden zij er eigen websites en actieagenda’s voor op. Kortom, zij gingen gewoon zelf aan de slag.

‘Het Westplein wacht op initiatief – hoe maak jij het beter?’ staat bijvoorbeeld op de homepage van de website ‘Wildwestplein’. Via deze site worden ideeën verzameld voor tijdelijk gebruik. De voormalige trambaan en middenberm verkommeren in afwachting van een nieuwe trambaan en -brug, het doortrekken van de Leidsche Rijn en eventueel zelfs een verkeerstunnel. Inmiddels resulteerde Wildwestplein in de bouw van paviljoen pOp en bewijst dit fysieke platform het succes van de website.

In Rotterdam inventariseerde Stichting Tussentuin met subsidie van onder andere een woningbouwcorporatie, de gemeente en een onderzoeksfonds alle binnentuinen en andere terreinen in de stad die geschikt zijn om omgevormd te worden tot een buurtpark. De stichting is opgezet door een groep landschapsarchitecten. Zij verzamelen kennis over buurtinitiatieven en adviseren initiatiefnemers in spé. Vooral bij tijdelijke projecten gaat kennis vaak verloren. Stichting Tussentuin zorgt dat bij het opzetten en beheren van gemeenschappelijke tuinen niet steeds dezelfde fouten worden gemaakt.

In de Eindhovense transitiewijk Strijp-S gebruikt corporatie Trudo internet om mensen in een vroeg stadium te betrekken bij de ontwikkeling van nieuwe woonblokken. Het idee werd ingegeven door de geringe belangstelling die er in eerste instantie was om in het voormalige industriegebied een kant-en-klaar appartement te kopen. Onder de naam Space-S werden vervolgens een facebookpagina en twitteraccount geopend en bijeenkomsten gehouden om mensen te betrekken bij hun toekomstige woning en de inrichting van de wijk. Het aanbod werd verbreed met sociale huur naast koopwoningen. Niet alleen aspiranthuurders en -kopers, ook andere Eindhovenaren bleken graag mee te denken over hashtags als inrichting, tuin, parkeren, veilig, architectuur of kleuren. Bij de uiteindelijke toewijzing van de huurwoningen krijgen mensen die actief aan Space-S hebben deelgenomen voorrang.

Spel als alternatief beleid

Stedenbouwkundigen Zineb Seghrouchni en Anne Seghers van Studio Papaver gaan een stap verder. Zij ontwikkelden het spel ‘Leve de Krimp!’. Dit spel maakt bewoners van de krimpregio De Achterhoek, aan de oostgrens van Nederland, bewust van de krimp en zet hen aan, samen met beleidsmakers, proactief naar oplossingen te zoeken. Het spel is zo ontworpen dat je je in een fictieve toekomst begeeft, maar tegelijk echte contacten legt met de andere deelnemers. Het spel gebruikt sociale media, maar afgekaderd: alleen met spelers die bekend zijn en alleen over de onderwerpen die het spel aandraagt. Zo kunnen reacties niet verzanden in oeverloos, emotioneel commentaar.

'Dichtbij, persoonlijk en lokaal raakt al gauw aan emotie'

Echte verandering is begin 2014 nog moeilijk te benoemen, maar er tekent zich overduidelijk een richting af. Politieke besluiten over ruimtelijk gebruik zullen door digitale inspraak in de toekomst anders worden genomen. Initiatieven van particulieren hebben invloed op het gebruik van de ruimte. Maar of het world wide web wezenlijk van invloed is op de emancipatie van de burger? Het is zaak websites zo in te richten en digitale media zo te gebruiken dat zij niet uitnodigen tot goedkope reacties. Want dichtbij, persoonlijk en lokaal raakt al gauw aan emotie. Hoe dan ook hebben mensen door de technologische ontwikkeling steeds meer zelfbeschikking en zelfinzicht gekregen. In de wereld van het ruimtelijk ontwerp is het world wide web een handig werktuig dat verbindt, grenzen slecht en soms zelfs een voorzet doet op politiek beleid.