Sinds kort is er in het Utrechtse Stadskantoor een heus stedenbouwkundig laboratorium. Op de tweede verdieping kun je meedenken over de functies en bebouwing in het stationsgebied door ter plekke met foamblokjes in een maquette te schuiven. Maandag 6 juni zetten de betrokken partijen hun handtekening onder een intentieverklaring. Wat is de bedoeling?

In de stedenbouw en architectuur zijn laboratoria niks nieuws. Het is een goede manier om jonge architecten een economische crisis door te helpen, ervaring te laten opdoen en/of voorzichtig prangende maar gevoelige kwesties onder de loep te nemen. Afhankelijk van de opzet biedt een laboratorium de mogelijkheid om verschillende betrokkenen, eventueel met tegengestelde belangen, aan tafel te krijgen en hen middels ontwerpend onderzoek samen over mogelijke oplossingen te laten nadenken. Zo was de toekomst van het Jaarbeursgebied in 2010 onderwerp van Lab01, een onderdeel van het rijksprogramma Nederland wordt anders.

Het Utrechtse ‘Living Lab’ opent opmerkelijk genoeg nu de crisis zo’n beetje voorbij is

Het Utrechtse ‘Living Lab’ opent opmerkelijk genoeg nu de crisis zo’n beetje voorbij is. Het nieuwe lab bewaakt de innovatieve doelstellingen voor het stationsgebied die zijn geformuleerd in de gemeentelijke toekomstvisie A Healthy Urban Boost. Op plattegronden van de stad is de historische binnenstad verdubbeld met een gelijkvormige kwab richting Parkhaven. Dit gebied, voorheen het Stationsgebied-West, heet verwachtingsvol alvast het ‘Nieuwe Centrum’.

Het Stationsgebied-West heet verwachtingsvol alvast het ‘Nieuwe Centrum’

De centrumkaart ziet er niet onlogisch uit met het centraal station precies in het midden, maar het wordt een lastige opgave omdat het Nieuwe Centrum nu nog nauwelijks leeft. Met name het Jaarbeursterrein is een gesloten geheel met een eigen piekdynamiek. Langs het Merwedekanaal staan de parkeervelden op maaiveldniveau soms helemaal vol, dan weer compleet leeg. Alleen de nieuwe trap aan de westkant van het station genereert vooralsnog het soort reuring dat je van een centrum mag verwachten. Het is de bedoeling dat deze sfeer wordt doorgetrokken naar de overkant van de Croeselaan en de Jaarbeurspassage – in het living lab spreekt men alvast van een boulevard over het Jaarbeursterrein.

In het ontwerp voor de nieuwe hallen dat de Jaarbeurs onlangs presenteerde (architect Cepezed) blijft de passage tussen het Jaarbeursplein en de Overste den Oudenlaan dan ook openbaar gebied. Alleen verhuist de doorloop ’s avonds en ’s nachts naar de eerste verdieping. Daar wringt het functioneren van het Nieuwe Centrum meteen een beetje want hoe boulevardachtig is dat, Hoog Catharijne indachtig?

Door een uitruil van grond komen de huidige Jaarbeursparkeerterreinen tussen de Croeselaan, Van Zeistweg en Graad van Roggenweg vrij voor woonbebouwing waarvoor de gemeente de contouren bepaalt. Het is de bedoeling dat er op de hoek tegenover het station een iconisch gebouw komt, een museum, markthal of wooncomplex, iets in de trant van het Milanese Bosco Verticale (architect Studio Boeri, 2014), zodat ook de intenties om te vergroenen meteen duidelijk zijn. Deze en andere ideeën voor de wijk kunnen in het laboratorium worden onderzocht. Een ander belangrijk onderzoeksaspect is de verkeersafwikkeling rond het station en het Westplein.

Het stadslaboratorium past in het rijtje Utrechtse experimenten om stedenbouwkundige plannen breed voor te leggen. Utrecht faciliteert de ideevorming van zijn creatieve, ondernemende, hoogopgeleide bevolking tegenwoordig graag eerder dan in inspraakrondes, en anders dan met een hermetisch referendum. In 2011 initieerde de gemeente het Dynamisch Stedenbouwkundig Masterplan, waarbij iedereen ideeën en ontwerpen aan mocht dragen voor een aantal ontwikkellocaties in de stad. In 2014 kreeg de stad een stadsmakelaar om burgerinitiatieven te begeleiden. Er zijn stadsgesprekken en aan locaties gekoppelde klankbordgroepen.

24 september 2016 gaat het Stadslab ‘on tour’. 13 oktober 2016 is er een stadsgesprek.

De Utrechtse gemeenteraad verzocht ook bij de gedachtenvorming over het Nieuwe Centrum om een open planproces met meerdere keuzes en keuzemomenten. Een stadsexcursie naar Frankfurt zette de toon: de raad kreeg geen excursiegids omdat het de bedoeling was om onderweg te discussieren en ideeën te ontwikkelen voor het Nieuwe Centrum. Projectleider Leen de Wit en gemeentelijk stedenbouwkundige Marlies de Nijs vertaalden deze openheid uiteindelijk naar een stadslab, wat vervolgens werd opgepakt door het rijk en de provincie, die hopen te leren van het experiment en letterlijk oplossingen zouden willen overnemen voor locaties elders, aldus de ondertekenaars op 6 juni.

De Nijs is niet bang dat het door de overheidsbemoeienis ingewikkeld wordt. De thema’s – samen te vatten als bereikbare en gezonde stad – zijn bijvoorbeeld mede opgesteld in samenspraak met de klankbordgroep voor het gebied. De Nijs en De Wit hebben hun werkplek van de negende verdieping verplaatst naar het lab op de tweede. De Nijs: ‘Wij vinden het heerlijk. Het is hier ruim, inspirerend en de plek is voor iedereen eenvoudig bereikbaar, want het ligt in het openbare deel van het Stadskantoor.’

‘Ik weet dat je het niet iedereen naar de zin kunt maken'

Dat een stadslab een chaotisch pad uitzet staat buiten kijf. De Nijs heeft er alle vertrouwen in dat zo’n pad uiteindelijk toch uitmondt in een coherent verhaal. Zij is vooral benieuwd waar mensen mee zullen komen. De meeste gesprekken of ontwerpsessies zullen op afspraak gebeuren, maar in principe kan iedereen met de blauwe blokjes komen schuiven, ook met cynische intenties of onuitvoerbare dromen. ‘Ik weet dat je het niet iedereen naar de zin kunt maken. De maquette is een manier om plannen te testen en een middel om het gesprek aan te gaan. Een van de belangrijkste aspecten van mijn vak is luisteren naar wat de mensen echt zeggen en ontdekken wat ze echt willen.’

 

Dit artikel verscheen ook als blog op de website van Architectuurcentrum Aorta/ Dag van de Architectuur 2016.